Juliana van wieg tot graf

(Trouw)

Een dubbeltentoonstelling met beelden en bezittingen van Juliana markeert haar 100ste geboortedag. Van een weinig gebruikte bijtring tot het niet-blaffende hondje N’Zara.

Tal van onderscheidingen heeft koningin Juliana in haar lange leven gekregen, maar een paar koesterde ze extra stevig. De eerste is de (Amerikaanse) Freedom Medal, die ze in 1982 – dus na haar troonsafstand – kreeg voor haar inzet voor de menselijke vrijheid.

De tweede lag haar waarschijnlijk nog dichter aan het hart: de bronzen Karl Landsteinerpenning, die je – destijds – kreeg voor 15 of 25 keer bloed doneren aan het Rode Kruis. Juliana mocht hem in 1959 in ontvangst nemen en bij die gelegenheid heeft ze voldaan vastgesteld: „Het is de enige onderscheiding, die ik ook echt heb verdíénd!”

Ze zijn vanaf morgen te bekijken op Paleis Het Loo, het Nationaal Museum. Daar is bij gelegenheid van Juliana’s honderdste geboortedag, vandaag, een dubbeltentoonstelling ingericht. De ene wandelt aan de hand van persoonlijke bezittingen en foto’s door haar leven, letterlijk van de wieg tot het graf. En de tweede toont haar ’in beeld’, van de zegels waarop de vorstin figureerde tot de (officiële) geschilderde portretten.

Iedereen heeft wel een beeld voor ogen van de nog maar vijf jaar geleden overleden oud-koningin en dat maakt het best lastig om een boeiende tentoonstelling te maken, zegt conservator Paul Rem. Het moet geen biografie worden, maar toch alle aspecten van haar leven weergeven. Dus ook Juliana op de fiets of happend aan een haring, ook de door haar niet gemakkelijk gevonden rol van publiek persoon. Maar ook de Greet Hofmansaffaire, ook het Lockheedschandaal.

Het schenken van de chocolademelk op paleis Soestdijk én het gala bij het 25-jarig huwelijk in het Amstel Hotel. Het toneel tussen de schuifdeuren op Het Loo en het rollenspel in de Ridderzaal of bij een staatsbezoek.

Juliana’s klassieke wieg ’opent’ de expositie, samen met alle gouden en zilveren geschenken bij haar geboorte. De bijtring aan een gouden oranjeappeltje in een van de vitrines lijkt nauwelijks gebruikt; moeder Wilhelmina was heel erg van de hygiëne, bang dat de enige troonopvolger wat onder de leden zou krijgen.

De bruidsjurk van het Haagse Maison Kühne is nog echt – net als trouwens de blauwpaarse zijdenjersey inhuldigingsjurk van Edwin Dolder, elf jaar later – maar van het trouwboeket moet nu toch een replica worden getoond.

Iedereen kent natuurlijk de vlinderbrillen, die Juliana jarenlang heeft gedragen. Maar minder bekend is dat ze bij galagelegenheden een vlinderbril met gouden montuur droeg. Vlakbij staat ook het nu aftands ogende rijwiel waarmee ze voor het buitenland ’de fietsmonarchie’ gezicht gaf.

Er is een gastenboek van het huwelijksjubileum van 1962 te bewonderen. En daarnaast – dankzij de openbaarmaking vorig jaar – Juliana’s exemplaar van het rapport-Beel over de affaire die er bijna voor had gezorgd dat er geen zilveren huwelijk te vieren was geweest. Het exemplaar van de koningin is duidelijk een doorslagversie.

Een parfumkruikje herinnert aan een bezoek aan Israël dat pas na de troonsafstand kon worden gebracht. Van bezoeken aan ’de West’ is weinig te zien. Vergaan, zegt Paul Rem. De vergankelijkheid van Juliana’s leven wordt, ten slotte, mooi gesymboliseerd met een keur aan witte en kleurige linten, koninklijk en burgerlijk, van de kransen en bloemstukken uit haar begrafenisstoet in maart 2004.

Prinses Juliana moest als jonge ere-voorzitter van het Nationaal Crisis Comité natuurlijk ook meewerken aan een liefdadigheidszegel. Haar blik was op de daarvoor gemaakte foto’s zo stuurs dat ze onmogelijk waren te gebruiken. En dus toog een tekenaar naar het paleis om een vriendelijker prinses vast te leggen.

Juliana moest, zeker in haar jongere jaren, vechten tegen verlegenheid en ongemak bij publieke aandacht. Maar de beeltenissen die conservator Marieke Spliethoff van Juliana bij elkaar heeft gezocht laten veelal toch een ontspannen koningin zien. Spliethoff wilde er niet puur een portrettengalerij van maken, al ontkwam ze er niet aan om een paar gigantische verplichte nummers op te hangen.

Dus ja, de sombere huwelijksinzegening in de Haagse Grote Kerk van Pieter van der Hem domineert de ene korte kant van de zaal. En Charles Eycks inhuldiging in de Nieuwe Kerk de andere. Een veel bekritiseerd werk, maar toen Eyck, de kritiek beu, publiekelijk 4000 gulden uitloofde voor wie het dan beter kon, kwam niemand opdagen.

Er is nog steeds enorm veel materiaal van Juliana voorhanden, al moet het soms uit kelders en opslagplaatsen tevoorschijn worden gehaald. Maar provincies en gemeenten, waar haar beeltenis jaren hing, waren enthousiast.

Eén schilderij – een ’staatsieportret’ van de Rotterdamse Kamer van Koophandel – heeft het museum nog net weten aan te kopen voor men het op een veiling van de hand wilde doen. Het hangt nu op Het Loo naast een van de favorieten van de vorstin, het portret in donderblauwe galajurk van de Hoge Raad. Amsterdam is vertegenwoordigd met een bronzen buste, want een schilderij vond men niet passen bij de nieuwe raadszaal.

Spliethoff heeft ook de hand weten te leggen op het enige portret van Juliana, dat tijdens de oorlogsjaren is gemaakt door wararist Cor Visser. Van Paul Citroen is er een prachtig verstild portret in zwart en wit. En zowaar, van Corstiaan de Vries, is er het enige schilderij van de koningin met haar hondje, de niet-blaffende basenji N’Zara. Want ook die heeft tot de onafscheidelijke entourage in het leven op Soestdijk behoord.

Bij galagelegenheden droeg Juliana een vlinderbril met gouden montuur. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden