Judith was er nog voor ons na haar dood

In ’God is gek’, het essay dat hij schreef voor de Maand van de Spiritualiteit, richt Kluun zijn pen tegen het fanatisme waarmee Nederlandse, vooral links-intellectuele, opiniemakers geloof in God en leven na de dood bestrijden als achterhaalde onzin. „Het lijkt wel of ze thuis een altaartje hebben voor de god van het atheïsme.”

’Heb ik soms het grootste nieuwsfeit van mijn tijd gemist?” Dat gevoel bekruipt Kluun, als hij de stelligheid beluistert waarmee opinieleiders en -makers, veelal van linkse snit, „pretenderen dat God niet bestaat, dat geloven achterhaald is en een leven na de dood onzin”.

Kluun (Raymond van de Klundert, 1964), auteur van de nu ook verfilmde megabestseller ’Komt een vrouw bij de dokter’, schreef het essay ’God is gek’, voor de Maand van de Spiritualiteit. Daarin trekt hij ten strijde tegen ’de dictatuur van het atheïsme’ in de Nederlandse media.

„Er lijkt een nieuw militant soort atheïst met zendingsdrang te zijn opgestaan. Dat stoort me, maar bovenal verbaast dat fanatisme me, en het dedain waarmee ze gelovigen tegemoettreden. Slechts veertien procent van alle Nederlanders gelooft absoluut niet in een God of hogere macht en zegt overtuigd atheïst te zijn. Ik kreeg de afgelopen jaren de indruk dat die veertien procent allemaal bij de opiniërende media zijn terechtgekomen. Het lijkt wel of ze thuis een altaartje hebben voor de god van het atheïsme.”

Kluun legde een aantal bekende programmamakers – Jeroen Pauw, Paul Witteman, Matthijs van Nieuwkerk, Max Pam en Theodor Holman de vragen voor: bestaat God en is er leven na de dood? Van Nieuwkerk twijfelde, de anderen antwoordden op beide vragen met een overtuigd ’nee’.

Dezelfde vragen legde hij ook voor aan een aantal Nederlandse wetenschappers: de natuurkundige Jo Hermans, plasmafysicus Niek Lopes Cardozo, godsdienstfilosoof Willem B. Drees en moleculair biofysicus Cees Dekker. „De meeste Amerikaanse wetenschappers geloven wel, de meeste Nederlandse niet. Toch durft geen van hen te zeggen: ’Echt waar Kluun, er is geen leven na de dood en er is geen God’. Ons menselijk weten is nu eenmaal beperkt en zij weten dat ook hun wetenschap aan beperkingen is onderworpen.”

Ook bij geen van de grote filosofen vond Kluun stellige uitspraken over het niet bestaan van God. Omdat, om met Kant te spreken, de menselijke rede nu eenmaal ongeschikt is om God te bewijzen: God behoort niet tot het domein van de zekere kennis. Met instemming citeert Kluun popprofessor en christen Leo Blokhuis: ’Atheïsten lijken het monopolie op nadenken te hebben geclaimd’. Kluun: „Zij geven je de indruk dat het abject is en dat je van de ratten besnuffeld bent als je nog gelooft.”

Kluun groeide op in een Tilburgs middenklassegezin: „We woonden in een rijtjeshuis, keken naar Mies Bouwman en gingen op zondag naar oma.” Met de kerk heeft hij nooit iets gehad. „Ook vroeger niet. Ik ben wel gedoopt, heb de eerste communie gedaan en ben gevormd, maar dat was traditie, folklore – de kerk had haar grip op de gelovigen al verloren. Ik werd misdienaar in de kerk in De Hasselt, maar alleen omdat kapelaan Teelen ons een misdienaarreisje had beloofd. Dat misdienaarschap stelde niets voor. We stonden altijd te ginnegappen, ook bij uitvaarten. Mijn ouders kwamen ook weinig in de kerk: tweemaal per jaar, met Kerst en met Pasen.”

Op zijn veertiende stopte Kluun met bidden, pas in april 1999 begon hij daar weer mee, toen bij zijn vrouw Judith borstkanker was ontdekt. „Van Joost Verhoef, pastor in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, is de uitspraak: ’Pas als je horizontaal ligt, ga je verticaal denken’. Dat geldt ook als een dierbare horizontaal ligt. We gingen allebei weer bidden, zonder het van elkaar te weten. Ik reed over de Overtoom en vroeg letterlijk: ’laat het goed komen, laat haar beter worden’.

„Het laatste hoofdstuk van ’Komt een vrouw bij de dokter’, over Judiths sterfbed, is vrij letterlijk zo gegaan. We hadden het over ons leven, onze relatie, onze dochter, maar voor het eerst ook over waar we in geloofden. Wat was de zin van het leven? Was de kanker gewoon botte pech? En was de dood echt het einde? We waren er allebei intuïtief van overtuigd dat het geen toeval was, dat Judith (Carmen in het boek) ging sterven. En we hadden allebei het gevoel dat ze er nog zou zijn na haar dood, voor mij en onze dochter Eva (Luna in het boek).”

Tijdens Judiths ziekte vond Kluun het heerlijk om in zijn werk als marketingstrateeg te duiken en problemen op te lossen voor Volkswagen, Holland Casino en KPN. Na haar dood leek dit werk ineens een zinloze bezigheid. „Gewoon doorgaan zou een belediging zijn geweest voor het gebeurde. Ik voelde dat ik er iets mee moest doen.”

Hij dook in de ’zweefmolenliteratuur’, las Paulo Coelho, ’Het Tibetaanse boek van leven en sterven’, ’Brug naar de eeuwigheid’ van Richard Bach, ’De kracht van het nu’ van Eckhart Tolle, ’Een ongewoon gesprek met God’ van Neale Donald Walsch, en van alles over aura’s, chakra’s, yin en yang, reïncarnatie. „Bij eb in je leven is het goed strandjutten. Die boeken inspireerden me en hielpen me ook wel.”

Na een sabbatical van drie maanden verkocht hij zijn bedrijf en ging met zijn dochter naar Australië. „Daar besloot ik er een verhaal over te schrijven. Bizar was dat: ik had nog nooit geschreven en had ook nooit die ambitie gehad. Terug in Amsterdam schreef ik in vijf maanden tijd de ruwe versie van ’Komt een vrouw bij de dokter’. Op een golf van inspiratie. Het leek of het vanzelf ging, en of ik geholpen werd. Dat geloofde ik ook: ik werd geholpen door Judith.”

Voor het einde van dit jaar wordt hoogstwaarschijnlijk het miljoenste exemplaar verkocht van Kluuns succesroman. Het boek is in 28 talen vertaald, Reinout Oerlemans heeft het verfilmd en Joop van de Ende heeft de theaterrechten gekocht. Of hij trots is? „Ja. Niet op mijn succes, succes gebeurt. Maar ik ben trots dat ik mijn bedrijf heb verkocht en met mijn dochter naar Australië ben gegaan.” En dat hedonisme niet langer zijn ideaal is. „Ik zet het slechts nog op gepaste momenten in als tijdelijke lifestyle.”

Nu, na zes jaar, is Kluun sceptischer, maar in de eerste jaren na de dood van Judith was hij ervan overtuigd dat zij voortleefde en er voor hem en hun dochter was, als ze haar nodig hadden. De meeste vrienden en familieleden die haar laatste weken hadden meegemaakt, deelden die overtuiging. Ook zij geloofden dat Judith er op een of andere manier nog was.

Op dit moment in zijn leven speelt spiritualiteit geen grote rol voor Kluun. „Spirituele ontwikkeling gaat met horten en stoten, en pieken en dalen, en is voornamelijk afhankelijk van wat er in je leven gebeurt. Een tijdlang is het heel belangrijk, heel intens en dan flabbert het weer weg. De spirituele glossy Happinez heb ik een tijdlang uitgespeld, maar de laatste twee jaar haal ik hem niet eens meer uit het plastic. Ik lees nog wel goede artikelen over levensbeschouwing, in de kwaliteitskranten en bladen, maar in deze fase van mijn leven vraagt vooral het vadertje en schrijvertje spelen mijn aandacht en energie.”

We doen nog even de Relitest van Trouw. Na de vragen beantwoord te hebben, vult Kluun in dat hij zichzelf beschouwt als behorend bij de ’nieuwe spirituelen’, de 36 tot 40 procent van de Nederlanders die geloven dat er ’iets moet zijn als een hogere macht die het leven beheerst’. De testuitslag geeft hem gelijk: hij heeft veel weg van een nieuwe spiritueel. Kluun: „Ik geloof dat er een universele liefde is, een natuurkundige kracht of een godachtig wezen, geen God die straft en beloont.”

Kluun: "Spirituele ontwikkeling is voornamelijk afhankelijk van wat er in je leven gebeurt". (FOTO PATRICK POST)Beeld Patrick Post
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden