Jos Hermens (66): Ik kan nog tien of twintig jaar mee

Interview | Ongebroken idealist in atletiekzaken

Het liefst had Jos Hermens als 'sixties kid' de wereld verbeterd, ontwikkelingswerker willen zijn. Dat idealisme is "met enig realisme" na dertig jaar management ongebroken gebleven. Als groot atleet was hij vroegtijdig gestruikeld over achillespeesblessures en afwezigheid van goede medische begeleiding. Dat mocht niemand meer overkomen.

In die zin noemt hij de achillespeesoperatie die zijn grootste atleet Haile Gebrselassie in zijn wél lange carrière onderging "een kleine nederlaag". En diept hij op de vraag naar hoogtepunten ook de door Duitse dopingjagers gebroken Katrin Krabbe uit zijn geheugen op.

Die laatste zaak werd begin jaren negentig bijna het faillissement van zijn managementbedrijf, Global Sports Communication. Krabbe werd met haar DDR-achtergrond in 1991 wereldkampioen 100 en 200 meter. Tijdens een dopingcontrole een half jaar later werd bij haar en ploeggenote Grit Breuer clenbuterol gevonden, een middel dat nog niet op de dopinglijst stond. Ze werd desondanks geschorst, rechtszaken volgden, Krabbe kreeg een schadevergoeding, maar haar sportcarrière was kapot.

"Het was geen hoogtepunt qua sportieve prestatie, wel vanwege het waarom ik dit werk doe. Mijn liefde voor jonge mensen die fouten mogen maken. En het was een belangrijke levensles. Het gaat hier om de menselijke kant, hoe pijnlijk het was. Een jonge Oost-Duitse vrouw die na de eenwording werd gemangeld door de politieke tegenstellingen van oost en west, met op de achtergrond de oude Stasi en de geheime dienst van West-Duitsland. Dat hele proces, met de West-Duitse dopingjager Donike die haar wilde pakken, de hetze in de pers. Dat heeft een enorme impact op mij gehad. We zijn bijna failliet gegaan. We waren, en blijven, kwetsbaar."

"Voor mij was dat de omslag. In dezelfde periode ontmoette ik Haile. Ik heb tegen hem gezegd: ik ga waanzinnig hard voor je werken, maar ik wil ook een professionele organisatie neerzetten, niet alleen afhankelijk zijn van jou. Met hem alleen had ik meer verdiend dan met deze hele toko. Maar ik wil de best mogelijke service aan zoveel mogelijk atleten geven. Ze gezond houden, inzetten op lange carrières en op hun ontwikkeling naast het lopen."

Zijn voormalige loopmaatje Carlos Lopes is een uitgesproken voorbeeld. In 1985 haalde Hermens hem als olympisch marathonkampioen naar Rotterdam, waar de Portugees als 38-jarige opzien baarde met een wereldrecord. Jos Hermens was toen, 31 jaar geleden, als manager de voorloper. In Molenhoek, in zijn eentje beginnend vanaf zijn zolderkamer met fax.

Dinsdag viert Hermens op Papendal zijn dertigjarig jubileum, in grootse stijl met onder meer een symposium, in aanwezigheid van IAAF-voorzitter Sebastian Coe en de grootsten van de ruim duizend atleten die hij begeleidde. Zij vergaarden onder zijn management 73 medailles op Olympische Spelen, 418 medailles op WK's en 71 wereldrecords.

"Inderdaad, eigenlijk is het 31 jaar, Lopes was het eerste wereldrecord. Maar de locatie is wel Papendal, en veertig jaar geleden dat ik daar het werelduurrecord voor de laatste maal heb gebroken. Op 1 mei 1976, dag van de arbeid."

Hermens was als 'sixties kid' van de flowerpower en opstand tegen het establishment. "We wisten dat de wereld naar de kloten ging, daarom wilde ik niet autorijden. Pas op mijn 35ste heb ik mijn rijbewijs gehaald. Ik kwam voor het eerst in Amerika, naderde 's avonds Manhattan in die zee van licht en dacht: Jos, jij gaat de wereld niet redden omdat je 's ochtends om zes uur met vijf tassen om je nek op je racefietsje naar het station rijdt. Toch houd ik oude idealen in stand. In mijn tuin liggen 45 zonnepanelen, waardoor ik onafhankelijk ben in mijn energievoorziening, van Poetin, CO2-neutraal et cetera.

"De zakenwereld is voor mij: zorgen dat ik geen verlies lijd. Ik heb wel tegen atleten gezegd: als je de hardste onderhandelaar wilt hebben, moet je bij iemand anders zijn. Ik streef naar lange carrières. Dat is nooit een belemmering geweest, we werken met vijftig man wereldwijd, van Afrika tot in India en China.

"Wat ik mis is een stuk zakelijkheid, ik houd van mensen. Ik ben letterlijk opgegroeid met 'liever dat nog, dan het bord voor m'n kop van de zakenman'. Ik heb het leuk gedaan, maar niet het maximale eruit gehaald. Misschien had ik een groter bedrijf kunnen hebben, een grotere auto. Dat laatste heeft me nooit geboeid. En verdien ik meer, dan neem ik meer mensen aan. Ik ben 66 en kan nog tien of twintig jaar mee. Zolang ik gezond ben, werk ik door.

"Er zijn in de atletiek hooguit vijftien of twintig professionele managers. Wij zijn verreweg de grootste. Niemand heeft zo'n gebouw met een Ethiopische keuken, Keniaanse keuken en wereldkeuken, met woonkamer en slaapkamers voor atleten, medische begeleiding. Niemand mag medicijnen of voedingspreparaten slikken waarvan wij niets weten. De atletiekbaan is op 500 meter hiervandaan, je loopt zo de bossen in. We hebben drie permanente trainingskampen, twee in Kenia, een in Ethiopië.

"Natuurlijk heb ik fouten gemaakt. Ik heb de Rotterdam Marathon opgericht samen met Gerard Rooijakkers en Michel Lukkien. Dat was mijn baby, maar ik ben eruit gewerkt en daarna is de boel verkocht. Ik heb nooit afscheid genomen, dat is een dieptepunt geweest. Met de marathon van Amsterdam gingen we failliet, ik had misschien betere adviseurs moeten hebben."

Trainer werd Hermens niet, geen droog brood mee te verdienen. Toch speelt hij ook buiten het zakelijke een belangrijke rol voor atleten. "Topsport is perfectionisme, het gaat om details. Het helpt als je veel weet van planning, periodisering en de problemen die je zelf hebt gehad."

De samenwerking met veelvoudig wereldrecordhouder en kampioen Gebrselassie groeide haast uit tot een vader-zoon-verhouding. "Het mooiste was zijn overwinning op de Spelen van Sydney. Hij had vanwege zijn achillespees in Finland op de operatietafel moeten liggen, kon amper lopen, maar versloeg Tergat met minimaal verschil.

"Sydney was sowieso het hoogtepunt met zeventien medailles. Een waanzinnige week, het allermooiste wat ik heb meegemaakt. Ik ben misschien een uurtje in het stadion geweest. Ik was altijd op het inloopterrein om de laatste dingen door te nemen. Ik had altijd een korte opmerking voordat de atleten de callroom ingingen. Dan is het mooi om van Nils Schumann na zijn overwinning op de 800 meter te horen dat hij op de slotmeters aan mijn woorden moest denken: alle sind müde."

Hermens wijst vanuit zijn directiekamer richting een puntdak verderop, zijn ouderlijk huis. "Wij waren met tien kinderen, het salaris van mijn vader ging op aan de hoogst noodzakelijke dingen. We verbouwden ons stukje land, hadden varkens en kippen, waren zelfvoorzienend. Zoals ik dat nu terugzie in Afrika.

"Ik vraag me altijd af wat de drive van zakenmensen is. Vaak is dat niet eens geld verdienen, maar deals maken waarop ze kicken. Ik zie liever een jonge vrouw als Sifan Hassan naar volwassenheid groeien, zij kan nog zoveel bereiken, ook buiten de atletiek.

"Gebrselassie heeft de potentie om president te worden. Dat zal misschien niet lukken omdat er in Ethiopië maar één partij is, of omdat hij anders overhoop wordt geschoten. Maar dat je zo'n jochie van 18 jaar ontmoet die geen woord Engels spreekt, drie jaar lagere school heeft gehad en nu 2000 man in dienst heeft.

"Ik kan met pensioen gaan en daar gaan wonen, hij vraagt constant of ik zijn adviseur wil worden. Zo zijn er veel landen met fantastische mensen die veel kunnen betekenen. Die met hardlopen een stap in hun ontwikkeling zetten waar ze anders in hun dorpje nooit aan toe waren gekomen. Dat is waar ik het meest van kan genieten."

'Dopingcrisis Rusland is amper te bevatten'

Toen na het vallen van de Muur het dopingsysteem van de DDR werd opgerold, dacht Jos Hermens dat met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie daar hetzelfde was gebeurd. "Je hoort van Rusada, Usada en Wada en je denkt, het zal wel goed geregeld zijn. Dat ik nu, in 2015 en 2016, te horen krijgt dat er eigenlijk niets is veranderd, is amper te bevatten.

"Die Russen denken nog steeds dat de hele wereld gebruikt, dat zie je nu in al die reacties over meldonium. Toen Ellen van Langen in 1992 olympisch kampioen werd, was ik ook manager van de nummer twee, de Russin Noeroetdinova. Die trainer van haar vloog me na afloop van de finale bijna naar de keel: 'Waarom gaf je me niet hetzelfde medicijn dat je aan Ellen van Langen hebt gegeven?' Die man ging ervan uit dat Noeroetdinova alleen geklopt had kunnen worden door iemand die ook was gedoped.

"Dat was in 1992, die mentaliteit heerst er nog altijd. Je moet iedereen boven de 40 of 50 in Rusland schrappen uit de atletiek, in China is hetzelfde gebeurd. Die mensen kunnen gewoon niet anders."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden