Jordaanse koning Hoessein heeft geen haast met vredesakkoord Israel

AMMAN - Koning Hoessein gaat voorlopig niet naar Washington om een vredesverdrag met Israel te tekenen. De Jordaanse ochtendkranten besteedden gisteren uitgebreide aandacht aan een gesprek van de vorst met een Arabisch radiostation in Parijs.

Daarin legde hij uit waarom hij er niet over piekert om op heel korte termijn al vrede te sluiten met Israel, in een ceremonie zoals die tussen de voorman van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO, Arafat, en de Israelische premier, Rabin, in de tuin van het Witte Huis, onder leiding van de Amerikaanse president, Bill Clinton.

Hoessein verwees daarmee allerlei geruchten naar het rijk der fabelen. Even heette het zelfs dat Hoessein en Rabin elkaar gisteren al hadden zullen treffen, ook aanstaande vrijdag is genoemd. Hoessein, die morgen 58 wordt, zei dat hij eerst rustig zijn verjaardag wil vieren, en dat hij dat zal doen in Jordanie. Verder zijn er volgens hem nog tientallen dringende kwesties, die spelen tussen Israel en Jordanie en die eerst moeten worden bijgelegd, voor er van een vredesverdrag sprake kan zijn.

Water

Twee kwesties noemde Hoessein met name: Jordaans land dat Israel in de oorlog van 1967 heeft bezet, en de verdeling van de beschikbare watervoorraden.

Met de door Israel bezette gebieden bedoelt Hoessein niet de westelijke Jordaanoever, waarover Jordanie tot de oorlog van 1967 het gezag uitoefende, maar stukjes land die Israel in 1967 veroverde ten zuiden van de Dode Zee, in de Wadi Araba, een lange en diepe vallei met een moordend klimaat, waar deskundigen talloze delfstoffen vermoeden. Jordanie hoopt dat het, door ontginning van de Wadi Araba, zijn beroerde economie erbovenop kan helpen. Die ontginning kan pas beginnen, als er een formele vrede is, anders is het te riskant. Volgens Hoessein houdt Israel in totaal 300 vierkante kilometer bezet in de Wadi Araba en dat is een gebied bijna zo groot als de veel bekendere strook van Gaza.

Hoessein wil dat Jordanie de volledige soevereiniteit terugkrijgt over die totaal onbewoonde gebieden. Pas als Israel en Jordanie het over die kwestie en over de verdeling van het water eens zijn, is het volgens de koning mogelijk om de andere problemen uit de wereld te helpen. Hij heeft hoop dat dat spoedig zal lukken, maar niet dus al volgende week.

Door zo de nadruk te leggen op de kwestie van de verdeling van het water, legt Hoessein een verbinding tussen de bilaterale, dat wil zeggen directe, besprekingen met Israel, en de multilaterale gesprekken over de waterproblemen in het Midden-Oosten, waaraan ook de andere landen in de regio meedoen. Israel en Jordanie hebben een heel tastbaar probleem, de verdeling van het water van de rivier de Jordaan. Maar het is de vraag of de twee landen die kwestie kunnen oplossen, zonder een akkoord met Syrie te sluiten. Want ook dat land maakt aanspraak op water uit de Jordaan, en in elk geval op water dat nu via de door op Syrie veroverde hoogten van Golan, in het meer van Galilea terechtkomt, het grote waterreservoir van Israel.

De waterkwestie is heel dringend voor Jordanie. Het land gebruikt per inwoner nog geen derde van wat Israel verbruikt. Maar volgens schattingen zijn over tien tot vijftien jaar toch alle ondergrondse watervoorraden uitgeput. Reden genoeg om het belang van de kwestie te benadrukken, maar dat Hoessein dat juist nu deed, had waarschijnlijk vooral een politieke reden. Hij wilde er eens te meer mee duidelijk maken dat hij, althans nu, niet voelt voor een apart verdrag met Israel. Dat zei hij ook met zoveel woorden. Hij zei dat Jordanie geen apart vredesverdrag met Israel zal tekenen omdat het zich heeft gebonden aan het beginsel van een alles omvattende vrede, dat wil zeggen een vrede tussen Israel en al zijn Arabische buren. Daarmee is volgens hem niet in strijd dat Israel en Jordanie alvast werken aan een oplossing van de problemen tussen de beide landen, volgens een agenda waarover ze het al eens zijn.

Argusogen

Hoessein heeft zowel binnenlandse als buitenlandse redenen om niet te hard van stapel te lopen. Buitenlands volgt de Syrische president, Hafiz Al-Assad, met de argusogen de manoeuvres van de koning. Assads nachtmerrie is dat hij er straks alleen voor komt te staan in de onderhandelingen met Israel.

In zijn eigen land heeft Hoessein te maken met een verdeelde publieke opinie. Het fundamentalistische Islamitische Actie Front veroverde zestien zetels bij de parlementsverkiezingen van afgelopen maandag. Samen met vijftien gelijkgestemde onafhankelijke afgevaardigden vormen ze een blok van 31 zetels op een totaal van 80. Deze 31 fundamentalisten vinden dat volgens hun godsdienst heel het gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee islamitisch moet zijn. Tot dat gebied behoort ook Israel, zodat een vrede met dat land onder alle omstandigheden is uitgesloten. Linkse partijen haalden vier zetels, dat brengt het totaal aan tegenstanders op 35. Van de overige 45 moet nog maar worden afgewacht of ze alemaal voor de vrede zullen stemmen.

Hoessein voelt er juist nu niets voor om het parlement buitenspel te zetten in de vredeskwestie. Ondanks allerlei kritiek heerst er hier toch een buitengewoon plezierig gevoel over de verkiezingen, die zeer uniek waren voor de Arabische wereld. Hoessein wil de sfeer niet bederven.

Hoessein wees erop dat het oude parlement had ingestemd met de gang in oktober 1991 naar de vredesconferentie in Madrid. Daarom wil de koning het nieuwe parlement ook een rol geven bij de pogingen een vrede tot stand te brengen., Alleen daarom al is een overhaaste gang naar Washinton uitgesloten, want het parlement komt pas over een paar weken voor het eerst bijeen. Er speelt misschien nog iets. De PLO en Israel sloten een akkoord dat op een gatenkaas lijkt. Na de sluiting ervan moeten beide partijen nog ontzettend veel in korte tijd regelen. Zo'n gatenkaas-akkoord was het hoogst haalbare. Voor Jordanie ligt dat anders. Het heeft geen behoefte aan een onaf akkoord, het neemt alleen genoegen met een akkoord dat goed in elkaar zit en dat bereik je niet met haastwerk.

Beheer

De koning leek ten slotte nog te hengelen naar een rol bij het beheer van de heilige islamitische plaatsen in Jeruzalem. Volgens de koning komt de soevereiniteit over Jeruzalem alleen toe aan “God, de allerhoogste”. In 1988 deed Jordanie officieel afstand van zijn aanspraken op de westelijke Jordaanoever. Maar velen in Jordanie geloven dat de koning nog steeds hoopt op het beheer van de Al-Aksamoskee en de Koepel van de rots, van waaruit de profeet Mohammed op het ros Boerak de hemel bezocht. Hoessein wil, zo heet het hier, zijn aanspraken niet laten gelden in zijn hoedanigheid van koning van Jordanie, maar als een directe nazaat van de profeet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden