Juliana bloeide op in ballingschap

'Denk eraan, dat ik ook een werkelijke rol krijg en niet alleen het refrein word van het liedje dat Bernhard zingt!!!'

"Van alle mensen die ik ken ben jij de enige die werkelijk van de oorlog heeft genoten." Deze uitspraak van de Britse koning George tegen prins Bernhard is genoegzaam bekend. Dat ook de Nederlandse kroonprinses op haar manier plezier beleefde aan de jaren in ballingschap, blijkt uit het boek 'Juliana's vergeten oorlog' van Jolande Withuis. De prinses kon ruiken aan moderniteit, leefde veel minder dan thuis in een glazen kooi en ze kon zich manifesteren als ondernemende vrouw.

In brieven aan Bernhard liet ze merken wat ze allemaal beleefde aan de overkant van de Atlantische Oceaan. "Ha, ha. Ik ben in de USA en jij lekker niet!", schreef ze tijdens haar eerste bezoek aan de Amerikaanse president Roosevelt en zijn door Juliana zeer bewonderde vrouw Eleanor in december 1940. De prins reageerde stekelig, met negatief commentaar op de hoed die hij haar had zien dragen op beelden in een filmjournaal.

Beide echtelieden veranderden door de oorlogsjaren. Voor prinses Juliana had de bevrijding ook iets benauwends. Het betekende dat ze terug moest naar Nederland, terwijl ze in Canada, ver weg van protocol, een dominante echtgenoot en dito moeder, meer vrijheid had genoten dan ooit en zelfstandig overeind was gebleven in alle mogelijke gezelschappen.

In brieven tussen koningin en kroonprinses werd al hardop nagedacht over de rolverdeling tijdens de wederopbouw. Wilhelmina schreef dat prins Bernhard had laten doorschemeren dat hij Juliana's taak toch voornamelijk in het gezin zag. Maar zij liet zich niet meer zo makkelijk wegzetten en antwoordde haar moeder: "Denk eraan, dat ik ook een werkelijke rol krijg en niet alleen het refrein word van het liedje dat Bernhard zingt!!!" De drie uitroeptekens spraken boekdelen.

Daarmee was de kiem gelegd voor de paleisoorlogen die nog in het verschiet lagen. Want ook prins Bernhard kwam een stuk eigengereider terug op Soestdijk. In het Londense isolement kreeg hij nauwelijks kritiek en tegenspraak. Tijdens en vlak na de bevrijding was hij, als opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten en icoon van het verzet, alleen nog maar meer toegejuicht en vereerd. Mateloos populair en met een gevoel van onaantastbaarheid begon hij, vol van rijke ervaringen en met heel veel nieuwe connecties, aan de verbeterde versie van zijn vrijgevochten bestaan van voor mei 1940.

Bernhards oorlogsjaren vormen slechts een onderdeel van 'Niets was wat het leek', een samenballing van vele jaren aan publicaties over en onderzoek naar de prins door Gerard Aalders. Het boek schetst een pijnlijk beeld van een man die steeds weer het maximale wist te halen uit wat hem geboden werd. Van constitutionele en andere beperkingen trok hij zich weinig aan.

Zoveel werd de prins trouwens niet in de weg gelegd. Liever sprak men over zijn verdiensten, terwijl je achter vele daarvan toch echt vraagtekens kunt zetten. Zo vraagt Aalders zich nog maar eens af hoe Bernhard oorlogsicoon kon worden en of zijn vele reizen Nederland echt zoveel opleverden.

Opvallend blijft de schaamteloosheid waarmee Bernhard opereerde. Wie hem op visite kreeg, ontving een lijst met wensen van de prins. De rekening was óf voor de ontvangende partij, óf ging naar de overheid. Hij liet zich gerust betalen door bedrijven waarvoor hij in het buitenland goodwill probeerde te kweken.

Als hij een onderneming bezocht, kwam het voor dat zijn secretariaat vooraf cadeausuggesties doorgaf. Een autobandenfabrikant kreeg te horen dat de prins best wat banden kon gebruiken. In plaats daarvan stuurde de directie drie gouden sleutelhangers: voor Bernhard en zijn twee oudste dochters. De prins schreef een brief terug. Of er nog eentje kon komen voor prinses Margriet, die ook haar rijbewijs zou halen.

Aalders refereert aan zoveel kwesties en affaires dat als vanzelf een chronique scandaleuse ontstaat. Een voetbaltrainer zou zeggen: laat de bal meer het werk doen. Bernhards doen en laten shockeren al voldoende. Maar de auteur heeft niet genoeg aan de feiten. Hij voegt er een stevige portie verontwaardiging aan toe.

De aanklagerstoon van Aalders en suggestieve terzijdes zijn tamelijk overbodig en gaan na verloop van tijd irriteren. De kruistocht van de auteur tegen Bernhard roept herinneringen op aan de decennialange strijd van Willem Oltmans tegen de gevestigde orde: in de kern had hij gelijk, maar zijn licht hysterische toon zorgde ervoor dat hij dit pas heel laat kreeg.

'Niets was wat het leek' toont nog maar eens aan hoezeer de figuur van Bernhard schreeuwt om een goede biograaf. Annejet van der Zijl verrichtte uitstekend werk; ze liet de onthutsende archiefvondsten voor zichzelf spreken. Maar ze beperkte zich tot de jonge prins. Als één figuur in de recente Nederlandse geschiedenis zich leent voor een meerdelige biografie met elementen uit zo'n beetje alle literaire genres dan is het Bernhard wel.

Aalders' boek toont ook de noodzaak aan van een gedegen studie naar het gedrag van kringen rond het Koninklijk Huis. Bernhards uitspattingen waren mogelijk dankzij het paladijnengedrag dat hem omgaf. Iets van de wonderlijke betovering hangt nog steeds rond de beroemdste familie van Nederland. Voor een goed begrip van het functioneren van een constitutioneel monarch in een democratie is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de Oranjes. Het onder de loep nemen van de Oranjeklanten en de gelegenheids-Oranjeklanten kan zeker zoveel opleveren.

Hoe het werkte bij Bernhard laat Aalders zien. Hij nam al velen voor zich in door ze te betitelen als 'vrienden'. Het leverde hem een wonderlijk netwerk op met vogels van zeer diverse pluimage. Er waren ook genootschappen als de 'Dassenclub' en de 'Pandaclub' waarin niet zelden discutabele types opdoken. Journalisten en historici werden ook ingepakt. Waar Aalders zelf doorschiet als inquisiteur, gunden andere scribenten de prins vaak al te gemakkelijk het voordeel van de twijfel.

Een volstrekt andere hoofdpersoon heeft Jolande Withuis. Haar biografie over Juliana (verwachte verschijning: volgend jaar) zal het dominante beeld van de brave, ietwat naïeve koningin waarschijnlijk wat bijstellen. 'Juliana's vergeten oorlog' is daar alvast een voorschot op.

Met indringende studies als 'Na het kamp' en 'Weest manlijk, zijt sterk' (over verzetsman Pim Boellaard) bewees Withuis al eerder het vak van historicus te verstaan, én te kunnen schrijven. Zij zoekt bij het portretteren van Juliana vooral de nuance.

Soms leek de prinses inderdaad enigszins wereldvreemd. Bijvoorbeeld als ze over de bezetting in Nederland zegt dat er geen reden is "om aan te nemen, dat 't de burgerbevolking slecht zou gaan, als ze zich 'koest' houden". Anders dan Bernhard wekte oorlog bij haar religieuze aspiraties op. Ze zag een strijd tussen Goed en Kwaad.

Zo konden haar toespraken voor iemand zo ver van de bezetting zelfs pathetisch en een tikje gratuit klinken: "Er bestaat niets, wat een te groot offer zou zijn, als wij de dageraad van de opstanding zien, die komen zal, als eenmaal de strijd voorbij is."

De prinses was minder pacifistisch dan op grond van latere redes wel wordt aangenomen. Ze was niet dol op het krijgsbedrijf zoals haar man, maar nu het erop aankwam, schuwde ze uitspraken als 'Strijd is identiek aan leven' niet. De mannen van haar tijd wilden in Juliana vooral een zorgzame moeder zien. Dus overheerste dat beeld in propagandafilms en keek ook de oorlogsgeschiedschrijver zo naar haar. In de praktijk was Juliana behoorlijk vaak op pad en meestal zonder kinderen. De huishoudelijke taken waren ook in Canada uitbesteed aan personeel.

Het minst overtuigend is de nadruk die Withuis legt op het belang van Juliana's werk tijdens de oorlog. De lezer krijgt zelfs een gedetailleerd, zes pagina's lang overzicht van alle optredens, reizen en radioredes van de kroonprinses in de jaren 1940-1945.

Dat Juliana warme banden onderhield met de Roosevelts en zo mogelijk wat betekende bij het bepleiten van de Nederlandse zaak valt zeker niet uit te sluiten, maar dat wisten we al. Alle andere, minder bekende activiteiten die Withuis noemt, kweekten waarschijnlijk ook goodwill. Toch lijken ze al met al nog het meest van belang geweest voor de persoonlijke ontwikkeling van de vrouw die voorbestemd was om snel koningin te worden.

Gerard Aalders: Niets was wat het leek. Prins Bernhard. Boom, Amsterdam; 464 blz. euro 19,90

Jolande Withuis: Juliana's vergeten oorlog.

De Bezige Bij, Amsterdam; 128 blz. euro 14,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden