Judith Wolf-Oostenbroek (78) uit Amstelveen stemt op en is lid van GroenLinks.

“Ik stond te trappelen op de stoep van de CPN om lid te worden. Achttien was ik. Deze partij was in mijn ogen zo consequent. Alle CPN-neuzen stonden altijd dezelfde kant op. Zij wilden al voor de oorlog dat Nederland Indonesië losliet. Na de oorlog was ik helemaal bezeten van de CPN, een beetje te.

Mijn (joodse) moeder was een antifascist en haalde in de jaren dertig politieke en joodse vluchtelingen uit Duitsland in huis. Thuis was de stemming zwanger van het opkomend nationaal-socialisme en Hitler. Mijn vader was lid van de CPN. Mijn ouders kwamen uit een gegoede familie. Wij waren geen arbeiders, maar thuis hadden wij het heel krap. Daarom heb ik het binnen de CPN moeilijk gehad. Vier keer ben ik in mijn leven gediscrimineerd: als joodse, als vrouw, als communist en als netjes pratende vrouw in de CPN. Tijdens de oorlog zat ik in het verzet. Ik was geen Hannie Schaft, maar ik was een soort Miep uit het dagboek van Anne Frank. Als half-jood, ik kwam uit een gemengd huwelijk, hoefde ik niet onder te duiken. Ik regelde bonkaarten en adressen voor onderduikers.

Later huurde ik etages voor mijzelf en mijn latere echtgenoot Hans, hij was ook joods en kon daar dan samen met andere joden onderduiken. De februaristaking heeft de diepste indruk op mij gemaakt. Dat mensen, CPN-leden, voor de joden bereid waren om voor een vuurpeloton te gaan staan. Eindelijk gebeurde er iets tegen de moffen. Niet dat ik anti-Duits ben, want ieder volk kan tot vreselijke dingen in staat zijn.''

“ Oorlog, dat nooit weer, dacht ik, de enige die dat kan garanderen is de CPN. Vlak na de oorlog was de partij het grootst. Ik deed mee aan allerlei acties met pamfletten en onze krant: de Waarheid om de arbeiders bewust te maken. Koeliewerk noemde ik dat en ik deed het graag. Mijn verlegen, dappere man, die uit een gegoede joodse burgerfamilie kwam, werd in de bouwkeet uitgelachen om zijn nette, Haagse accent. Mijn man en ik waren ontzettend trouw aan de partij. Ik kwam uit een gebroken gezin en mijn man zette zich af tegen zich af tegen het zijne. Voor ons was de CPN een soort nieuwe familie. De haat tegen de CPN in de jaren vijftig heeft ons gezin bijna genekt. Wij waren landverraders, belaagd door de BVD, omdat wij sympathiek tegenover de Sovjet-Unie stonden. Jarenlang heb ik geloofd in de Sovjet-Unie. Mijn grootste schrik was de terreur van Stalin, maar ook de ontdekking dat het daar economisch zo slecht ging. Leden die carrière wilden maken of zich niet meer thuisvoelden in de partij, stapten eruit, zoals Jan Vrijman en Cas van Oorthuis. Mijn man kreeg nergens een vaste aanstelling, hij was fotograaf en leraar Frans. Wij hadden daarom altijd huurders in huis, voor het geld. Maar na de oorlog stelde ik ons grote huis open voor iedereen. Wij hebben het overleefd! Oude vetes zijn voorbij, dachten wij. Eigenlijk was het abnormaal druk in huis, net een duiventil. Mijn middelste dochter van de drie is toen het huis ontvlucht. Wij, mijn man en ik, hebben dat toen niet begrepen. Ik zie haar nooit meer. De CPN had mijn leven overgenomen, daar heb ik wel spijt van. De CPN was zo hard, die onmenselijke kanten maakte de partij zo consequent. Nadat we 53 jaar voor de partij en haar krant hadden gewerkt, werd de CPN ineens opgeheven, zonder opvang, afwikkeling, niets.”

“GroenLinks, waarin de CPN is opgegaan, geeft mij niet dat strijdbare van de CPN. Vergeleken met de CPN vind ik het een watjes-achtige partij, maar ik moest toch politiek onderdak hebben. Dingen doen die niet in je eigen belang waren of zelfs daar pal tegenin gingen, bewonderden wij aan de CPN. Wij waren het geweten van de progressieve mensen. ”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden