Judas als de échte gelovige

Amos Oz imponeert met een hartverwarmend opgroeidrama

Het is 1959. De jonge Israëliër Sjmoeël neemt een raar baantje aan: hij betrekt een zolderkamer in het huis van een oude man en diens schoondochter. Sjmoeëls taken in het huis zijn helder: hij wordt geacht de bejaarde man iedere avond pap te brengen en gezelschap te houden tot middennacht. Er is een geheimzinnige voorwaarde aan zijn verblijf: met niemand mag hij over de bewoners van het huis praten.

Ziehier het eenvoudige en spannende uitgangspunt van 'Judas', de nieuwe roman van Amos Oz. Nog altijd wordt Oz beschouwd als de belangrijkste Israëlische schrijver, en al jaren staat hij op de lijstjes van de bookmakers rond de uitreiking van de Nobelprijs. Zijn romans zijn complex en veelstemmig, en reiken altijd verder dan zo'n simpele samenvatting als hierboven. Net als in zijn laatste grote roman 'Een verhaal van liefde en duisternis' (2005) speelt in 'Judas' de politiek, of duidelijker gezegd: de onmogelijke spagaat waarin Israël permanent verkeert, een belangrijke rol. Dit keer onderzoekt de schrijver de betekenis van het begrip 'verraad'. En wie 'verraad' zegt, zegt Judas.

Eerst terug naar onze Sjmoeël. Lekkere naam. Dat zit 'm ook in de vertaling (Shmuel, Schmuyle, het zijn verbasteringen van de naam Samuël), associaties met sjofel en gesjeesd komen boven en zijn nog passend ook. Direct sympathiek, deze held: "trappen nam hij altijd met twee treden tegelijk, drukke straten stak hij schuin over, haastig, met gevaar voor eigen leven, zonder naar rechts en links te kijken, alsof hij zich midden in een vechtpartij stortte, zijn bebaarde hoofd met krullen krachtig, krijgslustig naar voren gestoken." Zijn vriendin heeft hem gedumpt omdat hij te veel op een hond leek, "een vriendelijke hond die zich altijd tegen je aan drukte en langs je benen streek en zijn speeksel langs je knieën liet lopen." Sjmoeël is ook een intellectueel, een veelbelovend student die zich tijdens zijn studie bezighield met 'Jezus en de Joden', of hoe de Joden Jezus zien, en zagen. En hij is een gevoelige ziel. De oude man in het grote huis beschrijft hem zo: "het uiterlijk van een holenmens met een ziel die blootligt als een horloge waarvan iemand het glas heeft verwijderd."

Oz grossiert in zulke originele, mooie metaforen, en wie (zoals ik) een mooie passage wel eens wil herlezen, en daartoe een hoekje van de pagina omvouwt, die zit binnen de kortste keren met een boek vol ezelsoren.

Maar goed, Sjmoeël zit in dat huis, dat vreemde huis vol geheimen, waar de pijn in de muren is getrokken en op de loer ligt achter de deur, in de vorm van een akelig houten opstapje waar Sjmoeël met zijn haastige tred bij zijn eerste binnenkomst al bijna over struikelt. Hij poedert zijn baard, eet boterhammen met kaas en de restjes pap van de oude heer. Hij raakt in de ban van de schoondochter, de vijfenveertigjarige Atalja, die mysterieus en ongenaakbaar blijft. Hij luistert naar de monologen van de oude man, ontrafelt langzaam de familiegeheimen waarin verraad ook een rol speelt. Zelf praat Sjmoeël over Judas. Want met die Judas klopt iets niet, vindt Sjmoeël, althans niet volgens het beeld dat we van hem kennen uit het Nieuwe Testament. Waarom was dat 'verraad' nodig? Iedereen kende Jezus toch? En waarom knoopte Judas zichzelf op? Sjmoeël heeft een heel andere theorie: Judas was de meest trouwe, intelligente volgeling, en de enige die écht geloofde dat Jezus de Verlosser was. Jezus moest van hem zo snel mogelijk zijn goddelijkheid aan de hele wereld tonen, en niet blijven rondhangen in Galilea, wondertje hier, wondertje daar. De intocht in Jeruzalem en de kruisiging zijn spektakels bedacht door Judas. Het verraad was geen verraad maar een teken van waar geloof. Judas was de eerste christen, en de laatste, want Jezus stierf de marteldood aan het kruis.

De Hebreeuwse titel van de roman is 'Het evangelie volgens Judas'. Dat is opmerkelijk, omdat er daadwerkelijk een evangelie van Judas bestaat, waarin Judas ook niet als een verrader pur sang wordt afgeschilderd, maar als iemand die uitvoerde wat Jezus hem opdroeg. Eigenlijk is het geen 'evangelie', maar een gnostisch geschrift, misschien uit de tweede eeuw. Amos Oz heeft het in zijn boek nergens over dit evangelie, en dat is merkwaardig als je je boek dezelfde titel geeft. Goed, daar kan je ook iets tegen inbrengen. Oz' verhaal speelt zich af in 1959 en het gnostische evangelie dook pas eind vorige eeuw op. Maar de globale inhoud ervan was bekend, en dat zou het dus ook moeten zijn bij een schrandere student als Sjmoeël. Hoe dan ook, Amos Oz schept bij monde van Sjmoeël zijn eigen evangelie van Judas, waarbij Judas geen verrader is (zoals in het Nieuwe Testament), noch een uitvoerder van Jezus plan (zoals in het gnostische geschrift), maar 'de bedenker, de impresario, de regisseur en de producent van het spektakel van de kruisiging'. We zien ten slotte de kruisiging door de ogen van Judas, een gruwelijke scène die eindigt met een biecht: "Elke spijker in zijn vlees heb ik erin geslagen. Elke druppel bloed die er vloeide heb ik vergoten."

Het is mooi bedacht en prachtig geschreven, maar er wringt iets, net zo goed als in al die andere verhalen en verzinsels over Judas. En dat zijn er sinds de tweede eeuw nogal wat. Dat mag natuurlijk best, want dit is geen bijbelstudie maar literatuur. Daverende literatuur zelfs. Toch is het niet dit alternatieve Judasverhaal dat raakt en beklijft. Het is het verhaal van die rusteloze jonge student in dat huis, van drie bewoners die steeds meer tegen elkaar aan gaan leunen, voor zolang het duurt. Diep menselijk, hartverwarmend en liefdevol is dat verhaal. De vader en de dochter die alles verloren, hebben gekozen niet meer deel te nemen aan het leven. De jongen die binnenkwam als kwijlende hond vertrekt uiteindelijk als een sadder and wiser man.

Hij moet verder, hij gaat reizen zonder te weten waar hij zal eindigen. Hij gaat leven, zogezegd. Daarmee is 'Judas' niet zozeer een roman over verraad, maar een heuse Bildungsroman, zo goed en aanstekelijk geschreven dat je er blij van wordt.

Amos Oz: Judas Vert. Hilde Pach

De Bezige Bij; 400 blz. euro24,90

Waar was Judas' verraad voor nodig - iedereen kende Jezus toch? En waarom knoopte Judas zichzelf op?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden