judo / Een constant gevecht met tegenslag

Het woord opgeven komt niet voor in haar vocabulaire. Zodra judoka Deborah Gravenstijn opkrabbelt, volgt een nieuwe dreun. Maar haar blijmoedigheid lijkt onbreekbaar, net als haar ambities op de tatami.

Deborah Gravenstijn lijkt niet geboren voor het geluk. Wéér werkt ze aan een comeback, en wéér is er zware averij. Zaterdag staat ze na twee operaties voor het eerst sinds anderhalf jaar in Praag weer op een wedstrijdmat. Maar eerst bracht de judoka haar vijftigjarige moeder naar haar laatste rustplaats.

Zo is haar lange judocarrière verweven met fysieke en psychische blessures. Zeker nadat ze in haar topjaar 2001 zilver won op de Europese en wereldkampioenschappen, kreeg zij nimmer de kans om zich ongestoord verder te ontwikkelen.

Dat ze in 2004 in Athene nog een bronzen olympische medaille won, mag een klein wonder worden genoemd. Zware blessures aan schouder, onderarm en knie en een virusinfectie dwongen haar constant een achterstand weg te werken. Tot overmaat van ramp maakte een vriend een einde aan zijn leven en werd midden in de voorbereiding op Athene bij haar moeder borstkanker geconstateerd.

De vreugde over de succesvolle operatie en het feit dat haar moeder tijdens de Spelen aanwezig was, werd twee maanden later wreed weggevaagd. Haar 22-jarige zus Merghery, steun en toeverlaat, werd ziek en stierf binnen acht uur aan een zeldzame bacteriële infectie.

,,Ik ben in 2004 voortdurend in gevecht met het leven geweest en die strijd kun je niet winnen’’, zei ze in het Algemeen Dagblad. Gravenstijn zocht afleiding van de tegenslag en wraak voor het feit dat ze na haar Europese jeugdtitel van 1992 nooit meer een internationaal kampioenschap heeft gewonnen. Tegen beter weten in nam ze deel aan de EK in Rotterdam van 2005 waar ze teleurstellend zevende werd. ,,In judo kan ik mijn agressie kwijt, het is een uitlaatklep’’, zei ze destijds in Trouw. ,,Op de judomat voel ik me het prettigst, daar ben ik mezelf.’’

De judoka van creools/hindoestaanse afkomst zegt altijd te volharden, en wijst daarbij op de vele vreemde culturen die in haar bloed verenigd zijn, zoals die van Duitsers en Indianen, ,,die ook nooit opgeven’’.

Dat bewijst ze ook nu weer. Bijna anderhalf jaar lang bleef ze buiten de wedstrijdmat na een hernia- en knieoperatie. Op 32-jarige leeftijd richt ze zich op de Olympische Spelen van Peking, omdat ze nog niet klaar is met haar sport.

Hoeveel kan een mens hebben, luidt de vraag aan Jan de Rooij. ,,Dat vraag ik me ook wel eens af’’, luidt het antwoord van de trainer die Gravenstijn als zesjarige onder zijn hoede kreeg en haar min of meer opnam in zijn gezin. ,,Wat ik met Deborah meemaak, is iets heel aparts dat je gelukkig niet elke dag meemaakt.’’

De Brabander reageert instemmend op de suggestie dat judo voor haar een manier van afreageren is. ,,De sport geeft haar in elk geval behoorlijk wat afleiding, daar houdt ze zich aan vast. Maar ik weet niet hoelang dat nog kan duren.’’

,,Haar ambitie komt geheel vanuit haarzelf. Ik push dit niet. Ze is over de 30 en ik vind dat ze haar leven zo moet invullen dat het voor haar goed is. Zij neemt hierin het voortouw, ik help haar. Ze is een van de weinige judoka’s waarmee ik heb samengewerkt die veel in haar carrière zelf heeft uitgestippeld.’’

Zo weerbaar als Gravenstijn mentaal is, zo kwetsbaar is ze fysiek. ,,Ze is altijd blessuregevoelig geweest’’, stelt De Rooij vast. ,,Eigenlijk is haar lichaam niet sterk genoeg voor de wijze waarop ze judoot. Ze is razendsnel, moet daarvoor heel sterk zijn, maar heeft een tenger figuur. Haar benen zijn niet meer dan twee dikke palingen, bij wijze van spreken. Als ze is afgetraind, zit er niet veel meer aan haar lijf.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden