Klein Verslag

Juist nu de zomer losbarst, voel ik diezelfde somberte

null Beeld rv
Beeld rv

Weer is het ineens zomer. Wolkenloze hemel, uitbottende bomen, bloeiende wisteria en rozemarijn. Australië sluipt mijn verbeelding in.

De zon, brandend op het dak van de uitbouw, op het markiezendoek. Huizen hijgen weer uit open ramen. Het strand is heet, de zee is ijzig.

Ik zit een tijdje buiten in het licht en lees een boek door een spleet tussen mijn oogleden. Chatwin, opnieuw Chatwin. 'The Songlines'. Zijn tocht door het binnenste van Australië. Pas nu zie ik dat hij een helletocht beschrijft, de natuur is ongenaakbaar, de Aboriginals weerbarstig en mysterieus, de Australiërs lomp en hoekig.

In de verzengende hitte beklimt hij een heuvel, zijn weg zoekend door laag, doornig struikgewas en gras dat spinifex heet; de hand die hij even op een pol legde, zit ineens vol stekels, die hij één voor één uittrekt. Bevangen rust hij in de halfschaduw van een boom, het zweet druipend in zijn ogen 'zodat alles vaag en buiten proporties leek'.

Aan hem voorbij klauwt uit het niets een reusachtige varaan met een lilakleurige tong en een bek vol gemeen scherpe tandjes. Geschrokken keert hij over puinrichels en glijbanen van keien terug naar het kamp beneden, en stapt bijna op een koningscobra.

"Ik zette mijn benen in hun achteruit en stapte terug, heel langzaam, een... twee, een... twee. De slang trok zich ook terug en gleed een hol in. Ik zei tegen mezelf: 'Je bent doodkalm' - tot ik de golven van misselijkheid voelde opkomen."

Het was de enige wandeling die Bruce Chatwin, die met een gids onderweg was, in z'n eentje had ondernomen.

Ik voel de hitte nu ook, de zon brandt in mijn huid en op mijn kop, ik zie zwarte vlekken.

Australië, dat onbarmhartige Australië, is mijn verbeelding binnengeslopen, dat land van mijn kindheid, van die mislukte emigratie, van herinneringen die met hitte en trauma te maken hebben: het branden van mijn vingers aan een gloeilamp op een nasmeulende brandstapel, het branden van mijn blote voetzolen op het trottoir en altijd daarbij die oude en lang volgehouden toevoeging van mijn moeder dat het er in de zomer wel vijfenveertig graden heet kon worden. Mijn moeder die heimwee kreeg. Die de droom van mijn vader vernietigde.

En veel later, terug in Nederland, werd de bestseller 'De Doornvogels' (1977) van Colleen McCullough haar lievelingsboek - die triestzoete roman over de onmogelijke liefde van een jonge vrouw voor een priester tegen de achtergrond van dat ruige, stoffige Australische land, dat land dat zo onverschillig is tegenover nieuwkomers.

Nieuwkomers als wij.

Ik heb haar 'Thornbirds' net besteld, al was het maar om vast te stellen of er toch nog een zweem van spijt of verlangen in te lezen is, spijt om wat ze mijn vader aandeed, mijn vader die een man was van de zomer, van de warmte, van dat licht, maar die nooit zijn vrouw iets heeft verweten en haar en de kinderen een jaar later achterna reisde, terug naar de haven van Rotterdam, waar het op de dag van zijn ontscheping ongenadig regende en hij als aller-, allerlaatste van de treeplank kwam.

Tegen het eind van zijn leven leed mijn vader aan neerslachtigheid, zat maanden thuis. En soms, zoals nu, juist nu de zomer losbarst, voel ik diezelfde somberte, over al het ontoereikende.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier eerdere afleveringen van Klein Verslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden