Review

Joost Zwagerman, postmodernist in schijngedaante

AMSTERDAM - “Het begin van 'Chaos en Rumoer' heb ik ontleend aan mijn eigen sores. Ik dacht dat het writer's block, dat mijn hoofdpersoon Otto Vallei al in de beginzin treft, mij nooit zou overkomen. Dat bleek een illusie. In 1994 dacht ik er echt aan om te stoppen met schrijven.”

Joost Zwagerman kreeg schoon genoeg van het hele schrijversritueel. “Ik had plotseling oog voor het pathetische van het schrijven”, zegt hij. “Ik zag mezelf letterlijk zitten, terwijl ik met potsierlijk gekromde rug aan een nieuw boek begon. Op dat moment kruiste de Vara mijn pad met de vraag of ik een proefuitzending wilde maken voor het radioprogramma 'Ophef en Vertier'. Ik ben met frisse moed begonnen, was blij dat ik eindelijk eens echt werk had gevonden. Van september '94 tot februari '95 was ik een van de presentatoren van dat programma.”

“Voor 'Ophef en Vertier' diende ik het hele culturele spectrum te bestrijken. Ik moest. . .”, Zwagerman slikt hoorbaar, “ik moest ook naar toneelvoorstellingen en ballet. Al snel raakte mijn hoofd zo vol van andermans kunstuitingen, dat er geen plek meer overbleef voor gedachten over mijn eigen werk. Sneller dan verwacht kreeg ik heimwee naar het schrijverschap. Dus na zeven maanden ben ik weer gestopt. Net als een voetballer heb ik toen mijn contract 'opengebroken'.”

“Het is niet zo dat ik bij 'Ophef en Vertier' ben gaan werken om materiaal op te doen voor een roman. Ab-so-luut niet. Pas later, toen ik gestopt was met het programma en mij opnieuw geconfronteerd zag met de fysieke weerzin tegen het schrijven, dacht ik: laat ik van mijn handicap een kracht maken. Ik ga een roman maken over een schrijver die maar niet aan het schrijven komt. En dat terwijl ik wist dat dat al onnoemelijke keren gedaan is en onnoemelijk vaak geleid heeft tot gortdroge boeken. Het stond dan ook vanaf het begin vast, dat ik een satirische wending aan het boek zou moeten geven. Ik besloot daarom de kat op het spek te binden. Ik liet mijn vastgelopen schrijver ook naar de radio verhuizen. De rest van de roman is verdichting, verbeelding en fictie.”

Zwagerman zegt het niet voor niets driedubbel. Zelfs verdichting, verbeelding en fictie worden in zijn nieuwe roman tot in het oneindige gespiegeld en geïroniseerd. In 'Chaos en Rumoer' herkent de tamelijk onbeduidende schrijver Otto Vallei zich in de roman van de succesvolle auteur Ed Waterland. Vallei verbeeldt zich zelfs dat Waterland zijn oorspronkelijke idee, een schrijver die maar niet aan het schrijven komt, heeft gestolen.

“Die Ed Waterland is een soort nachtmerrie-achtige variant van mezelf”, bekent Zwagerman. “Hij is de karikatuur die ik van mezelf beschreven zag na het verschijnen van 'Gimmick!'. Otto Vallei is een waarachtiger beeld: veel van zijn getob, neurose, faalangst en gesukkel zit ook in mij. Ik was echt van plan mezelf eens lekker binnenste buiten te keren, mezelf grondig af te breken.”

In Waterlands fictieve sleutelroman over de literaire wereld, 'Het hart aan de rand van de stad', wordt voorspeld dat de arme schrijver - die uit armoede maar bij de radio is gaan werken - uit wanhoop een bom zal leggen bij de uitreiking van de 'Eurobankprijs'. “Voor die bommelding heb ik me gebaseerd op de uitreiking van de laatste AKO-prijs, die werd verstoord door een bommelding. Dat was zo'n bizar en verbijsterend gegeven. Toen ik hoorde wat er gebeurd was, dacht ik: dit moet iemand wel gaan gebruiken voor een satirische roman. En even later wist ik: nee, dat moet ík gaan gebruiken.”

Plezier

Zwagerman kreeg steeds meer plezier in het spel met feit en fictie. “Handenwrijvend schrijven kan niet”, lacht hij, en legt zijn rokende Marlboro light in de asbak om toch zijn handen vergenoegd over elkaar te laten schuren, “maar zo zat ik wel achter de computer.” Hij pakt zijn sigaret weer op en vervolgt serieus: “Je moet nooit, ik lijk Harry Mulisch wel, te goed weten wat je doet. 'Chaos en Rumoer' zet heel onschuldig in, als een kleine satire op de literaire wereld. Daarna moest er een wending komen, die het voorafgaande in een totaal ander daglicht zou zetten. Dan begint een heel raar whodunit-achtig gedeelte, waarin je eigenlijk niet meer weet wie eigenlijk de verteller van het boek is. Wiens verhaal lezen we nu eigenlijk? Dat van Otto Vallei? Het zou kunnen, maar de eerste zin van 'Chaos en Rumoer' meldt toch duidelijk dat hij nu juist niets heeft volbracht. Is het dan toch Ed Waterland? Zou hij Otto zijn paranoia hebben meegegeven? Of is er toch een derde figuur in het spel? Werkendeweg, zou Ruud Lubbers vroeger gezegd hebben, kom je bij steeds meer details terecht die de spiegelelementen verfijnen en intensiveren.”

In 'Chaos en Rumoer' moge de spiegeling en het spel met de werkelijkheid tot het uiterste zijn doorgevoerd, het is in aanleg geen nieuw kenmerk in Zwagermans werk. De verleiding is groot hem als vertegenwoordiger van de postmoderne idee van de onkenbare werkelijkheid te zien. “Als er al een postmodernist in mij schuilt, dan is het in schijngedaante”, nuanceert Zwagerman. “Welke postmodernist zou traditionele romans als 'Vals Licht' en 'De Buitenvrouw' schrijven? Niet één. Toch heb ik daarin een web van citaten geweven, dat grotendeels onopgemerkt is gebleven. Ik kan er niet onderuit schrijvers die mij dierbaar zijn en die over hetzelfde hebben geschreven grondig na te pluizen en op papier dank te zeggen. In het geval van 'De Buitenvrouw' buig ik natuurlijk diep voor John Updike, de koning van de buitenwijken.”

De verwijzingen tuimelen in 'Chaos en Rumoer' over elkaar heen. In de passages waarin Otto praat met zijn uitgever Arnoud Zegel en redacteur Wout Rookershoofd - in wie het Arbeiderspersduo Theo Sontrop en Martin Ros kunnen worden herkend - staan hele zinnen uit 'Het lied van schijn en wezen' van Cees Nooteboom. Zwagerman: “Dit is mijn lied van schijn en wezen, dus dat kan ik niet schrijven zonder mijn hoed even af te nemen voor Nooteboom. Een ander boek dat zich in de literaire wereld afspeelt is 'De grachtengordel' van Geerten Meijsing.” Zwagerman wijst met uitgestrekte vinger naar het boek dat binnen handbereik in de kast staat. “Op het gevaar af dat ik nu word versleten voor onhandelbaar of stuitend arrogant: met terugwerkende kracht laat ik Meijsing zien hoe hij het had moeten doen. Meijsing is in de klassieke val van de sleutelroman getrapt. 'De grachtengordel' is alleen maar interessant voor die twintig mensen die zich erin herkennen, en dan nog een stuk of honderd die het literaire wereldje goed kennen. Meijsing heeft me ervoor behoed dezelfde fout te maken. Dat overkomt mij niet”, Zwagerman lijkt even verbaasd over zijn eigen stelligheid en prevelt: “hoop ik.”

Wat in elk geval vaststaat is dat 'Chaos en Rumoer' niet alleen als sleutelroman valt te lezen. Zwagerman maakt gebruik van de technieken van suspense-schrijvers - 'ik hou van de cliffhanger, die in Nederlandse romans wel lijkt te zijn uitgestorven' - en hij houdt, zoals na het beproefde recept van 'Gimmick!' de vinger aan de pols van de tijd: “De tijd waarin ik leef is mijn materiaal. Ik hoef niet ver te kijken en te reiken om het drama om me heen te zien.”

Materiaal vindt Zwagerman in het onmiddellijk nabije genoeg. Toch blijft het vinden van de juiste stijl - de wisselende stijl suggereert opnieuw een postmodernistische inslag - elk boek opnieuw een zoektocht. “Ik ben niet als Wolkers, of Maarten 't Hart. Als je een lezer van beiden een boek zou laten lezen en daarna nog één met afgeplakte kaft, dan zou die lezer direct weten van wie het boek is. Zo doe ik het niet. Een vaststaande, oninwisselbare stijl heb ik zelf niet. Het onderwerp bepaalt voor mij de toon. 'Chaos en Rumoer' had een diep-ironisch onderwerp, dus daar hoorde een lichte, bijna Campert-achtige stijl bij. Maar mijn volgende boek wordt weer ingrijpend anders. Ik ga nu beginnen aan een roman waarin verschillende stijlen in één band worden samengebracht. Afwisseling houdt mij op de been.”

Voorlopig is Zwagerman nog wel even bezig met de promotie van 'Chaos en Rumoer'. Volgende week moet hij optreden voor de radio, om te vertellen over een roman, waarin sprake is van een roman over een radioprogramma. . . “dan ga ik in mijn eigen Droste-effect wandelen”, beaamt Zwagerman. “Dat wordt wel heel merkwaardig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden