Julia hoefde nooit de was te doen

(Trouw) Beeld
(Trouw)

We hebben een ongekende vrijheid en welvaart. En toch klagen we steen en been. In zijn nieuwe boek leert filosoof Sebastien Valkenberg ons dat we geluksvogels zijn. Zo kunnen we tegenwoordig bijvoorbeeld uit liefde trouwen, al is ook dat niet zaligmakend. Een voorpublicatie.

Had ’Romeo en Julia’ zich in de eenentwintigste eeuw kunnen afspelen? Eerst nog maar eens de plot van het beroemdste liefdesverhaal (1595) ooit. Twee pubers ontmoeten elkaar en zijn op slag verliefd. Ze weten echter ook dat ze aan hun gevoelens op geen enkele manier gehoor kunnen geven. Haar vader heeft Julia al weggegeven aan een ander. Maar nog zwaarwegender is het gegeven dat Romeo tot de familie van de aartsvijand behoort.

Met hoogoplopende emoties had het huwelijk oorspronkelijk weinig van doen, laat staan dat de trouwdag tot de mooiste dag uit een mensenleven moest leiden. Dat kunnen de aanstaande bruid en de bruidegom zich in het Westen pas sinds enige decennia permitteren. Overigens leidt deze ontwikkeling weer tot nieuwe zorgen: als het allerhoogste de inzet wordt van de bruiloft, is het risico groot dat de bewuste dag tegenvalt.

Zulke zorgen waren enkele decennia geleden nauwelijks aan de orde. De verwachting, nee, de eis dat de bruiloft een eredienst is voor de liefde, heerste in mindere mate dan tegenwoordig, maar de plannen van ouders en die van twee geliefden konden samenvallen. Gearrangeerd en toch niet wars van liefde: die combinatie was niet ondenkbaar in een huwelijk.

Hoe werd er dan wel getrouwd? Dé familieroman bij uitstek is ’Buddenbrooks’, de debuutroman (1901) van Thomas Mann. Het boek, aldus de ondertitel, gaat over ’het verval van een familie’. Verschillende factoren dragen daar aan bij. Eén daarvan is het ongelukkige huwelijk van Antonie Buddenbrook, liefkozend aangeduid als Tony.

Die episode begint als de Hamburgse koopman Bendix Grünlich zich laat aandienen bij de consul Johann Buddenbrook. Hij begint onmiddellijk diens dochter Tony het hof te maken. Zij vindt hem ’mallotig’. Haar vader daarentegen staat welwillend tegenover een huwelijk, zeker nadat hij de boekhouding van Grünlich heeft ingezien. ’Ik kan niet anders dan dit huwelijk, dat de familie en de firma slechts tot voordeel zou strekken, dringend wensen.’ De antipathie van Tony jegens Grünlich doet niet ter zake.

Voortdurend is de oude Buddenbrook in een strijd verwikkeld met andere voorname families van de stad. Wiens bezit en prestige zijn het grootst en wie mag daardoor aanspraak maken op de hoogste politieke titel ’senator’? Een van de manieren om dit te verwezenlijken is via een strategisch huwelijk. Dus moet Tony haar gevoelens aan de kant zetten en trouwen met Grünlich. Overigens zal hun verstandshuwelijk maar van korte duur zijn: niet alleen is de liefde ver te zoeken, in plaats van een welkome injectie van het familiekapitaal blijkt het aangetrouwde familielid een forse kostenpost. Het onderzoek naar zijn boeken had grondiger gemogen, geeft ook Buddenbrook zelf toe. Uiteindelijk wacht Tony een lot dat het ultieme spookbeeld was voor een vrouw uit haar tijd: de verbintenis wordt ontbonden en zij eindigt als een oude vrijster.

Trouwen was in meerdere opzichten een strategische manoeuvre. Niet alleen vanuit het perspectief van Buddenbrook senior, maar evenzeer vanuit dat van Tony, ook al zal ze dit niet snel toegeven. Vrouwen hadden namelijk hun bestaanszekerheid veilig te stellen. Veel mogelijkheden daartoe hadden ze niet. Een opleiding volgen ter vergroting van je zelfstandigheid? Die mogelijkheid is een verworvenheid uit de twintigste eeuw. Tony miste de juiste voorbereiding, zoals haar broers, die van jongs af aan waren klaargestoomd om op den duur het familiebedrijf te leiden. En ook de staat was nog niet de leverancier van sociale voorzieningen die ze tegenwoordig is.

Tegen deze achtergrond moet het huwelijk worden geplaatst. De goddelijke zegening was onmisbaar, een knallend feest mooi meegenomen, maar de waarde van het instituut was vooral gelegen in het tekenen van de akte. De deal kwam grofweg hierop neer: de echtgenoten beloofden levenslang zo goed mogelijk voor elkaar te zorgen: de man door geld in het laatje te brengen en de vrouw door het huishouden voor haar rekening te nemen en de opvoeding van de kinderen. Ze zijn elkaars sociale zekerheid.

Hoe anders is dat tegenwoordig. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw heeft geluk eindelijk de status die Aristoteles het in zijn ’Ethica Nicomachea’ had toebedacht: die van het hoogste goed. Vraag aan mensen wat ze ambiëren en de kans is groot dat ze antwoorden: een gelukkig leven.

Deze benadering heeft ook gevolgen voor de praktijk van het trouwen. Mogelijke partners worden in hoge mate getoetst op de vraag of ze hun steentje kunnen bijdragen aan iemands geluk. De huidige situatie voor geliefden lijkt het fotonegatief van die van Tony Buddenbrook, aan wier geluk haar vader een broertje dood had.

Maar sommige zaken heeft de tijd niet ongedaan gemaakt. Nog steeds is de huwelijksvoltrekking een zakelijk transactie – hoewel dat nogal eens wordt vergeten of hooguit als een voetnoot bij de ceremonie wordt beschouwd. Het is goed dat de aanstaande echtelieden zich nog eens realiseren dat de stap die ze zetten hen óók tot zakelijke partners maakt. Daar doen de geweldige veranderingen sinds ’Buddenbrooks’ niets aan af. De arbeidsparticipatie van vrouwen is sindsdien indrukwekkend gestegen, waardoor ze in hun eigen onderhoud kunnen voorzien en niet meer om die reden aan de man hoeven. De autonomie, door de oude Buddenbrook zo verfoeid, heeft een geweldige vlucht genomen, waarvan Tony alleen maar kon dromen. En niemand hoeft nog echt te vrezen voor de goot dankzij een waaier aan sociale verzekeringen en andere voorzieningen.

Die zorgen ervoor dat rampen van de buitencategorie, zoals langdurige ziekte, niet leiden tot de bedelstaf. Maar hoe ga je om met de meer alledaagse lasten? Dan kan de gehuwde staat uitkomst bieden. In veel gevallen kunnen die pijntjes over beide echtelieden worden verdeeld. Eigenlijk net zoals partners belastingtechnisch kunnen schuiven met hun inkomens – welk deel komt ten laste van wie? – met als resultaat een zo gunstig mogelijke aanslag.

Stel dat een van de partners weer wil gaan studeren. Dat zou betekenen: stoppen met werken of minder gaan werken, maar in elk geval inkomstenderving. Er is immers maar een beperkte hoeveelheid tijd te verdelen. In je eentje is deze terugval in inkomen knap lastig te verwerken – en ondertussen loopt de hypotheek gewoon door. Dan maar geen studie. Ambitie wordt geofferd aan de harde realiteit. Dan biedt het uitkomst als je partner tijdelijk (een groot deel van) de vaste lasten voor zijn rekening neemt. Zo ontstaat er ruimte om weer te gaan studeren.

De romantische gedachte dat liefde het enige bestanddeel is voor het huwelijk – en moet zijn – is niet alleen een misvatting, maar ook een valkuil. Want wat doe je als de hartstocht die het prille begin van de relatie haar gloed verleende, langzaam minder wordt, misschien wel voor een langere periode? Zo onwaarschijnlijk is zo’n scenario niet: gewenning haalt van alle emoties de scherpe kantjes af. En zo betreurenswaardig is dit ook niet. Het alles verterende karakter van de liefde maakt dat zij op gespannen voet staat met de wereld – Hannah Arendt noemde haar in ’The Human Condition’ (1958) zelfs ’krachtens haar wezen onwerelds’. Tijdens de eerste weken van uitzinnige verliefdheid kun je je nog onttrekken aan afspraken en verplichtingen. Je omgeving is bereid je dat tijdelijk te vergeven. Er komt echter een moment dat de agenda het dagelijkse ritme weer gaat dicteren.

Zo ontstaat de paradox van de romanticus. Wie inzet op het allerhoogste loopt kans dat dit vroegtijdig moet worden ontbonden. De romantische idee dat dit instituut slechts in het teken moet staan van de zuiverste gevoelens tussen twee mensen en besmeurd zou worden door de zakelijke aspecten ervan is onhoudbaar. Geen gelofte zou het overleven.

Stel dat Romeo en Julia wel met elkaar hadden mogen trouwen en ze de prilheid van hun liefde voorbij waren geraakt. Hoe was de staat geweest van hun huwelijk bij hun koperen jubileum? Dan hadden ze, net als iedereen, te maken gekregen met gewenning aan elkaar, sleur in het huishouden en aanverwante verplichtingen. Julia heeft nooit de was hoeven doen. Was ze hieraan wel toegekomen, had dit haar ongetwijfeld punten gekost in de beeldvorming: de liefde bekommert zich niet om zulke banale zaken als het huishouden. Desondanks is het waarschijnlijk dat deze relativeringen Julia niet hadden weerhouden van een huwelijk met Romeo. En zo hoort het ook.

null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden