Journalistiek in China: censuur en corruptie

persvrijheid | Jonge Chinezen die vol idealen aan hun journalistieke opleiding beginnen, merken al snel dat vrijheid van meningsuiting in hun land niet hoog staat aangeschreven. Partijleider Xi Jinping legt de media steeds meer aan banden.

Op het grasveld voor de Fudan universiteit in een buitenwijk van Shanghai zit een groepje studenten boven de boeken. Uit alle uithoeken van China zijn deze jonge mannen en vrouwen naar de Chinese wereldstad gekomen om hier aan een van de beste opleidingen van het land journalistiek te studeren.

Jack Zhang (20) is een van hen. Vanuit Gansu - zo'n 2000 kilometer verderop - waagde hij de sprong. "Met mijn journalistieke verhalen wil ik het verschil maken voor gewone Chinezen, door via hun kleine persoonlijke verhalen het grotere verhaal van China's sociale ongelijkheid of politieke systeem te vertellen."

De loop van de pen

Maar dat verhaal vertellen in het huidige China valt niet mee. President en partijleider Xi Jinping, momenteel toch al bezig met een harde onderdrukkingscampagne tegen alles wat afwijkt van de partijlijn, legt ook de media aan banden. Daarmee lijkt hij volgens vele China-kenners terug te grijpen op het beleid van Mao Zedong. Macht is afhankelijk van de loop van het geweer én de pen, zei het dictatoriale gezicht van China's Volksrepubliek ooit. Het is een Chinese traditie: staatsmedia als propaganda-instrument voor de Communistische Partij, en als mechanisme om de gedachtenwereld van een enorme natie te kunnen controleren.

Xi's nieuwe mediabeleid is duidelijk. In een toespraak begin dit jaar zei hij dat staatsmedia de spiegel van de Partij zijn, waarin partijstandpunten en ideeën glashelder terugkaatsen. En, voegde hij toe, voortaan hebben alle media dezelfde achternaam: 'de Partij'. "Al het werk van de media (...) is gericht op het behoud van de autoriteit en eenheid van de Partij, het bewerkstelligen van liefde voor de Partij, het beschermen van de Partij en het bereiken van uniformiteit wat betreft ideologie, politiek en daden", zo vatte staatskrant People's Daily de presidentiële woorden samen nadat Xi in maart een historisch bezoek bracht aan de redacties van drie staatsmedia.

Internet afgeschermd

Nieuwe concrete maatregelen komen daar bovenop. Zo is de zogenoemde 'Grote Muur' rondom het internet hoger geworden, de firewall die delen van internet in China ontoelaatbaar maakt is sinds een paar maanden grondiger en moeilijker te ontwijken. Daarnaast is het media verboden nog langer zogenoemde 'ongepaste discussies' te voeren. Wie bepaalt wat ongepast is? Juist, de Partij.

Positief nieuws, dat moet dus vooral de boventoon voeren. En wie zich daar niet aan conformeert, kan het schip verlaten. Het bleek geen loze belofte. Een hoofdredacteur die zich publiekelijk kritisch uitsprak over Xi's overheidsbeleid werd direct ontslagen.

"Die controle vanuit de overheid is echt enorm, dat wist ik niet", zegt de 21-jarige studente journalistiek Tara Ching. Ze is even ontsnapt uit het klamme klaslokaal waar de fel gelakte nagels van de vele jonge vrouwen driftig op de toetsenborden tikken. Naast Zhang blaast ze uit in het gras. "Thuis in Henan las ik gewoon de lokale krant en keek ik naar staatsomroep CCTV. Mensen praten daar niet over zaken als journalistiek of persvrijheid", zegt ze. "Pas toen ik aan de opleiding begon en stage ging lopen op een redactie ontdekte ik dat journalist zijn in China niet is wat je ervan verwacht."

Interviewen is een van de dingen die haar in de praktijk tegenvallen. Mensen durven zich hier nu eenmaal niet uit te spreken, legt ze uit. "Ze zijn bang dat hun woorden negatieve gevolgen zullen hebben of dat ze eigenlijk niet in de positie zijn om überhaupt een mening te hebben. En zelfs als mensen iets durven te zeggen, kan het zijn dat een journalist hier niet vrij is om het te publiceren."

Emma Fang, een ambitieuze en zelfverzekerde studente van 22, mengt zich in het gesprek. "Bestaat volledige persvrijheid überhaupt?" Een antwoord, van wie dan ook, wacht ze niet af. "Nergens op de hele wereld bestaat er persvrijheid", poneert ze stellig. De anderen knikken. Zo leren ze het tijdens college, vertellen ze. "Wij leren dat in ieder land ter wereld de overheid bepaalde onderwerpen aanwijst waarover de pers niet mag schrijven. En kijk naar Amerika, er zijn daar allerlei media in handen van bedrijven. Dat kun je toch niet vrij noemen?", zegt Ching ter aanvulling.

Toch beseffen ze nu - na drie jaar studeren - dat het er in China wel degelijk anders aan toe gaat dan in de meeste andere landen. Volgens de persvrijheidsindex van de internationale organisatie Reporters without Borders bungelt China ergens ver onderaan de lijst. Het land staat op plek 176 van de 180 landen. Nederlandse journalisten hebben, ter vergelijking, de op een na grootste vrijheid.

Unversiteitskrant

Dat Chinese media een enorme staatscensuur kennen, merken de studenten ook al op kleine schaal bij het maken van de universiteitskrant. "We mogen nooit iets kritisch schrijven omdat het slecht is voor de reputatie van de school", aldus Zhang. Tara Ching rolt haar ogen. "Natuurlijk vechten we voor de onderwerpen die wij belangrijk vinden en proberen we onze tegenstanders te overtuigen, maar de hoofdredactie bestaat uit docenten van onze opleiding van wie de meesten ook lid zijn van de Partij. Dat maakt het niet gemakkelijk", zegt ze. "We willen het hele verhaal kunnen vertellen, over ieder onderwerp, maar dat gaat hier niet."

Voor de meeste eerstejaarsstudenten komt de werkelijkheid als een verrassing. De strikte controle van de overheid hadden ze zich, net als Ching in haar geboorteplaats, niet gerealiseerd.

Doug Young ziet de desillusie regelmatig bij de studenten in zijn klaslokaal. "Weet je wat het is?", begint de hoogleraar financiële journalistiek aan Fudan voorzichtig, "China is het land van de perfectie". "Alles staat hier perfect beschreven in de boeken. Journalistieke regels, normen en waarden, het is er allemaal, maar het wordt op bijna geen enkele redactie geïmplementeerd."

Buitenlandse journalisten

Als voormalig China-verslaggever van persbureau Reuters die jarenlang in Peking woonde en werkte, weet de Amerikaan hoe de Chinese autoriteiten met journalisten omgaan. Alhoewel, het is anders voor buitenlandse journalisten. "Buitenlandse journalisten worden subtiel herinnerd aan het feit dat ze 'objectief' moeten schrijven over China. Het ministerie van buitenlandse zaken organiseert vaak feestjes waar ze je bijvoorbeeld laten merken het met bepaalde stukken van jouw hand niet eens te zijn."

Anders is dat voor Chinese journalisten. "Wij worden herinnerd, Chinese journalisten worden gewaarschuwd. Dat is het verschil." Young probeert zijn studenten voor te bereiden op de grillige praktijk, maar dat blijft moeilijk. "Als je een telefoontje krijgt met: 'Waag het niet dat verhaal te schrijven' of: 'Schrijf nooit meer over dat onderwerp', dan kan dat behoorlijk eng zijn. Ook al hoor je erover op school, het daadwerkelijk zelf ervaren is toch anders."

De beknotte vrijheid merkt hij ook in zijn lessen, want er zijn genoeg onderwerpen die taboe zijn op Fudan. "In mijn lessen mag ik het bijvoorbeeld nooit over de Tienanmen-protesten van 1989 hebben. En dat doe ik dus ook niet", zegt Young. In eerste instantie verdedigt hij dat beleid. "In Nederland verkondigt een docent journalistiek toch ook niet zijn mening over immigratie?", vraagt hij voorzichtig. Een mening versus een historisch feit, is dat werkelijk hetzelfde? "Nee", zegt hij dan hoofdschuddend, "dat is het niet".

Achter hem springen wat rode kaften in de boekenkast in het oog. Zijn boek 'De Partijlijn: hoe de media de publieke opinie dicteren in modern China' staat drie keer in de kast. "Natuurlijk frustreert het me dat we hier op school niet alles in de les kunnen bespreken. En hoe de media nog altijd een verlengde zijn van de Partij. Maar dat is nu eenmaal hoe China is."

Donkere dagen onder Mao

Of Xi daadwerkelijk zoveel strikter is dan zijn voorgangers, betwijfelt hij echter. "Ik geloof echt niet dat Xi een groot fan is van vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, maar hij is niet veel erger dan de rest hoor".

Ook docent culturele communicatie Geo Hong - gekleed in een geel fleece vest en kobaltblauwe fluwelen broek - is redelijk optimistisch. Zij gelooft niet dat China onder Xi afglijdt naar de donkere dagen die het land zo kenmerkten onder Mao's leiderschap.

In haar beige geverfde lokaal geeft ze een van haar laatste lessen ooit. Haar pensioen staat voor de deur, zorg dragen voor de kinderen van haar dochter wordt haar nieuwe dagtaak. "Tijdens Mao's jaren gedroeg iedereen zich als politieagent, dat waren de donkerste dagen." Maar dat is nu niet meer zo, ook niet binnen de journalistiek, zegt Hong stellig.

Volgens haar zit China middenin een transformatie. "Van een samenleving gedragen door haat en nog meer haat, moeten we onszelf nu heropvoeden naar liefde en mededogen."

Die weg is lang, dat merkt de pensioengerechtigde Hong iedere dag weer. "Het heeft tijd nodig. We moeten eerst naar een vrije samenleving. De weg naar een open journalistiek is nog langer, want van een eerlijke markt is nu absoluut nog geen sprake."

Het is wat Doug Young telkens benadrukt. De buitenwereld heeft het continu over de Chinese overheidscensuur, maar volgens hem gaat de Chinese journalistiek failliet aan alle corruptie. 'De rode-envelopjes-praktijk', wordt het ook wel genoemd. In dat kleine rode zakje zitten wat bankbiljetten, bedoeld om positieve berichtgeving te kopen of negatief nieuws af te kopen.

Young kan zich twee grote zaken nog goed herinneren. Zo kocht een lokale mijnhouder uit de Fanzhi-regio in 2002 elf journalisten om na een mijnongeval. In 2008 kregen bij een soortgelijke ramp ongeveer tweehonderd journalisten een financiële vergoeding van de eigenaar om het ongeluk uit het nieuws te houden, ook medewerkers van staatspersbureau Xinhua.

"Het is ingebed in de cultuur hier. Waar je in het Westen als journalist direct ontslag krijgt, word je hier min of meer aangemoedigd." Debet zijn de lage lonen, aldus Young. "Steekpenningen worden in China gezien als deel van het salaris. En dankzij dat smeergeld klagen journalisten minder bij hun chef. Zo is iedereen blij."

Laag salaris

Als Tara Ching haar zorgen voor de toekomst opsomt, duurt het niet lang voor het over geld gaat. "We leren hier op school hoe we een goede journalist moeten zijn. Objectief zijn, de feiten achterhalen en het goed kunnen opschrijven, daar gaat het om. Maar het salaris is zo laag, veel lager dan in andere beroepen. Dan gaat het vaak mis."

De censuur en de corruptie. Toen deze jonge ambitieuze mannen en vrouwen kozen voor de studie journalistiek aan een van de beste opleidingen in het land waren ze daar niet mee bezig. Ook Jack Zhang valt het behoorlijk tegen. "Ik denk dat ik na mijn afstuderen binnen de communicatie of pr ga werken. Als journalist in China zou ik propaganda moeten schrijven. Zo iemand wil ik simpelweg niet zijn."

Foto Colourbox

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden