Review

Jubilaris Harnoncourt hoorde dat het goed was

Het gastdirigentschap van Nikolaus Harnoncourt bij het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een zilveren randje gekregen. Het is vijfentwintig jaar geleden dat Harnoncourt debuteerde in Amsterdam met Bachs Johannes-Passion. Gisteren kreeg de Oostenrijkse dirigent na afloop van een uitvoering van Haydns 'Die Schöpfung' een oorkonde waarin hem de titel van honorair gastdirigent werd toegekend. Daarmee heeft het KCO nu, naast chefdirigent Chailly en ere-dirigent Haitink, drie 'betitelde' orkestleiders.

Een titel kwam Harnoncourt toe. In die vijfentwintig jaar heeft hij het orkest en zichzelf op bijzondere wijze ontwikkeld. Na de Bach-passies en andere barokmuziek wierpen dirigent en orkest zich met hart en ziel én met onverwachte agressie op de muziek van Mozart. De symfonieën van Haydn en Schubert waren een volgende etappe en wat niemand verwacht had van 'oude-muziek-specialist' Harnoncourt gebeurde: met het KCO nam hij ook de muziek van de grote romantici Brahms, Dvorák en Bruckner onder de loep.

Niet alles leverde opwindend nieuwe hoorervaringen op, maar veel wel. De successen die de historisch-verantwoorde Harnoncourt met het KCO had, leidde ertoe dat hij voor vergelijkbare projecten ook bij de philharmonische orkesten van Wenen en Berlijn op de bok werd uitgenodigd. Harnoncourt liet ons én de orkestleden op een andere manier naar deze overbekende muziek luisteren en zette ons met graagte op het verkeerde been. Inmiddels lopen veel muziekliefhebbers enthousiast met Harnoncourt in de pas, wat overigens niet betekent dat er van verrassingen geen sprake meer is.

Zoveel bleek donderdagavond weer eens bij de eerste van een serie 'Die Schöpfung'-uitvoeringen in het Concertgebouw. 'Die Vorstellung des Chaos', de revolutionaire orkestrale inleiding die Haydn aan zijn meesterwerk vooraf liet gaan, klonk ongemeen spannend. Hier werd inderdaad vanuit een thematische en harmonische chaos een hele muziekwereld geschapen. Chaotisch ook soms, want zoals vaker staat bij Harnoncourt op de eerste uitvoering nog niet alles perfect onder elkaar. Klarinettist George Pieterson verslikte zich in een loopje en kwam piepend in de hoogte tot stilstand; een onbedoeld komische verklanking van de wanorde.

Daar waar Haydn de bliksems laat flitsen, zaten dirigent en orkest ook nog niet op een lijn en Harnoncourts berucht excentrieke slagtechniek zorgde voor meer heikele momenten. Maar daar stond heel wat tegenover. De inleiding tot Raphaels eerste aria bijvoorbeeld waarin Harnoncourt het contrast tussen eerste en tweede violen prachtig uitbuitte, of de passage waarin de maan aan de hemel geplaatst wordt, of de zes celli die het woord 'Liebe' in Uriels aria echte vleugels gaven. Deze schepping stond onder een sterrenhemel van schitterend uitgewerkte details en Harnoncourt hoorde dat het goed was.

Het Arnold Schoenberg Koor zong de vele lofprijzingen op God met muzikale overtuiging. Bij de solisten viel vooral Dorothea Röschmann met haar kraakheldere sopraan op. Ruim een week eerder liet zij in een liedrecital in de kleine zaal al horen over welke kwaliteiten zij beschikt. Een uitzonderlijke zangeres die hier samen met twee fagotten op een heerlijke manier koerde als verliefd duivenpaartje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden