Levenslessen

Jos Hermens, manager van topatleten: Ik heb mezelf  jarenlang uitgeput

Beeld Merlijn Doomernik

Atletenmanager Jos Hermens (69) doet het na een burn-out iets rustiger aan. Maar ambitieus blijft hij. Zondag komen zijn atleten in actie bij de Rotterdam Marathon. Hij hoopt nog mee te maken dat de marathon onder de twee uur wordt gelopen.

1 Leven is werken

“Ik kom uit een echt arbeidersgezin, ik ben de jongste van tien. Mijn vader was tuinman. Het hele gezin hielp mee op het land. We hadden allemaal een taak - elke woensdag moest ik twintig konijnenhokken schoonmaken.

Ik heb mijn ouders alleen maar zien werken, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Voor mij was het normaal om zes uur ’s ochtends huiswerk te maken. Mijn ouders waren dan ook al aan de slag. Als atletenmanager maakte ik weken van zestig tot honderd uur, wist niet meer wat werk was en wat niet. Als ik met een atleet ’s avonds nog even aan het overleggen ben, is dat dan werk?

Het voorbeeld van mijn ouders was het voorbeeld hier op kantoor. Ik was superfanatiek, de rest deed daaraan mee. Het was bijna een strijd wie als eerste kwam en als laatste weg was. Ik reed altijd vanuit Schiphol meteen door naar kantoor. Dan had ik geen oog dicht gedaan in het vliegtuig en moest ik voor mijn gevoel de vangrail vasthouden in de auto. Ik heb soms moeten stoppen, heb een paar keer geluk gehad. Er zijn momenten geweest dat ik niet wist waar ik de laatste tien seconden was.”

2 Iedereen kan een kwartje worden

“Mijn vader geloofde dat je nooit een kwartje kon worden als je een dubbeltje bent. Hij is daar later op teruggekomen. Ik kan me één gesprek nog goed herinneren. Ik was twaalf en lag boven op mijn kamer op bed te huilen. Mijn vriendjes gingen allemaal naar de ambachtsschool en ik moest naar de mulo. Mijn vader legde toen uit waarom het belangrijk was om verder te studeren. Dat ging tegen zijn eigen regels van het dubbeltje en het kwartje in. Het had met zijn ontwikkeling te maken, hij keek meer rond in de wereld. Hij zag in dat je je kans moest pakken om bij de hoge heren te komen als die zich voordeed.

Mijn vader zag dat ik talent had. Ik wilde altijd al meer uitgedaagd worden. Eigenlijk wilde ik wielrenner worden. Dat mocht niet van mijn ouders. Mijn broer was wielrenner in de tijd dat er amfetamine werd gebruikt. Soms kwam hij terug van een wedstrijd in België en lag hij twee dagen voor pampus in bed. Mijn vader wist wel dat zich daar iets afspeelde wat niet oké was. Lange afstanden lopen was het alternatief voor wielrennen. Ik ontdekte snel dat ik dat iets beter kon dan de rest.”

3 Kom in opstand

“Ik ben een echt kind van de jaren zestig. Het anarchisme inspireerde me. Ik was heel links, vrat alles wat met de opstand tegen de gevestigde orde te maken had. Ik was ook een tijdje aanhanger van de RAF, tot ze mensen gingen doden. Want ik was ook pacifist.

In de atletiek was ik heel uitgesproken. Ik zei radicale dingen in interviews, dat vond mijn vader nooit fijn. Hij was altijd bang dat ik daar last mee kon krijgen. Ik had veel wrijving met de atletiekvereniging in Nijmegen, omdat zij wilden bepalen welke wedstrijden ik liep. Ik koos liever mijn eigen weg. Als ik dat niet had gedaan, had ik nooit internationaal door kunnen breken.

Ik was de eerste Nederlandse atleet die gesponsord werd. Ik had een contract met de Nieuwe Revu, een opstandig blad, dat paste wel bij me. Samen met fysioloog Jan Vos probeerde ik nieuwe dingen uit. Ik was een van de eerste sporters die experimenteerde met trainen op hartslag. Liep ik met een zendertje van anderhalve kilo op mijn rug. Hij reed er dan achteraan met een aanhangwagen waar allemaal apparatuur in zat. Dat zit nu allemaal in één sporthorloge.”

4 Meer is niet beter

“Ik ben vanaf mijn twaalfde elk jaar meer gaan trainen. Als je elke keer vooruitgaat als je meer doet, blijf je meer doen. In 1975 trainde ik vier keer per dag. Een jaar later kwam ik overtraind aan op de Spelen van Montreal. Drie weken voor die Spelen kreeg ik koorts. Ik zag de tijden van concurrenten en werd zenuwachtig, dus ben hard doorgegaan. Ik trainde in die tijd bijna 50 kilometer per dag voor de 5 en 10 kilometer op de baan. Veel te veel. De marathon had mijn afstand moeten worden, maar mijn achillespees knapte toen ik 28 was.

Tien jaar eerder kwam ik voor een blessure bij een arts. In die tijd werd er nog makkelijk een spuit met cortisonen in de pees gestoken. Hup, erin, dan kun je weer verder trainen. Die cortisonen zijn gaan werken, waardoor de pees later is afgeknapt. Ik heb er vijf operaties voor gehad, maar het is nooit meer goed gekomen.”

Beeld Merlijn Doomernik

5 Verslagenen komen terug

“In 1968 viel Ron Clarke door de mand op de Spelen van Mexico. Hij kon als Australiër niet op grote hoogte lopen, en haalde dus geen goud. Hij liep daarna wel wereldrecords. Boven een stuk in de krant stond toen de kop: Verslagenen komen terug. Dat is voor mij altijd een spreuk gebleven. Je kunt mij een keer kloppen, maar de volgende keer klop ik je terug. Dat heb ik later ook in mijn werk gebruikt. Tegenslag? Oké, laat maar komen.

In 2006 kreeg ik een burn-out. Ik kwam terug uit Moskou, ging even liggen en kon niet meer opstaan. Het duurde zes maanden. Ik kwam de eerste maand mijn bed niet uit. Als ik de telefoon hoorde, werd ik al gek. Ik was totaal overprikkeld. Ik heb mezelf jarenlang uitgeput. Ik kreeg na mijn vijftigste pas drie kinderen. Reisde nog heel veel. Economy class, ook naar verre landen, om maar geld te besparen. Thuis wilde ik het ook goed doen. ’s Nachts nog even een luier verschonen om mijn vrouw te helpen.

Ik was depressief, heb aan zelfmoord gedacht. Ik heb in die tijd veel boeken gelezen over de werking van het brein. Ging naar allerlei therapeuten. Met tijd en geduld werd mijn hoofd langzamerhand gereset. Ik ben nu niet meer overal bij. Heb leren delegeren. Mijn rechterhanden Ellen van Langen en Valentijn Trouw nemen veel over. Op kantoor zijn we meer op elkaar gaan letten.”

6 Verander je overtuiging

“Ik haalde mijn rijbewijs pas op mijn 35ste, ik vond rijden milieuvervuiling en was best pessimistisch over de wereld. Op zo’n aarde zet je geen kinderen, vond ik. Dat veranderde toen ik veel ging reizen voor mijn werk. Ik zag zo veel vriendschap, liefde en hulpvaardigheid om me heen. Ik geloof dat 98 procent van de mensen goed is. Die groep laat zich niet wegstoppen door 2 procent eikels.

Weet je dat ik mijn vrouw in het vliegtuig heb ontmoet? Onze kinderen zijn nu 14, 16 en 18 en al zo wijs. Ze denken veel na over allerlei kwesties, zoals het klimaatprobleem. Ik heb veel gevlogen, maar ik pak geen vluchten die niet nodig zijn. Ik kan niet de hele wereld redden. Ik heb wel een warmtepomp, 45 zonnepanelen in de tuin en rij elektrisch.”

7 De wereld is een dorp

“Tijdens mijn burn-out stond Haile Gebrselassie ineens voor de deur. Hij hoorde dat het niet goed met me ging en had meteen het vliegtuig gepakt. Als ik alleen hem had mogen managen en ik zou morgen mijn laatste zucht uitblazen was mijn leven ook mooi geweest. Haile is als een zoon voor me. Hij is de jongste van tien of elf kinderen. In zijn dorp in Ethiopië werkte het hele gezin op het land. Ik herkende mezelf in hem. Ik geloof er heel sterk in dat je terug krijgt wat je geeft, een soort karma.

De wereld is een dorp, één grote ruilhandel. Ik stond een keer rood op de bank toen ik geblesseerd was. Ik maakte geld over voor een goed doel, dus ging nog meer in het rood. Een dag later stuurde een organisator van een evenement me ineens een cheque omdat ik iets voor hem had gedaan. Zo werkt het ook met liefde en vriendschap. Als je keihard werkt en met veel mensen in contact bent, bouw je veel goodwill op. Dat komt altijd terug. Maar je moet er niet naar op zoek gaan.”

8 Iyo ndio maicha

“Met mijn burn-out ben ik een prototype van het westerse perfectionisme. Alles kan beter, we hebben altijd stress. Zelfs de race van Eliud Kipchoge, waarin hij het wereldrecord op de marathon liep, kon beter. Wij willen dat alles maakbaar is. Maar het is juist de kunst om te snappen dat we op sommige dingen geen grip hebben. In Afrika zeggen ze daar ‘Iyo ndio maicha’, op. Dat is Swahili voor zoiets als ‘Het is Gods wil’. Of ‘C’est la vie’. Afrikanen hebben minder stress.

Ik vertel westerse atleten weleens dat ze het relaxte moeten afkijken van Afrikanen. Die ontspanning is belangrijk, maar in topsport gaat het wel om details. Die moeten goed zijn. Haile was altijd van ‘pole-pole’. Rustig aan. Ik moest hem soms echt in beweging krijgen om trainingen te plannen en bloedonderzoek te doen. We proberen onze kennis over sport en training over te brengen. Dat was vroeger moeilijk, maar nu zie je daar verandering in komen. Eliud is de eerste die het echt oppikt.”

Beeld Merlijn Doomernik

9 Ga nooit met pensioen

“Een jaar nadat mijn vader met pensioen was gegaan, kreeg hij parkinson. Vijf jaar later was hij dood. Hij kon zijn ziekte niet aan en sprong in het kanaal. Hij had weleens gezegd waar we moesten zoeken als hij een keer niet thuis zou komen.

Als je met pensioen gaat, wordt je achterstand met de maatschappij groter. Dan voel ik ook aankomen. Ik ben bang dat mijn brein langzamer gaat werken. Wat moet ik gaan doen? Mijn drie kranten lezen? Boeken? In plaats van één keer drie keer per jaar met vakantie? Ik heb nog heel veel dromen om de sport te veranderen. In die zin ben ik nog helemaal niet oud. Ik wil nog zien dat de marathon onder de twee uur wordt gelopen.

Ik doe wel rustiger aan, ben niet meer elke dag op kantoor. Als ik morgen tegen een boom rij, is het bedrijf in goede handen, dat weet ik. Mijn eigen sportcarrière had beter gekund, maar daar ga ik niet onder gebukt. Vroeger wilde ik ontwikkelingswerk doen, maar ik ben er achter gekomen dat wat ik doe het beste ontwikkelingswerk is dat je kunt bedenken. Mijn atleten hebben door hun successen veel veranderd in Afrikaanse dorpen.”

Jos Hermens

(Nijmegen, 1950) behoorde in de jaren zeventig tot de wereldtop op de 5 en 10 kilometer. Van 1975 tot 1991 bezat hij het werelduurrecord op de atletiekbaan. Na zijn carrière richtte hij in 1985 het sportmanagementbureau Global Sports Communication (GSC) op. Als atletenmanager stond hij aan de wieg van de carrière van topatleten als Haile Gebrselassi, Kenenisa Bekele en Eliud Kipchoge, de huidige wereldrecordhouder op de marathon.

Hermens woont in de Brabantse plaats Boekel met zijn vrouw en drie kinderen.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden