Juliana, eenzaam en een tikje vreemd

Het is een wonder dat de koningin zich opnieuw wist uit te vinden

De Tweede Kamer behandelt in 1950 een wetsvoorstel dat prins Bernhard voogd en regent maakt, mocht koningin Juliana overlijden voor de achttiende verjaardag van kroonprinses Beatrix. De katholieke Kamervoorzitter Rad Kortenhorst vraagt God dit gezin 'tot in lengte van jaren' een baken te laten blijven. Zijn partijgenoot, vicepremier Josef van Schaik, onderstreept dat de plaats van de prins in dit 'gelukkige' gezin iedereen dient 'tot stichting en voorbeeld'. Politici van andere gezindten laten zich niet onbetuigd.

In de jaren daarna kwamen er al flinke scheuren in dit ideaalplaatje. Historici groeven later nog dieper. Maar niet eerder rees zo'n gitzwart beeld van huwelijk en gezin op als in 'Juliana. Vorstin in een mannenwereld' van Jolande Withuis.

Marie-Anne Tellegen, directeur van het kabinet van de koningin, constateerde destijds al: "In ieder ander gezin zou allang een psychiater geraadpleegd zijn. Dit is hier niet mogelijk." De vraag is of professionele hulp nog had kunnen baten. Al even beklemmend is de beschrijving van de eenzaamheid van de hoofdpersoon.

Juliana (1909-2004) viel als een blok voor de man die haar leek te bevrijden uit de benauwenis van het Nederlandse hof. Maar ze begreep ook al snel wat voor type ze in huis had gehaald. Ze noemde Bernhard spottend haar 'kleine pasja' en 'luxe editie van een man'.

De prins joeg voornamelijk zijn eigen genoegens na. Soms verbleef hij maanden in het buitenland. Tegen sommige vrienden kon hij heel hartelijk zijn. Verder toonde hij weinig compassie. Surinamers die terugverlangden naar Juliana's bezoeken tijdens de oorlog, zagen Bernhard zijn opwachting maken. Volgens een plaatselijk politicus leek het 'alsof een slavenhouder naar zijn slaven kwam kijken'. Tegen paleispersoneel nam hij soms dezelfde houding aan. Een lakei: "Bij hem moest alles perfect zijn. Was het zwembad 30 graden in plaats van 31, dan belde hij de huismeester."

Tegen zijn echtgenote begon hij al tijdens de huwelijksreis in 1937 te sneren. Dat werd later alleen maar erger. Hij noemde haar openlijk 'witte olifant' of sprak haar op denigrerende toon aan als 'majesteit' (wat later een tijdlang werd overgenomen door de oudste dochters). Hij hekelde in het openbaar Juliana's 'gestuntel', of zei gewoon: "Ach mens, hou je mond." De koningin onderging de vernederingen doorgaans met een stalen gezicht.

Onthutsend is het beeld dat Withuis schetst van prins Bernhard als seksueel roofdier. Hij liet het niet bij kleedkamerpraat met andere mannen, maar stortte zich unverfroren op zijn prooien. Zelfs minderjarige bezoekers die het paleis bezochten waren niet veilig. Ze werden volgens de biograaf aangerand. Hij betastte een zestienjarige logee niet alleen onder haar blouse, maar zoende haar ook op de mond. Bijna even schokkend is hoe de omgeving zich aanpaste (jonge actrices van Juliana's toneelclub werden voortaan gechaperonneerd), maar niet echt ingreep.

Tot twee keer toe dreigde een constitutionele crisis: in 1956 over de tweespalt rond gebedsgenezeres Greet Hofmans waar Juliana mee wegliep en een huwelijk in puin, twintig jaar later was het de Lockheed-affaire, over het betalen van smeergeld aan de prins. De eerste keer had de vorstin haar verlies moeten nemen. De tweede keer was eigenlijk een uitgelezen kans om Berhard de eerdere vernederingen betaald te zetten. Maar zo'n wraak kwam niet bij Juliana op. Ondanks alle sneren en het snoeven over escapades in haar bijzijn bleef ze hopen op zijn liefde. Volgens PPR-voorman Bas de Gaay Fortman bagatelliseerde ze de Lockheed-zaak: "Mijn man is nu eenmaal een kwajongen."

De koningin dacht twee keer aan echtscheiding, maar zette nooit door, ook vanwege de constitutionele bezwaren. Haar man dreigde met zijn twee oudste dochters in de Verenigde Staten te gaan wonen en zinspeelde op het

uit de ouderlijke macht laten zetten van zijn vrouw. Uiteindelijk koos hij tijdens de Greet Hofmans-crisis voor een vlucht naar voren via een publicatie in Der Spiegel. In Den Haag had Bernhard meer goodwill dan Juliana. Binnen het kabinet werd zij, het staatshoofd, zonder terughoudendheid 'geestesziek' genoemd.

Prins Bernhard trok profijt van een slim opgebouwd imago. Het sobere Nederland van de wederopbouwjaren koesterde zijn enige man van de wereld. Juliana's echtgenoot sloeg een uitstekend figuur bij de groten der aarde. Dat was het bestaande beeld. Hij spande zich bij die contacten ook nog eens onvermoeibaar in voor de nationale zaak, geloofden de meesten.

Vooral dankzij zijn optreden als bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten direct na de bevrijding ontstond de mythe van Bernhard als verzets- en oorlogsheld. Strak in het uniform met een kekke pilotenbril op de neus maakte hij zijn ronde door het gehavende land. De Britse generaal Montgomery beschouwde hem vooral als een 'fronttoerist'. In kleine kring bestond ook ergernis over de losse manier waarop de prins omging met de zeden en oorlogsbuit. Maar het grote publiek zag en wilde vooral een held zien.

Juliana's rol in de oorlog sneeuwde onder: zij gold als de moederkloek die met haar gezin veilig in Canada had gezeten. Ook later kaapte Bernhard de jaren 1940-1945 voor de neus van zijn echtgenote weg. Hij bood het luisterende oor aan oud-kampgevangenen en -verzetslieden en hield Juliana weg bij herdenkingen. Dat was niets voor 'mammie'. Toen ze op aandringen van de organisatie meeging naar de onthulling van het Nationaal Dachaumonument zag ze bij de kranslegging dat haar man alleen zijn gekroonde B op het lint had laten zetten.

Eigenlijk is het een wonder dat de ambitieuze koningin zich na het enorme dal midden jaren vijftig opnieuw wist uit te vinden. Withuis laat zien hoe het theocratisch gezinde staatshoofd, de vorstin van de wereldvrede, plaatsmaakte voor een wat aardsere monarch, de maatschappelijk werkster van Nederland, iemand met een groot hart voor de zieken en zwakken.

Omdat ze geneigd was om van 'zieligheid' een criterium te maken, was het voor politici niet altijd makkelijk om met haar te werken. Ze zoomde graag in op individuele gevallen en was minder goed in abstracter bekijken van een vraagstuk. Juliana was daarnaast wispelturig, humeurig, excentriek en extreem. Ze liet zich bovendien lastig peilen. Tijdens gesprekken keek ze nogal eens omhoog en sloot haar ogen.

Net als Cees Fasseur eerder maakt Withuis werk van de relatie tussen Juliana en haar moeder, Wilhelmina. Het was fijn geweest als ze net zoveel aandacht had besteed aan de relatie met haar dochters. Waar dynastieke belangen dwars door gezinsverhoudingen heenlopen, wil je het fijne weten van de onderlinge verhoudingen. De biograaf laat het niet helemaal onbelicht, maar maakt onvoldoende duidelijk over de wisselende waardering voor elkaar en mogelijke verschillen tussen de vier dochters. En was de rigoureuze manier waarop Beatrix na haar troonsbestijging in 1980 brak met de 'lieflijke chaos' van haar moeders hof, en koos voor een zeer gestroomlijnde BV Koninklijk Huis, alleen een verschil van inzicht over de gewenste bedrijfsvoering? Of wellicht ook een openlijke blijk van ergernis?

Hoe Juliana dacht over de snel veranderende samenleving tijdens haar koningschap, daar gaat Withuis ook niet erg diep op in. Ze stak een moederlijke hand uit naar de protestbewegingen, constateert de historica. In een kersttoespraak zei ze: "Het is een tijd van vraagtekens. Men ontleedt de samenleving en zichzelf. Men zoekt naar een herwaardering van alles, waaraan tot nog toe waarde werd gehecht. Dat is moedig, en er is eigenlijk ook geen reden om daar bang voor te zijn." Toch moet de koningin in werkelijkheid enigszins ambivalent hebben gestaan tegenover alle modernisering. Ze bleef ondanks haar soms obsessieve drang tot gewoon zijn een product van een hof dat in haar jonge jaren nog in de negentiende eeuw was blijven steken.

Het zijn kleine kanttekeningen bij een meeslepend en bij tijd en wijle onthutsend boek.

Withuis houdt oog voor de menselijke kanten, maar heeft net als Annejet van der Zijl eerder bij haar studie naar de jonge Bernhard geen last van alles wat riekt naar hermelijnvrees. 'Juliana. Vorstin in een mannenwereld' doet verlangen naar een soortgelijke, onbevangen beschrijving van het hele leven van de prins-gemaal. Van der Zijl is klaar met hem. Withuis waarschijnlijk ook. Wie durft?

Jolande Withuis: Juliana. Vorstin in een mannenwereld De Bezige Bij; 864 blz. euro 39,99

"Sedert gisteren ben ik geroepen tot een taak, die zo zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht, haar zou begeren, maar ook zo mooi dat ik alleen maar zeggen kan: 'Wie ben ik, dat ik dit doen mag."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden