Jozef versus Hitler

interview | Eindelijk is 'Jozef en zijn broers' vertaald. Waarom hield Thomas Mann juist met een bijbels thema de nazi's een spiegel voor?

GERRIT-JAN KLEINJAN

Eigenlijk is het een onmogelijk dik boek, moet literatuurwetenschapper Michiel Hagdorn erkennen. "Als je in het begin stukloopt, blader dan vooral door." Het is even stil. Dan zegt hij: "Ai, Thomas Mann zal zich in zijn graf omdraaien. Nee, zet je tanden er toch maar in, en je wordt beloond. Waarom moet alles gladjes en soepel zijn?"

Michiel Hagdorn heeft het over 'Jozef en zijn broers', de cyclus van vier grote romans van de Duitse schrijver Thomas Mann (1875 - 1955). In totaal beslaan de delen ruim 1300 pagina's. Vandaag, 81 jaar nadat deel 1 verscheen in Duitsland, wordt in Amsterdam de allereerste volledige Nederlandse vertaling gepresenteerd.

Het Jozef-verhaal, dat in de Bijbel niet meer dan een handvol pagina's telt, is bij Mann stof voor een grootse vertelling, met talloze zijpaden, uitweidingen, beschouwingen en nieuwe personages. Voor de roman verdiepte Mann zich uitvoerig in de historie van het antieke Egypte. "Hij was op de hoogte van de laatste stand van de archeologie en antieke religies. Hij maakte reizen, liet zich uitvoerig adviseren door kenners van formaat", zegt Hagdorn.

Mann mag dan trouw gebleven zijn aan het verhalende grondpatroon van het oudtestamentische voorbeeld, zijn eigen interpretaties en opinies steekt hij niet onder stoelen of banken. Het boek is dan ook veel meer dan een vertelling in een historisch decor. Thomas Mann wilde met dit verhaal een fundamenteel tegenwicht bieden aan de grote ideologische tendens in zijn eigen tijd: de opkomst van het nationaal-socialisme. Als het eerste deel verschijnt, in 1933, is de eerste fase van de nazi-dictatuur al voorbij. Hitler heeft in dat jaar alle macht naar zich toegetrokken.

Mann zag het nationaal-socialisme al in een vroeg stadium als een verhaal dat door het fanatisme van de aanhangers ervan religieuze proporties had gekregen. Een 'etnische religie' noemde Mann de nazi-ideologie al in 1925: 'Een etnische religie die gekant is niet alleen tegen het internationale jodendom, maar ook uitdrukkelijk tegen het christendom.'

Hagdorn: "Deze roman moest niets minder zijn dan een alternatief voor de ideologie van de nazi's." Het nationaal-socialisme was in de ogen van Mann een verhaal dat bestreden moest worden door er een ander verhaal tegenover te stellen.

De schrijver meende, net als vele anderen in zijn tijd, dat een samenleving aan mythes haar identiteit ontleent. Voor de Duitsers waren dat sinds de negentiende eeuw de Germaanse mythen en Middeleeuwse sagen, de verhalen die iedere ontwikkelde tijdgenoot kende uit de opera's van Richard Wagner. Uit dit verleden vol 'echte Duitse' helden zou de natie zijn voortgekomen.

undefined

Kind van de Romantiek

"Mann dacht, vergelijkbaar met de nazi-ideologen, in mythische concepten", aldus Hagdorn. "Daarmee was hij, net als zij, een kind van de Duitse Romantiek. Maar hij vond dat de nazi's de mythe bezoedelden. Het mythische moest daarom worden heroverd op de nazi's."

Tegen de nazi-ideologie, met zijn obsessie voor raciale zuiverheid en zijn haat jegens Joden, stelt Mann een verhaal uit de Joodse traditie. "Het ging hem om de waarheidsvinding, om psychologische inzichten te laten zien in die oude Joodse verhalen die in zijn ogen ook de pijlers waren onder de christelijke cultuur."

En in die levensvisie van Mann staat humaniteit centraal. Het verhaal van Jozef is niet voor niets geschreven als een ontwikkelingsroman, het genre waarin de held door schade en schande een wijs mens wordt. De Jozef aan het begin van de roman is een vreselijk pedante betweter. Uiteindelijk transformeert hij tot weldoener van zijn volk. "Het louteren van het karakter is bij Mann, ook in andere romans, een belangrijk project. Wij mensen, laat hij zien, hebben het in ons om uiteindelijk iets te doen voor anderen."

"Hij laat zien wat het betekent om mens te zijn, met alles wat daarbij hoort: jaloezie, liefde, vijandschap, wrok, vergeving, noem maar op. Het is een heel menselijk beeld dat daaruit oprijst. De helden in het verhaal zijn mensen met net zo goed zwakheden als mogelijkheden om het goede te doen en te bereiken."

Hoewel hij al jaren een fel criticus was van Hitler en zijn denkwereld, ging hij in zijn roman niet de confrontatie aan. Anders dan bijvoorbeeld Bertolt Brecht polemiseert Mann in het boek niet openlijk tegen het nazibewind. "Hij demonstreert zijn afkeer door zijn eigen levenshouding tegenover die van de nazi's te stellen. Hij vindt het sterker om zelf met een levensvisie te komen, dan zich reactief te richten op de tegenstander."

Bij verschijnen was het eerste deel meteen een bestseller. Dit tot grote frustratie van de nazi's. Mann mocht zich in de roman indirect uitspreken, hij behoorde wél tot de critici van het eerste uur van Hitler en zijn denkwereld. Toch durfden ze hun vingers niet te branden aan de beroemde schrijver, de Nobelprijswinnaar die internationaal bekend was door romans als 'De Toverberg' en 'Buddenbrooks'.

Anders dan bijvoorbeeld het werk van zijn broer Heinrich, belandden Thomas' boeken niet op de brandstapels met 'ontaarde' literatuur. Mann kwam pas in 1936 op de zwarte lijst. De twee delen van de Jozef-roman die volgden schreef Mann niet in Duitsland, maar in Zwitserland en de Verenigde Staten, waarheen hij inmiddels was gevlucht.

De lezer zou zich kunnen laten afschrikken door de schrijfstijl van Thomas Mann, die zich kenmerkt door wijdlopige zinnen, grote gedetailleerdheid en uitvoerige essayistische passages. "Dat doet hij bewust", zegt Hagdorn. "Volgens Mann moet de lezer geduld opbrengen. Hij hield niet van radicalisme en het moderne snelle bestaan. Hij wilde daar een bezonkenheid tegenover stellen."

Maar wie zich erin vastbijt, wordt beloond, meent Hagdorn. "Het is spitsvondig, humoristisch, relativerend, dramatisch, menselijk en psychologisch enorm diep."

Hagdorn verzekert: "Je kunt er jaren op teren. Zet tien Gipharts op een rij, dan heb je nog geen kwart van wat in dit boek staat."

Jozef en zijn broers op een fresco uit 1817 van Peter von Cornelius.

undefined

Het verhaal

Voor wie het bijbelse verhaal uit Genesis niet meer helemaal weet: Jozef, lieveling van zijn vader, wordt als slaaf verkocht door zijn jaloerse broers. Hij wordt na veel omwegen 'onder-farao' van Egypte, een soort eerste minister.

Jaren later kloppen zijn broers, op de vlucht vanwege een hongersnood, in Egypte aan voor hulp. Ze belanden, zonder het te weten, in de armen van hun verstoten broer. Verzoening volgt uiteindelijk.

undefined

Tirannieke Jozef

Thomas Mann is niet de enige die van Jozef literatuur heeft gemaakt. De Vlaamse schrijver Hubert Lampo (1920 - 2006) maakt in 'De belofte aan Rachel' (1964) van Jozef een onaangenaam personage. Bij Lampo wordt Jozef een soort proto-nazi die, eenmaal op de troon, Egypte tiranniseert. In die oude wereld situeert de schrijver zelfs een pendant van de Rijksdagbrand, waarmee Hitlers machtsovername begon, en van de SS. Centrale gedachte bij Lampo: tirannie is van alle tijden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden