Jorwerd en de geur van gras en stront

JORWERD - Propvol zat de bus die zaterdagavond voor het paleis van justitie uit Leeuwarden vertrok, op weg naar Jorwerd. Daar vond het afsluitende boekenbal plaats, in het plaatsje dat sinds de publicatie van Geert Maks boek 'Hoe God verdween uit Jorwerd', uitgroeide tot dorp der dorpen. Al snel was van de bewoonde wereld niets meer te bekennen en stortte de bus in een diep zwart gat, met alleen aan de einder een paar lichtpuntjes. “Ja, hier begint het allemaal,” sprak Kees 't Hart, schrijver en voorzitter van de Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden, met bloedserieuze stem.

ONNO BLOM

Eenmaal aangekomen in het pittoreske plattelandsdorp spuugde de bus het opgedirkte gezelschap uit in de walm van stront en gras. “Zou iemand die geur speciaal voor vanavond hebben rondgespoten?” vroeg een Randstedelijke heer in smoking zich af.

Verbijsterd nagekeken door de Jorwerters vanuit hun huiskamers trok de stoet naar de kroeg. Die was niet te missen, want de plaatselijke harmonie blies vals, maar hard waar het schitterende 'Wapen van Baarderadeel' was te vinden. Trijpen kleedjes stonden vol glazen bier, een tegel aan de muur sprak de wijze tekst 'De tijd haldt gijn skoft' en de prijzenkast van 'Hald moed' glansde iedereen tegemoet. De werkelijkheid had de literatuur ingehaald.

Niet voor niets benadrukte Pieter de Jong, voorzitter CPNB en zelf van oorsprong een Fries: “God mag uit Jorwerd verdwenen zijn, dat geldt niet voor de Muze.”

- Vervolg op pagina 7

'Grutmachtich God. De heidnen binne kommen' VERVOLG VAN PAGINA 1

In het Wapen van Baarderadeel hield Arnon Grunberg, de auteur van het boekenweekgeschenk, een hilarisch verhaal over een toiletborstel als een palmboom, die in de pot van een vervuilde plee raakt verstopt en er met een nijptang weer moet worden uitgetrokken. Ook de chauffeur van Grunberg, die hem de hele boekenweek in een Mercedes door het land had gereden, beklom het podium. “Arnon is een hele aardige jongen,” verklaarde de chauffeur. “Maar hij moest niet zoveel troep in de auto maken. Hij, de mensen van Nijgh en de mensen van Ditmar maken zo-veel-rot-zooi. U moest eens weten.”

Stempelpost Het Amsterdamse columnistenduo Remco Campert en Jan Mulder had de weg niet kunnen vinden en kwam wat later. Stempelpost gemist bij Bartlehiem, werd er gefluisterd. Gelukkig konden de heren, na hun niet te versmaden voordrachten, de bar gemakkelijk vinden. Zoals in ieder dorp liep er, zelfs afgelopen zaterdagavond, een rechte lijn van toog naar kansel. Over een pad van dwaallichtjes over het kerkhof (zou één van hen de ziel van Slauerhoff zijn, die het hier ooit met de dochter van de dominee hield?) ging het naar het kerkje.

Onder het motto 'God terug in Jorwerd' hield een aantal schrijvers een klassieke preek. “Heb je pepermunt bij je?” vroeg domineeszoon Michaël Zeeman, gevolgd door het strenge bevel: “En niet in slaap vallen!” Voor indutten was geen kans. Zeeman hield een donderpreek van de beroemde zeventiende eeuwse Engelse schrijver John Donne. Zijn op het verhaal van Job geïnspireerde preek loog er niet om. “Groeve, gij zijt mijn vader” galmde het tegen het houten hemelsblauwe plafond. Daarna riep Zeeman zijn profane publiek op tot het zingen van psalm 79, dat begint met de toepasselijke regel: “O God, nu zijn de heidenen gekomen,” of, zoals de blauwe Friese Bijbel in de hand vermeldde: “Grutmachtich God, de heidnen binne kommen, en hawwe it her lein op jo eigendommen.”

De menigte wist na zoveel wijsheid niet hoe snel Het Wapen van Baarderadeel weer te bereiken. Op naar top act 'Party Time', die door de organisatie gewoon was bijgehuurd, omdat die al lang daarvoor op de agenda was gezet. Dit combo van man en vrouw, begeleid met één vinger op de synthesizer, bracht met covers van René Froger en tophits als 'I wanna have sex on the beach' menigeen op de dansvloer in vervoering.

Zo swingde de nacht in Jorwerd naar een einde, maar niet voordat de boekenweek officieel was beëindigd met een pistoolschot van Arnon Grunberg en een heus vuurwerk. Vuurpijlen scheerden de kerktoren en rood bengaals vuur flakkerde op het kerkhof. De dichter Jean Pierre Rawie mompelde mismoedig: “Die arme doden, laat ze toch liggen. Die schrikken zich rot.”

De feestgangers hadden daar geen boodschap aan. Die dronken door tot de laatste bus, na God, uit Jorwerd vertrok. Het was al ver nadat Geert Mak, die met zijn boek dit alles argeloos over het dorp had afgeroepen, in zijn voordracht het laatste woord had gesproken: “Laat het doek vallen. Laat Jorwerd weer Jorwerd worden, en schrijvers weer schrijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden