Jordaniër is corruptie spuugzat

'Politieke top en koninklijke familie maken zich schuldig aan machtsmisbruik'

Even leek het of Jordanië de strijd met corruptie werkelijk aanging. Het waren niet de eerste de besten die tot drie jaar gevangenisstraf werden veroordeeld: twee topbestuurders van 's lands enige olieraffinaderij, een adviseur van de minister-president en Khalid Sjahien, een miljardair met goede contacten bij het koningshuis.

Zij zouden 18 miljoen dollar aan steekpenningen hebben betaald voor een miljardencontract ter uitbreiding van de raffinaderij. "Jordanië staat bol van corruptie", zegt jurist Ghassan Moeammar. "De autoriteiten zijn nogal selectief in wat wel en niet vervolgd wordt, en dat willen ze graag zo houden."

Moeammar wijst erop dat de vervolging inzake de raffinaderij-affaire onder ex-premier Samir Rifai begon. Die had zelf als vertegenwoordiger van Dubai International Capital ook een bod uitgebracht. "Het is goed dat een onderzoek is ingesteld, maar dit stinkt naar wraak", aldus Moeammar.

Sinds de Arabische lente ook in Jordanië is ontloken, roepen demonstranten om zowel politieke hervormingen als een eind aan de wijdverbreide corruptie. Dat doen overigens ook koning Abdoellah, sinds hij de troon besteeg in 1999, en de acht premiers die onder hem dienden. Met bescheiden resultaat: op de jongste corruptieranglijst van Transparency International prijkt Jordanië op de 50ste plaats.

"De regering zal zonder uitzondering alle corruptiezaken openen," zei minister-president Maroef Bakhit bij zijn aantreden in februari 2011. "Er zal geen immuniteit zijn voor overheidsfunctionarissen."

Niet iedereen was meteen overtuigd. De oud-generaal was in 2007 ook al premier. Toen overzag hij de meest frauduleuze verkiezingen in de Jordaanse geschiedenis en het casinofiasco aan de Dode Zee (zie kader), dat de Jordaanse staatskas bijna een miljard euro kostte. Als teken van goede wil verwees Bakhit 'Casinogate' naar de anticorruptiecommissie (ACC).

Daarna blies hij de strijd tegen de corruptie op wel zeer bijzondere wijze nieuw leven in. Zijn wetsvoorstel voor 'artikel 23', dat in september werd aangenomen, stelt een beschuldiging 'op valse gronden' strafbaar met een boete van maximaal 62.000 euro. En dat in een land waar het gemiddeld jaarlijks inkomen nauwelijks 3500 euro bedraagt.

"Dit is geen aanval op de media", zegt ACC-bestuurslid Ramzi Noezha onder het goedkeurend oog van een ingelijste koning Abdoellah. "Maar vooral elektronische media staan tegenwoordig vol onwaarheden."

Parlementariër Mamdooh Abbadi erkent dat 'een aantal websites het inderdaad niet zo nauw neemt met de regels van de journalistieke kunst', maar hij stemde toch tegen artikel 23. "Dat doet meer kwaad dan goed."

Er is volgens Abbadi wel meer mis met de anticorruptiecommissie en de anticorruptiewet. Het belangrijkste is wel dat de Jordaanse premier de commissie benoemt. Die mist dus in zijn ogen onafhankelijkheid. Ook worden klokkenluiders onvoldoende beschermd.

Artikel 23 geniet de steun van het politieke establishment, inclusief de koning, niet in de laatste plaats omdat zijn vrouw, koningin Rania, en haar familie vaak, terecht of niet, worden beschuldigd van machtsmisbruik in financiële transacties.

"Artikel 23 was veel erger dan verwacht", zei Ghassan Moeammar. "Met zulke schandalig hoge boetes voor wie corruptie aan de kaak willen stellen, bescherm je corruptie. Ook hoort dit artikel niet in de anticorruptiewet. Het is als een cel in het politiebureau ter bescherming van de dieven. Jordanië is niet serieus als het gaat om hervormingen", concludeert hij. "Het doel van artikel 23 is ervoor te zorgen dat de autoriteiten, en niet het volk, bepalen wat er wel en niet vervolgd wordt."

Casinogate
In 2007 kwam de Jordaanse minister van toerisme Osama Dabbas met een Iraakse investeerder overeen een casino te bouwen aan de Dode Zee. Binnen een week veranderde de regering-Bakhit van gedachten, hoewel de investeerder daardoor contractueel recht had op een schadevergoeding van meer dan een miljard. Een vreemde zaak, al is het maar omdat gokken verboden is in Jordanië.

Uiteindelijk nam de investeerder genoegen met een vergoeding van 150.000 euro. Toen Bakhit in februari zijn comeback maakte als premier, verwees hij 'Casinogate' voor onderzoek naar de anticorruptiecommissie. Op basis daarvan besloot het Jordaanse parlement wel minister Dabbas, maar niet Bakhit te vervolgen. Dit tot woede van bijvoorbeeld Mamdooh Abbadi. Volgens hem 'kan een minister nog geen centimeter verplaatsen zonder toestemming van de premier'. Uiteindelijk kostte het casino Bakhit toch de kop. Afgelopen oktober verving koning Abdoellah hem met Awn Khasawneh, die prompt beloofde een einde te maken aan corruptie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden