Naschrift

Joosje Lakmaker (1950-2019) gaf haar familie een plaats in de geschiedenis

Joosje Lakmaker op de Blauwbrug 2008. Beeld Privébezit Joosje Lakmaker

Ze was actief in linkse kring, werkte aan de emancipatie van vrouwen en raakte geïntrigeerd door het opmerkelijke leven van haar Joodse grootvader. Joosje Lakmaker schreef een veelgeprezen biografie over hem.

Haar opa aan vaders kant was uitgever geweest, grootvader aan moederskant leraar Nederlands. En in haar ouderlijk huis waren er altijd veel boeken. Dus zo gek was het niet dat Joosje Lakmaker van lezen hield. Ze had een voorkeur voor de klassieke Russische literatuur, maar las ook veel Frans en boeken van vrouwelijke Britse auteurs. Op latere leeftijd werd ze zelf schrijfster: ze ging op onderzoek naar de geschiedenis van haar grootvader, waar haar vader nooit zoveel over had willen zeggen. Het leverde een indrukwekkend boek op.

Ook haar uitgesproken linkse sympathieën had ze niet van een vreemde. Van huis kreeg ze mee dat alleen een progressieve levenshouding de ware was. In dit links-intellectuele milieu kwam Joosje begin 1950 ter wereld, in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. Haar vader Hans was huisarts, en zijn vrouw Lucie zijn assistente, onbetaald natuurlijk, want zo ging dat toen. Hij was geliefd bij zijn patiënten, zeker ook bij krakers en actievoerders die, in de jaren zeventig, protesteerden tegen de aanleg van de metro. Ook zij hadden recht op medische zorg, vond hij.

Joosje was de oudste, ze zou nog een broertje en een zusje krijgen. Ze ging niet naar de gewone lagere school maar naar het Asvo op het Frederiksplein, een nogal elitaire instelling waar kinderen van kunstenaars, artsen en wetenschappers op zaten. Voor de middelbare school koos ze uiteindelijk voor het Barlaeus-gymnasium bij het Leidseplein. Ze was er niet gelukkig, voelde zich onzeker.

Thuis leerde ze discussiëren. Aan de eettafel was het gespreksonderwerp vaak Vietnam of Israël waarbij in het laatste geval Joosje met haar vader, van Joodse komaf met wie ze een hele warme band had, de kant van de Palestijnen koos en haar niet-Joodse moeder het juist voor Israël opnam.

Psychologie

Na het gymnasium ging ze psychologie studeren, maar stapte over naar Slavische talen: ze hield immers van Russische literatuur en was bovendien goed in talen. Al snel kwam ze erachter dat daar geen droog brood mee te verdienen was en keerde terug naar psychologie.

Inmiddels was ze actief geworden in de Socialistische Jeugd, de SJ, een radicale beweging waar vooral mannen de dienst uitmaakten, maar ook in de Femsoc, de gevleugelde afkorting van de feministisch-socialistische beweging. En ze sloot zich aan bij de VOS: Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving. Joosje gaf cursussen aan vrouwen die niet uit de bevoorrechte milieus kwamen en voor wie in hun jeugd de middelbare school niet was weggelegd. Later werd ze ook docent aan de sociale academie. Ze ging samenwonen en kon met haar vriend een tijdje een paar kamers betrekken in het huis van haar ouders in de Nieuwmarkt.

Joosje Lakmaker met vader Hans en hond Pieta.

Joosje bleek in alles een politiek dier en het kwam dan ook goed uit dat ze, in 1982, medewerkster kon worden van de PSP-fractie in de Tweede Kamer. Die bestond in die tijd uit drie personen. Er ontbrandde een richtingenstrijd tussen fractievoorzitter Fred van der Spek, een rechtlijnig pacifist, en de meer pragmatische Andrée van Es. Anders dan Van Es wilde Van der Spek van toenadering tot de CPN en de PPR niets weten; de partijen zouden later opgaan in GroenLinks. Van Es, met wie Joosje bevriend raakte, won het pleit maar bleef uiteindelijk wel als enig PSP-Kamerlid over.

Eind jaren tachtig verruilde Joosje de Tweede Kamer voor de Algemene Bond voor Onderwijzend Personeel, waar ze tot het dagelijks bestuur toetrad. Maar anders dan de politiek bleek de vakbondswereld niet de hare te zijn. Ze werd projectleider bij het Instituut voor Publiek en Politiek, de voorloper van het huidige Pro Demos, dat de politieke participatie van migranten en vrouwen wilde bevorderen.

Marie-Antoinetten

Ze was niet alleen gek op lezen, maar ook op film en theater. En ze mocht graag urenlang kletsen, met haar vele vriendinnen en met haar zus. Af en toe kreeg ze het op haar heupen en ging ze uitgebreid en veel shoppen, kleren kopen vooral. Zelf zei ze dan dat ze een middagje was ‘Marie-Antoinetten’, naar de spilzieke Franse koningin.

Tot ontsteltenis van iedereen in zijn omgeving benam de vader van Joosje zich in de zomer van 1991 van het leven. Hij had last van depressies en had een licht hartinfarct gehad. Door de eerste Irak-oorlog, eerder dat jaar, was hij in een crisis geraakt. Een Joodse kennis had tegen hem gezegd: “Voor mij is het weer 1940.”

Zijn vader en moeder (dus de opa en oma van Joosje) waren in december 1942 vergast in Auschwitz. Vader Hans praatte daar bijna nooit over, ook zelden over de andere verschrikkingen die zijn eigen familie en schoonfamilie in de oorlog hadden moeten doorstaan; de lijst vermoorde ooms, tantes, neven en nichten was lang.

Joosje was diepbedroefd door de dood van haar vader. Ze wilde meer van hem weten en besloot op onderzoek uit te gaan. In wat voor gezin was hij opgegroeid? Tijdens haar zoektocht raakte ze steeds meer geïntrigeerd door haar grootvader Leman Lakmaker. Wat voor man was hij geweest? Waarom had hij afstand genomen van het joodse geloof? Hoe kon het dat hij, afkomstig uit een arm gezin van analfabeten, was opgeklommen tot uitgever?

Ze werd geholpen door haar man Tom van der Meer, die ze al kende uit de tijd van de Socialistische Jeugd en met wie ze een relatie had gekregen, en een dochter, Sofie. Tom is historicus en hij maakte zijn echtgenote wegwijs in de archieven. Met tomeloze energie ging ze aan de slag. Over haar opa was weinig bekend, maar Joosje slaagde er in veel informatie over hem naar boven te halen. Ze schreef een prachtig boek over hem, ‘Voorbij de Blauwbrug’ – dat is de brug in hartje Amsterdam tussen het Rembrandtplein en de vroegere Joodse wijk. Als je voorbij de Blauwbrug kwam te wonen, had je je als ‘opstrever’ ontworsteld aan het getto, en juist dát had haar grootvader gedaan. Het werd uitgegeven door de Wereldbibliotheek, waar hij in de jaren dertig lange tijd had gewerkt.

Joodse emancipatie

Het boek is niet alleen een portret van Leman Lakmaker, maar ook een schets van het leven in deze Joodse buurt, eind negentiende, begin twintigste eeuw, en van de emancipatie die de Amsterdamse Joden in deze periode doormaakten. Die was onder andere toe te schrijven aan de opkomst van het socialisme en de arbeidersbeweging. Joosje beschrijft uitvoerig de vele vertakkingen, ruzies en afsplitsingen in de socialistische hoek.

Voorbij de Blauwbrug werd bij de verschijning in 2008 zeer goed ontvangen. Joosje bleek over een uitstekende pen te beschikken en een inhoudelijk sterk verhaal te kunnen neerzetten. “Voor alles is het een daad van gerechtigheid dat de oudste dochter van Hans Lakmaker het zwijgen van haar vader heeft doorbroken, door zijn én haar familie een plaats in de geschiedenis te geven”, zo besloot Elsbeth Etty haar lovende recensie in NRC Handelsblad.

Joosje kreeg de smaak te pakken en begon aan een tweede boek, de biografie van de actrice Esther de Boer-van Rijk die in veel toneelstukken van Herman Heijermans was opgetreden, vooral als de vissersweduwe Kniertje uit ‘Op hoop van zegen’. Ze was Joods en geboren in Rotterdam; deze biografie gaf Lakmaker de gelegenheid een beeld te schetsen van het Joodse leven in de Maasstad.

Tijdens het schrijven aan dit boek werd bij Joosje darmkanker geconstateerd. Ze moest een stapje terug doen. Maar ze was er altijd voor mensen in haar omgeving die het in haar ogen nog veel moeilijker hadden, door ziektes, depressies of eenzaamheid.

En ze ging door met schrijven. De Openbare Bibliotheek Amsterdam vroeg haar het herdenkingsboek te schrijven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan, Wereldbibliotheek zou het uitgeven. Ze deed het graag: ze was Amsterdamse, wist alles van de hoofdstad, van boeken, en had bij de VOS en bij de SJ al meegewerkt aan wat vroeger in linkse kring zo mooi ‘de verheffing van het volk’ heette. En dat was zeker destijds toch de doelstelling van de bieb. Tom en Joosje deden onderzoek, en zij interviewde talloze (oud-)medewerkers van de OBA. Samen met Elke Veldkamp maakte ze het boek af. In februari werd het feestelijk gepresenteerd in het theater van de bibliotheek. Twee maanden later stierf ze.

Joosje Lakmaker werd geboren op 14 februari 1950 in Amsterdam; ze overleed op 23 april 2019 in deze stad.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden