Journalistieke en hogere maatstaven

De Amerikaanse Martha Gellhorn (1908-1998), tientallen jaren oorlogscorrespondente, had niet de indruk dat haar artikelen ook maar iets aan de loop der dingen veranderden. Toch bleef ze verslag doen van de waanzin van de oorlog. Ze wou verhinderen - zei ze - dat de smeerlappen die daarvoor verantwoordelijk waren, ook nog hun eigen geschiedenis schreven.

Jaap de Berg

Journalisten lopen soms levensgevaar. Dat is op Oost-Timor weer bewezen. Of het risico genomen mag worden, moeten ze in de eerste plaats zelf beoordelen. Martha Gellhorn vond blijkbaar van wel. Voor haar woog de roeping om geschiedenis te schrijven, kennelijk zwaar genoeg. Er zijn andere, zwaarwegender redenen denkbaar om zulk lijfsgevaar te rechtvaardigen. Maar daarover straks.

De verslaggever zelf is niet de enige die het belang van zijn aanwezigheid in een conflictgebied moet afwegen tegen het risico van de dood. Dat moeten ook zijn opdrachtgevers: een hoofdredactie, een chef buitenland. Als een verslaggever bereid is ernstig gevaar te trotseren, mogen zij zich daar niet op beroepen, of achter verschuilen. Ze moeten zelf bepalen of het belang van berichtgeving het leven van de berichtgever waard is.

Zelf kan ik me geen recente situatie voorstellen waarin het antwoord ja zou zijn. Geschiedschrijving voor tijdgenoten, hoe belangrijk ook, is me het leven van een collega niet waard. Een verslaggever die zichzelf in de waagschaal wil stellen, behoort van zijn opdracht te worden ontheven. Helaas heeft dit beginsel met andere ferme principes gemeen dat het niet altijd bestand is tegen de complicaties van het leven.

Het zal de meeste lezers niet zijn ontgaan dat Minka Nijhuis, die hen van voortreffelijke verslagen en reportages vanuit Oost-Timor voorziet, daar in nood heeft verkeerd. Voordat er zicht was op de komst van een vredesmacht, verbleef ze te midden van 1500 vluchtelingen op een complex van de Verenigde Naties dat ieder ogenblik in handen kon vallen van moordzuchtige milities. Toen de meeste VN-medewerkers en verslaggevers werden geëvacueerd, weigerden Nijhuis en twee collega's zich van de vluchtelingen te laten scheiden. Zij vertrokken pas naar het Australische Darwin op de dag dat ook de 1500 bedreigde Oost-Timorezen van een veilige aftocht verzekerd waren.

Nijhuis' benarde positie riep uiteraard, zodra we er in Amsterdam kennis van kregen, vragen op. Moesten we haar dringend aanraden met de eerste gelegenheid te vertrekken? Daar was geen twijfel aan. Tegen het risico van moord woog de waarde van haar artikelen, hoe aanzienlijk ook, niet op.

Maar wat als ze zou weigeren? Bevelen konden we haar niet. Ze is een freelance correspondente.

Moesten we haar eventueel verdere toegang tot de krant ontzeggen? Zowel de chef buitenland als de hoofdredactie oordeelde in het begin dat dit, uiteindelijk, de juiste gedragslijn zou zijn. Een besluit van een medewerkster afwijzen maar er intussen toch voordeel van trekken door haar stukken te plaatsen, was immers moreel onverantwoord.

Op het dringend advies te vertrekken, had Minka Nijhuis aanvankelijk een simpel antwoord. Er was geen evacuatieplan. Ze kón niet weg.

Inmiddels kreeg de redactie via de dagelijkse contacten meer inzicht in wat de eigenlijke beweegreden was voor haar hachelijke honkvastheid. Die school niet in aandrang om - als een van de heel weinigen die getuige waren van een grove schending van mensenrechten - journalistiek te scoren. Het was evenmin hoog journalistiek plichtbesef dat haar deed blijven. Wat haar bezielde, was de overtuiging, althans de hoop, dat zij en andere blanken, door hun aanwezigheid te midden van een menigte hulpeloze Oost-Timorezen, de milities ervan konden weerhouden die vluchtelingen aan te vallen. Ze wilde (en zou) pas vertrekken als ook hun aftocht gegarandeerd was. Oekazes vanuit Amsterdam, daar raakten we wel van overtuigd, maakten op haar geen enkele indruk.

Zo'n houding kan een mens, journalist of niet, alleen maar bewonderen. Vanuit journalistiek oogpunt viel ze niet te verantwoorden, maar wat zijn strikt journalistieke maatstaven nog waard als iemand haar lot verbonden weet en verbinden wil met dat van medemensen in nood? Als krant hebben we daarvan, ik kies de minst versluierende term, geprofiteerd. Of dat mocht, hangt er mede van af of we zelf in vergelijkbare omstandigheden Minka Nijhuis' voorbeeld zouden hebben gevolgd. Een onmogelijke vraag. Ik in elk geval zou het antwoord niet weten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden