Judotop mijdt NK alle categorieën

DEN BOSCH - Post-olympische depressies en blessures hielden zaterdag twee complete Nederlandse ploegen buiten de judomatten van de NK alle categorieën. Een titelstrijd die bovendien op een zo vreemd tijdstip plaatsvond, dat zelfs een derde excuus voor afzegging kon worden opgevoerd.

Reeds in januari van dit jaar waren vier kampioenen der veelzijdigen gekroond. Waarom dan in hetzelfde jaar en zo vlak na de Olympische Spelen nogmaals een gevecht om diezelfde, relatief niet zo aansprekende eer? Met de EK's voor landenploegen (over drie weken) en de belangrijkere nationale titelstrijd in de diverse gewichtscategorieën (november) voor de deur. Op dat laatste evenement worden immers de tickets verdeeld voor de internationale toernooien waarmee de selectiemolen voor EK's en WK's in gang wordt gezet. Want ook na Atlanta gaat het leven door, hoe moeizaam ook voor sommigen.

Vrouwenbondscoach Cor van der Geest kon geen antwoord geven op het waarom van het kampioenschap. Net zo min als hij kon zeggen waarom zowel bij mannen als vrouwen de in twee gewichtsgroepen verdeelde 'alle categorieën' ineens met enkele kilo's waren opgewaardeerd. Hij schudde slechts het hoofd, wees op al die afwezige toppers en de aanwezige televisie-camera's en concludeerde mismoedig: “Zo weet je dat je weer twee stappen achteruit doet.”

Het was een imposante lijst van namen, die van de niét-deelnemers: Mark Huizinga, Ben Sonnemans, Danny Ebbers, Jessica en Jenny Gal, Angelique Seriese, Monique van der Lee, Karin Kienhuis en Claudia Zwiers. Van de olympische equipe bleek slechts Patrick Klas lichamelijk en geestelijk zodanig ongeschonden, dat hij tot de finale van de 'lichte' jongens geraakte. Hij stuitte in die eindstrijd op Maarten Arens, die als een van de weinigen het kampioenschap aangreep voor een 'waardevolle overwinning'.

Voor Arens was er dan ook die vervelende voorgeschiedenis. Sneller dan hij de top had bestegen, was hij er weer uitgekieperd en niet alleen dat had pijn gedaan. Het was vooral de wetenschap dat zijn internationale carrière wel eens definitief in de kiem kon zijn gesmoord, met dat fantastische talent Mark Huizinga voor zich. In 1995 werd Arens als eerste Nederlander in de historie Europees kampioen in de moeilijke tot 86 kilogram-klasse. Het was in datzelfde toernooi in Birmingham dat Huizinga aan het denken werd gezet na zijn vijfde plaats in -78. Zat was hij het telkenmale voor een belangrijk toernooi kilo's te moeten afvallen, waarmee hem ook het beslissende beetje kracht ontglipte. Hij besloot - tot ontsteltenis van bijvoorbeeld Arens en Smulders - zijn geluk een gewichtsklasse hoger te zoeken.

Het was midden in het olympisch seizoen een gewaagde gok, die wonderlijk goed uitviel. Huizinga verdrong Arens van zijn 'beschermde' positie, werd Europees kampioen en moest het in Atlanta 'slechts' met brons doen omdat hij al in de eerste ronde de uiteindelijke olympisch kampioen Jeon trof. Het was zijn enige nederlaag in een unieke serie van vijftien wedstrijden die hij verder allemaal op ippon won.

Huizinga, kampend met een teenblessure, wordt wel gezien als de toekomstige olympische vorst. Arens realiseert zich daarom welke onmogelijke opdracht hem in de -86 wacht, bij internationale titeltoernooien komt immers maar één vertegenwoordiger per land op de tatami. Dus heeft hij besloten dezelfde weg als Huizinga te bewandelen, zij het in tegengestelde richting. Van -86 naar -78. Arens geeft toe in het ongewisse te verkeren over het effect dat die omslag kan hebben. Hij woog eerder over het algemeen 87 kilogram en moest dus zelfs voor zijn oude categorie licht afvallen; nu moet hij rond zijn huidige 81 kilogram blijven en zal vet- en vochtafname hem voor wedstrijden naar de goede kant van de waagschaal moeten voeren.

Zodra Arens terugkijkt naar het verleden, lijkt de judoka vol twijfels te zitten over zijn opmerkelijke stap. “Ik heb Mark jarenlang zo bezig gezien en snapte eerlijk gezegd nooit dat hij het redde. Ik was blij dat ik na de junioren ben overgestapt naar een zwaardere klasse. Ik stond hier na de eerste partijen te tollen op mijn benen en had in de tweede kunnen verliezen omdat ik stond te slapen. Ik moet het echte effect nog zien. Tenslotte doe ik dit niet voor één keer, maar voor een langere termijn.”

Dennis van der Geest was zaterdag de enige prolongator van een titel in Den Bosch (+81), maar vroeg zich af of hij blij mocht zijn met zijn finale-winst over Roy Poels. De Haarlemmer stond zo te schutteren, dat hij als Nederlands kampioen flink werd uitgefoeterd door trainer/vader Cor. En terecht, zo vond het middelpunt van kritiek zelf. Dennis van de Geest rangschikte zichzelf in de categorie der trainingskampioenen. Hoe fantastisch werpt hij niet zowel licht als zwaar, zolang het om teen- en vingeroefeningen gaat. Waarna hij op de wedstrijdmat geheel blokkeert. “Vorig jaar was ik de underdog en presteerde ik ontspannen. Nu moet ik er op elk NK staan. Maar zoals ik hier stond te judoën, dat was belachelijk. Ik moet nu het beste uit mezelf halen en daar heb ik moeite mee.”

Bij een psycholoog wil het talent niet aan tafel, omdat het hem waardevoller lijkt zijn probleem zelf te overwinnen. Een mogelijk louterende wisseling van trainer wijst hij van de hand. Ofschoon hij toegeeft “uit een warm nestje” te komen en misschien te beschermd is gebracht. Zeker, hij traint keihard, maar door dat talent en die faciliteiten is ook veel komen aanwaaien. “Ik sta hier als een krant te judoën en toch win ik. Maar een andere trainer? Nee, tenslotte weet mijn vader alles van me.” Dat zal inderdaad zo zijn. Misschien daarom concludeerde vader Cor zaterdag wel dat een half jaar Japan voor zoon Dennis geen kwaad zou kunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden