Judoka's sloopten hun lichaam, zo ging dat

interview | Marjolein van Unen vertrekt na 18 jaar noodgedwongen als bondscoach bij de vrouwenjudoka's. 'Ik heb roofbouw gepleegd.'

De geest wil door, het lichaam is op. Marjolein van Unen (52) neemt vandaag tijdens de NK judo in Rotterdam na 18 jaar afscheid als bondscoach, al heeft ze zich niet verzoend met dat lot. "Ik wil nog niet weg uit de topsport."

Euforie en pijn gaan in topsport hand in hand, zeker waar het judo betreft. De combinatie is verslavend, Van Unen moet ervan afkicken. Met als complicatie dat de dosis van haar pijnstillende morfinepleisters ook omlaag moet. Over dat laatste: "Dat gaat nog een lastige uitdaging worden".

Van Unen weet wat gedwongen afscheid nemen is. Ze deed dat eerder op 24-jarige leeftijd als succesvol judoka. Toen kwam pas een half jaar later de klap. De overeenkomst met nu: doorgaan is onverantwoord. Met dien verstande dat stoppen als topjudoka de opening bood om normaal te blijven functioneren. Met de niet te repareren vervolgschade die ze in een stressvol leven als bondscoach heeft opgelopen, ligt dat anders.

De oorzaak van de huidige problemen ligt in het verleden, toen kennis en mentaliteit onvergelijkbaar waren met nu. "Je werd hard op je nek gezet, men ging ervan uit dat je een zware hersenschudding had en veertien dagen later stond je weer op de mat."

Daar ligt de oorsprong van de klacht die haar nu nekt. Hoog boven in de nek, bij de atlaswervel met de gewrichtsvlakken waarop de schedel rust, zit een breuk. De afgelopen jaren werden de hoofdbewegingen steeds stijver. "Vorig jaar kon ik amper nog autorijden. Op de mat was ik als de dood dat judoka's tegen me aan vielen. Ik was echt bang, ik had zoveel pijn."

Een jaar geleden pas werd de breuk ontdekt. "Er zitten woekeringen en artrose. Ze durven niet te opereren, er zit een te groot bloedvat. Ook bij een second opinion in Duitsland zei de arts dat er niets aan te doen is. Ik moest met pijnstillers aan de gang, kreeg het advies een iets rustiger leven te gaan leiden. Hou toch op met je gezeik, daar komen ze tenslotte allemaal mee, dacht ik. Een jaar of twee moet nog kunnen, tot Rio. Als ik maar een beetje oplet met wat ik doe."

Dat was tegen beter weten in. Ooit is berekend dat een judobondscoach in een pre-olympisch en olympisch jaar voor 1.75 FTE werkt. "Ik pleegde roofbouw met reizen, jetlags, trainingskampen, toernooien, stress, slechte bedden. Ik kwam uitgeput thuis, sliep, en ging verder. Terwijl die pijn de energie uit me trok. Ik verloor tijdens de laatste toernooien aan scherpte. Dat kon ik tegenover de sporters niet maken, het gaat uiteindelijk om hun prestatie.

"De afgelopen drie maanden waren verschrikkelijk, ik zat er zo zwaar doorheen dat ik niet eens inzag dat het niet meer ging. Je keek me aan, en ik liep over. Alles was te veel."

Marion van Dorssen, oud-judoka en vriendin, hield haar een spiegel voor. "Zij zei: 'Jij praat elke keer over je meiden, over je verantwoordelijkheden tegenover hen, maar hoe zit het met jouzelf? Ik hoor jou altijd ergens op de derde, vierde plaats komen'. Daar moest ik haar gelijk in geven.

"Als ik als actieve judoka had geweten wat ik nu weet, dan had ik er niet zo bij gezeten. Je zult het van alle sporters uit die tijd horen: trainen tot je erbij neervalt, met daarnaast een baan. Rust was niet belangrijk, revalidatietrajecten bestonden niet. Ik moest het hebben van hard werken, niet van talent. Ik was geen Mercedes maar een lelijk eendje. We sloopten ons lichaam, er zijn tal van voorbeelden.

"Met mijn 82 kilo was ik zwaargewicht, internationaal waren er tegenstandsters van 150 kilo. Ik trainde met mannen. Ik dacht dat zo'n trainingszaal vier hoeken had, ik zag ze zo vaak dat het er zestien leken. Kwam ik thuis, vroeg mijn moeder: 'Wil jij hiermee door?' Ik wist op mijn tiende al dat ik wereldkampioen wilde worden. Daar ging ik stuk voor, dat maakte me geen zak uit.

"Ik had een slechte, overbelaste rug, daarmee kwam ik kruipend mijn bed uit. Met die trainingen was het overbelasting op overbelasting. De fysiotherapeut deed er sponsjes met elektroden op. Moest ik na een half uurtje aan een touwtje trekken als ik klaar was."

"In mijn laatste actieve jaar kwam ik terecht bij topsportarts Peter Vergouwen. Die constateerde een scheur in mijn lendenwervel, doorgaan was onverantwoord. Ik heb nog een WK gedraaid, je wilt toch een mooi slot. Twee jaar later was judo demonstratiesport op de Olympische Spelen en won Angelique Seriese. Ik vond het vreselijk, ik had altijd van haar gewonnen."

Er was een wanhoopspoging die haar combinatie van vrolijkheid en tragiek symboliseert. Samen met Rob Henneveld, ook rugpatiënt, toog ze naar een paranormaal genezer . "We hebben onderweg vreselijk gelachen, gaan we naar een tovenaar? Dat kleine mannetje keek je aan met zijn donkere ogen, liep achter ons langs en zei duwend: hier zit het. Ik dacht dat ik boven het plafond zat, bij Rob was het niet anders. De boel was gewoon kapot. We waren doodstil toen we terugreden."

Om een andere weg in te slaan, solliciteerde Van Unen drie jaar geleden op de vacature van technisch directeur. Ze dacht daarvoor in de 15 jaar als bondscoach genoeg kennis en waardering te hebben opgebouwd. "Dat was dus niet zo. Waarom ik het niet werd, is me nooit gezegd. Misschien ben ik te gebekt, niet genoeg te sturen."

Van Unen vermoedt dat ze, net zoals destijds voor bondscoach, drie keer zal moet solliciteren voor ze kans maakt nogmaals op een hoge post het mannenbolwerk binnen te kunnen dringen. "Er is niets veranderd. Kijk hoe belangrijk vrouwensport is, vrouwen halen de meeste olympische medailles. Maar er zit geen vrouw in de begeleidingsteams. Ik verbaas me erover dat daar niets aan wordt gedaan."

Voor het eerst in haar leven heeft Van Unen geen doel. Ze wil meer dan de sportschool in Brielle die ze dertig jaar geleden met haar zus Joyce begon. "Judo is mijn leven, ik wil nog niet weg uit de topsport. Ik moet nu alleen even tot mezelf komen, mijn lichaam rust gunnen en een klein beetje afstand nemen."

Misschien kan ze iets doen met het borgen van kennis van ervaren trainers, zoals de dit jaar ontslagen technisch directeur Ben Sonnemans van plan was. "Als coach moet je een duizendpoot zijn. Daar moet met een judospecifieke cursus mastercoach of iemand die observeert en bijstuurt meer uit te halen zijn."

Met collega Maarten Arens is ze goede judomaatjes geworden. Hij kan altijd bij haar terecht om te "stoeien over de problematiek in het judo". Zoals ze op de achtergrond onder anderen judoka Marhinde Verkerk blijft adviseren. "Judo is een verslaving, ik heb de neiging om zo weer... ja dat is een valkuil hè? Natuurlijk doe ik dat ook om een beetje te wennen."

Net als het langzaam minderen met de morfinepleisters.

Van Unen was steeds de eerste

Marjolein van Unen (7 december 1962, Schiedam) mist in het interview "de mooie tijden die ik in het judo heb beleefd". Het afscheid mag dan niet feestelijk zijn, de somberheid hoeft niet te overheersen. Maar het eerste waar ze naar verwijst zijn medailles van anderen. "Je eigen carrière is al zo ver naar de achtergrond." Van Unen denkt graag in teamprestaties. Waar anderen daaraan makkelijk voorbijgaan, noemt ze de wereldtitel landenteams "magnifiek". Of die op Europees niveau met het afscheid van Edith Bosch, met Marhinde Verkerk de wereldkampioene die zij afleverde. Ook waren er zeven Europese kampioenen en zes olympische medailles. "Ik was de eerste Europese judokampioene uit Nederland, de eerste vrouwelijke Nederlandse judobondscoach en kreeg als eerste Nederlandse vrouw de zevende dan." Haar droom, wereldkampioen worden, ging niet in vervulling, al was er twee keer zilver en brons. Van haar drie Europese titels was de eerste de mooiste. "Ik won in 1982 de finale van zevenvoudig Europees kampioene Kieburg. En dan vooral vanwege de manier waarop, vol overmacht. Dat was een mooi moment."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden