Journalist leert op de Veluwe in oorlog te overleven Barbecue- bekkies bij koken op houtvuur

De legergroene terreinwagen hobbelt door het 'Bosnische' gehucht Oostdorp. De verlaten huizenblokken, links en rechts van de weg, suggereren hier, midden op de Veluwse hei, de harde werkelijkheid van het oorlogsgebied op de Balkan. Vijf journalisten, zuchtend onder de last van het tien kilo zware kogelwerend vest, turen gespannen door de autoramen.

WILS REBERGEN

Plotseling klinkt een schot. Het voertuig komt abrupt tot stilstand.

Wat te doen? Veel tijd om na te denken, is er niet, want dan is het 'helaas pindakaas', zoals 'Majoor Kees' het achter het stuur uitdrukt, oftewel 'einde oefening'.

Vertwijfeld heft de instructeur op het opleidingscentrum van de militaire geneeskundige dienst zijn handen over zoveel onbenul. Van journalisten - en de bazen die hen sturen - die zich naar crisisgebieden begeven, zonder enige kennis en wat spullen om zich uit benarde situaties te redden. Soms zelfs zonder een idee van welke ellende hen kan overkomen.

Het leger is daar heel anders in. De gevechtsmachine doet alles om te garanderen dat 'de vent' (soldaat) ook met 'minimale' middelen 'maximaal' inzetbaar blijft. Training en uitrusting die daar op afgestemd zijn, behoren tot het standaardpakket. Om in die leemte bij persmensen te voorzien - en zeker omdat militairen en vertegenwoordigers van de media elkaar steeds vaker tegenkomen op (VN-)missies in den vreemde, en dan op elkaar aangewezen zijn - besloot de Nederlandse Vereniging van journalisten in samenwerking met Defensie een speciale training op te zetten: hoe je werk te doen in een crisisgebied. Geen overbodige luxe, als je, zoals in Bosnie, geen bescherming geniet, ook al is het dan maar op papier, op grond van internationale verdragen, anders dan het VN-personeel dat daar rondstapt.

Geeuwend van de slaap - het is kwart voor zeven in de ochtend - dromt een groepje van tien journalisten samen op het terrein van de Bernhardkazerne in Amersfoort. Er wordt lacherig gedaan over de vrijbrief die zij de militairen hebben gegeven om hen eens flink af te knijpen. De oefening begint ongewild realistisch. Slachtoffers bij vredesoperaties vallen niet zelden door gewone verkeersongelukken. Laatst nog kwam een Nederlands militair in Italie om bij een motorongeval. Bij het wegrijden van het kazerneterrein glijdt de voet van de NOS-medewerker - volgens voorschrift voorzien van een forse wandelschoen - van de rem op het gaspedaal. De bus met persmuskieten maakt de gloednieuwe auto van de Defensie-voorlichter ervoor, een stuk korter. Voordeel is dat deze gids tijdens de vele, komende verplaatsingen wat minder snel uit het oog wordt verloren.

Wie nog denkt aan drie dagen 'dollen', wordt middels een shocktherapie op de 'gevechtsbaan' van het Veluwse schietkamp de Harskamp snel tot andere gedachten gebracht. Als in het decor van een oorlogsfilm worden voor, achter en opzij explosieven tot ontploffing gebracht. Zand en rook slaat de gehelmde gelegenheidssoldaten in het gezicht die steunend en sporen trekkend (“drie voor de mannen, wil ik zien, twee voor de vrouwen”, bekt de instructeur) op ellebogen en voetpunten door het zand 'tijgeren' en zich ruggelings onder prikkeldraad door wurmen. Scherpe mitrailleurkogels scheren op 1 meter 40 over. “Nummer 20 naar beneden”, klinkt het van de commandotoren vanwaar via luidsprekers de oorlogssimulatie “muzikaal wordt omlijst”. Maar de kont van de Duitse verslaggever met helm nummer 20, die dit ook wil meemaken, blijft waar die is: hij verstaat het commando niet. Zijn collega's die beelden schieten voor het Duitse kijkerspubliek, houden de adem in.

De 'knop gaat om': een verblijf in een oorlogsgebied is geen lolletje.

Ellende is er in oneindig veel variaties, maken de leger-instructeurs duidelijk. Van sluipschutters tot mortieraanvallen. Van het lieve, kleine hondje dat je vrolijk door je gezicht likt en je besmet met allerlei vreselijke ziekten, tot de pop van een VN-soldaat met opschrift 'make love, not war' die uitnodigt tot het schieten van een foto, maar een valstrik blijkt: op de juiste plaats om in te stellen hebben vooruitziende lieden de grond bezaaid met 'leuke' mijntjes die de fotograaf een 'gratis luchtreis' bezorgen.

'Majoor Kees' van het geneeskundig opleidingscentrum stopt plots met kauwgum kauwen en zakt gorgelend op de grond van het klaslokaal. Wat paniekerig overleggen de tien aspirant-oorlogscorrespondenten over de toepassing van levensreddende handelingen, die net zijn uitgelegd in de les ZHKH (zelfhulp en kameradenhulp). “Bloedt-ie?” “Nee joh, je moet eerst naar zijn ademhaling kijken . . . ”, roept iemand die snel de verstrekte instructiekaart nummer 2-22 heeft doorgenomen. Tegen de tijd dat het slachtoffer al vijf keer de verstikkingsdood is gestorven, is het standaard-repertoire voor ingrijpen afgewerkt. Geeft niet, net zo min als het omkomen van een partij oefengewonden die in de avonduren kermend in de bossen wordt aangetroffen. Het gaat om 'aanzetten tot'.

Enigzins week in de knieen betreden de cursisten het heiligdom van het Korps Commandotroepen in Roosendaal. De man aan de poort brengt nog wel beleefd de hand naar de pet, maar wat zijn de groene baretten van plan in de les 'hoe overleef je 72 uur op een plek zonder voedsel en water?' Boemannen met zwartgemaakte gezichten die in de nacht opduiken om je de stuipen op het lijf te jagen?

Het blijken voorkomende gastheren. De 'survival-kit' die door sommigen voor veel geld is aangeschaft, blijft in de bus. Een veldfles, een 'messtin' (voerbak voor soldaat), een aansteker en een zakmes zijn voldoende. Er hoeven geen brandnetels bereid te worden of koffie gezet van op het vuur gedroogde wortels van de paardebloem, het menu van de theorielessen. Behulpzame militairen dragen dozen aardappelen, andijvie en karbonaden aan, die op een zelfgestookt vuurtje moeten worden klaargemaakt. Met leedvermaak bekijken ze de zwarte 'barbecue-bekkies' van de heren en dames (het blijft wennen in de mannenwereld) journalisten die zich niettemin tevreden op de buik kloppen.

Geslapen wordt in een heus 'onderkomen' van boomstammen en plaggen dat met vereende krachten in elkaar is gezet. Zonder slaapzak, vijf op een rij en op een matras van bladeren en takjes. Dicht bij het vuurtje dat voor warmte moet zorgen, is natuurlijk het beste, maar kost een verschroeide kop, als een ijverige collega half slapend de zaak nog eens flink opstookt om de kou te verdrijven.

Een Duitse journalist van alweer een andere tv-ploeg achtervolgt, geschokt door de dood van een collega-landgenoot deze week in Somalie, de club in legergroen tot diep in de nacht met de vraag naar het waarom.

Waarom ernaartoe gaan, vrijwillig? “Je bent journalist. Als ik niet ga, kan iedereen overal ongestoord zijn gang gaan”, antwoordt een NOS-redactrice moedig.

Maar de twijfel blijft. Zelfs als, of juist omdat, je weet wat je kan overkomen en wat je - in theorie - misschien kan doen. “Voor mij was het gelukkig geen vraag of ik wilde”, verzucht een militair, net terug uit Bosnie, “ik werd gestuurd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden