Jos Collignon: een eigenheimer met mazzel

Jos Collignon: Je leeft volgens de dienbladtheorie. (FOTO IKON) Beeld
Jos Collignon: Je leeft volgens de dienbladtheorie. (FOTO IKON)

Voor het IKON-radioprogramma ’Brief aan mijn jongere ik’ schrijven prominente Nederlanders een brief aan zichzelf. In Trouw iedere zaterdag hun brief, in het radioprogramma De Andere Wereld op zondagochtend een uitgebreid interview met de auteur. Vandaag: Jos Collignon, cartoonist.

Je bent twintig. Het is 1970. Je haar hangt al wel op je schouders maar die snor heb je gelukkig nog niet. Je bent tweedejaars rechtenstudent in Utrecht. Praktisch gesproken zijn het nog de zestiger jaren en je bent waar je bent zonder zelf veel keuzes te maken. Je doet gewoon min of meer wat er van je gevraagd wordt.

Toen je vorig jaar van de hbs kwam had de hele klas zich maanden tevoren al laten inschrijven voor een vervolgstudie. Alleen jij wist nog niet wat je wilde. Dan weet ik het wel, zei pa en hij regelde een kantoorbaantje. Waarom ook niet, dacht jij. Binnen een paar weken mislukte je faliekant als telefonisch verkoper van luchtdrukapparatuur en je bleek zelfs niet geschikt om te onthouden of de groene, gele, bruine, witte of blauwe doorslag naar de boekhouding, de directie, het archief of de administratie moest. Maar je had na een maand 500 gulden verdiend en je had ontdekt dat je je nog voor rechten in kon schrijven. Je nam opgelucht ontslag en kocht voor 300 gulden boeken, betaalde 200 gulden inschrijfgeld, overtuigde zonder veel moeite je vader (waarschijnlijk was het hem om dit besluit van jou te doen geweest), mocht zonder kostgeld thuis blijven wonen en het was gepiept. Nadat jouw vier zussen en drie broers het huis hadden verlaten vonden pa en ma het niet erg dat jij als laatste nog wat bleef hangen.

Ik breng dit maar even uitgebreid (jij weet het natuurlijk wel want het was gisteren) omdat het wat over je zegt: je leeft volgens de dienbladtheorie. Daar snap jij nu niets van want die naam heb ik er later aan gegeven. Al te veel plannen is zinloos volgens de dienbladtheorie en je hoeft je geen zorgen te maken als je de ober met een schaal met daarop een uitgekiende gelegenheid hebt gemist want er komt altijd weer een dienblad voorbij met nog mooiere kansen en nog weer betere mogelijkheden voor het grijpen.

Ik weet niet of de dienbladtheorie voor iedereen geldt maar jij bent een mazzelkont en een zondagskind. Ik klop het 40 jaar later nog steeds af. Voor jou werkt het en het blijft zeker tot aan je 60ste werken, kan ik je melden.

Een kerkganger zou vast zeggen: je legt je leven in handen van de Heer. Jij niet. Je bent ambitieus, diep van binnen onzeker, je wilt ergens goed in worden en je kunt kiezen waarin. Je functioneert slecht in groepen. Je studie gaat over een paar jaar pas leuk worden als je zelf onderzoek mag doen en daarover kunt publiceren. Dan pas ga je van de een op de andere dag echt goed werk afleveren.

Ik kan je 40 jaar later zeggen dat je dat ongemak en ongeduld in groepen nooit meer zult kwijt raken. Nog vaak zul je, tot je verdriet, met je kop tegen de muur lopen. Je hebt de neiging, zoals je in Engeland wonende dochter veel later over je zal zeggen, ’to challenge the rules’. Dat, en je nieuwsgierigheid, zullen je blijven tekenen. Ten kwade en ten goede. Misschien zijn het zestiger jaren-eigenschappen, in ieder geval vormen ze jouw rugzakje.

Op zo’n eigenheimer zit niemand te wachten, zul je verbaasd merken na je studie en de juristerij vereist een hoop samenwerking over details. Dat schrikt je af. Geen nood, je kunt ook tekenen, je bent gek op Engelse en Amerikaanse tekenaars, je houdt van journalistiek en je hebt al eerder voor de Volkskrant geschreven. De overdrachtelijke ober van de dienbladtheorie staat plots voor je met op het dienblad een telefoon met NRC/Handelsblad aan de lijn. Je krijgt er een kansje, grijpt hem met twee handen aan, je doet wat je kunt. Je glijdt in werk dat bij je karakter past, eerst daar en later bij de Volkskrant: eigen baas in het relatief eenzame bestaan van de nieuwsgierige politieke tekenaar.

(’Jongen, zoek toch een goeie baas’, zei pa die vakbondsbestuurder was. Luister naar mij: niet doen! Over 10 jaar vallen er massaontslagen en over 20 jaar weer.)

Je kent M. nu 2 jaar goed en jullie zullen het nog 30 jaar volhouden. Beurtelings tot jullie grote plezier en tot jullie lichte wanhoop. Na 32 jaar houdt M. het ook niet meer vol om samen te leven met het eigenzinnige tiep dat je bent en jij wilt de ongeremde nieuwsgierigheid, het avontuur en je onafhankelijkheid terug in dat ene leven dat je hebt. Zeg vooral niet dat je er op je twintigste dan maar liever niet aan begint want er komen drie kinderen aan die stuk voor stuk meer te betekenen hebben dan jouw hele bestaantje van de komende dertig jaar.

Jammer dat ik je geen clipje van ze mee kan sturen. (Leuk man, iPods, iPhones, YouTube, in een volgende brief ga ik je daar ALLES over vertellen en ook precies wanneer de beurs in elkaar gaat klappen. Begin maar met 5000 gulden geleend geld te zetten op een onooglijk clubje vlassige nerds in San Francisco. Apple heet het.)

Over 7 jaar zullen M. en jij trouwen. Om jouw vader en de ouders van M. een plezier te doen. En nog in de kerk ook. Dat laatste zou ik, terugziend, nu zeker achterwege laten want daarmee ga je jezelf verloochenen. Je staat al ver af van geloof en kerk en je hebt er al heel wat scherper zicht op gekregen nu je er van een afstandje naar kan kijken.

Je herinnert je de godsdienstleraar op de hbs nog (de moderator liet hij zich heel modern noemen). De vrome praatjes die we toen verveeld over ons heen lieten komen. (’Als je me nu vraagt dat te bewijzen dan zeg ik: dat kan ik niet maar jullie zullen het met me eens zijn, het is de meest waarschijnlijke optie.’) Soms betrap ik me er 45 jaar later nog op dat ik met hem praat en hem voorstel om beurtelings in de lessen een van zijn boeken te behandelen (’De bijbel heeft toch gelijk’) en bijvoorbeeld mijn Christopher Hitchens’ ’God is not great’ of Richard Dawkins. Hij zou na afloop de klas worden uitgehoond want we hadden er een stel jongens en meisjes bij die toen op dat gebied heel wat goochemer waren dan jij.

Dan is er nog één ding waar jij al een beetje spijt van hebt en ik heel erg. Dat je twee jaar geleden na je eindexamen de schriftjes hebt weggegooid met de aantekeningen van de biologielessen van mijnheer Van de Boom. Die fantastische state-of-the-art kennis over DNA. Theorieën van Crick en Watson, nog maar net de Nobelprijs, stonden dank zij hem al ijverig en uitgebreid neergepend in de schriftjes van vijfdeklassers van het Niels Stensen.

Sufferd die je bent!

Liefs!

null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden