Joost Zwagerman, schrijver

Dit is de tiende aflevering in een serie ter gelegenheid van de vertaling van Schopenhauers hoofdwerk: De wereld als wil en voorstelling.

JAN WARNDORFF

Dat is een beetje een misleidende titel, maar als je dat als jongen van zestien, zeventien in handen krijgt, en je hebt een ongelukkig liefdesleven achter de rug, als puber telkens afgewezen, dan wil je dat graag geloven. Maar vervolgens begon ik het boek te lezen en ging het over heel andere en zelfs veel interessantere dingen, en dat was de vertaling van Parerga und Paralipomena - een boekje dat later, in de receptie van Schopenhauer, als een soort bijboekje is weggezet. Voor mij was het het opstapje naar ander werk, en terugkijkend kan ik me een leuker en spannender en romantischer opstapje bedenken.

In dat boekje is de gitzwartheid van Schopenhauer het meest gecomprimeerd aanwezig. Hij begint ook met van die one-liners: 'als het voornaamste en meest directe doel van ons leven niet het lijden is, dan is ons bestaan het meest zinloos op de wereld'.

Als je zeventien bent, dan drink je dat soort mededelingen natuurlijk op. Misschien strijk ik nu tegen de haren in van de professionele Schopenhauer-vorsers, maar het zijn vooral de romantische aspecten van zijn leer: het grote, meeslepende nee! tegen de wereld dat mij blijft aantrekken. Als kunstenaar beschouwd hield Schopenhauer er tot de verbeelding sprekende ideëen op na: over isolement, romantische ivoren toren, gekweldheid - het is echt een tormenterende kunstenaar. Hij schreeuwde als het ware van de daken dat iedereen elkaar met rust moet laten, dat zeker de genieën met rust gelaten moesten worden, omdat ze anders de vulgariteit van de wereld over zich heen zouden krijgen. Als puber die zeer onzeker in het leven stond sprak dat tot mijn verbeelding.

Ik sta zelf ook niet zonnig en jubelend in het leven, maar dat pessimisme van Schopenhauer is in hevigheid en consistentie niet te overtreffen, en dat is absoluut troostend.

Dat idee dat iemand die gevoelens van afkeer en woede en de neiging tot isolement tot een theorie kan omsmeden. Hij wilde natuurlijk zelf het liefst niemand zien, hij had genoeg aan zichzelf, en vervolgens brengt hij het in zijn theorie zó dat het maar het beste voor iedereen is om niemand te zien en om verre van al het gewoel van de wereld te blijven.

Kunstenaars die gekweld door het leven gaan en die onmiddelijk hun gekweldheid op papier kwakken, dat is meestal onverteerbare kunst.

Ik zou er niet aan moeten denken een boek te lezen van iemand die honderden pagina's weeklaagt over het lot en het leven, maar iemand die dat zo weet te brengen dat het bijna een vorm van wetenschap is om te bewijzen dat de wereld een poel van ellende is, dat is weer heel iets anders.

Voor mij is het sowieso aantrekkelijker wanneer iemand een gitzwart wereldbeeld ventileert dan dat iemand een blijmoedig verhaal gaat houden. Dat de wereld een groot feest is en dat we allemaal blij moeten zijn - daarvoor kan ik iedere avond Nederland 2 aanzetten en bij de EO terecht. Maar als iemand probeert uit te leggen dat de wereld een hel is, dan vind ik het al weer interessanter worden.

Wat mensen met mijn poëzie doen moet iedereen maar voor zichzelf weten. Ik kan niet van mezelf zeggen: ik bied de mensen troost. Maar als ooit iemand ergens één flintertje troost kan putten uit een mogelijk ontroerend verhaal dat ik heb geschreven, dan zal ik heus niet proberen de ontroering uit het hoofd van die lezer te rammelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden