'Joodse tegoeden goed afgehandeld'

DEN HAAG - Volgens de commissie-Scholten is bij Nederlandse banken maar een zeer klein bedrag achterbleven van niet-opgeëiste joodse tegoeden. Voorzover er geld is achtergebleven, hielden de banken zich aan de wettelijke termijn van dertig jaar voordat de tegoeden aan de eigen middelen werden toegevoegd.

De commissie-Scholten concludeert dit in een gisteren gepubliceerde tussenrapportage over hoe banken en verzekeringsmaatschappijen na de oorlog zijn omgegaan met joodse tegoeden. Ook werd gekeken naar wat er is gebeurd met octrooirechten, auteursrechten en hypotheken van door de Duitsers weggevoerde Nederlandse joden. De commissie, onder leiding van oud-vice-president Scholten van de Raad van State is zeer voorzichtig in haar conclusies. Veel materiaal is er bij banken en verzekeringsmaatschappijen niet meer. Zo kan de commissie op dit moment geen antwoord geven op de vraag of over tegoeden die wel zijn teruggegeven rente betaald is of een of andere vorm van schadevergoeding.

Scholten zal medio volgend jaar zijn eindrapport aanbieden aan de commissie-Van Kemenade. Die commissie onderzoekt in opdracht van minister Zalm van financiën de problematiek rond joodse tegoeden in den brede en richtte de commissie-Scholten op om specifiek te kijken naar de gang van zaken rond herstel van rechten van joodse medeburgers bij Nederlandse instellingen. Vorige week kwam een andere commissie, onder leiding van oud-president Kordes van de Algemene Rekenkamer, nog tot de conclusie dat de Nederlandse overheid zich 'gevoelloos' had opgesteld bij de behandeling van joodse claims na de oorlog. Het kabinet zou volgens Kordes 48,4 miljoen gulden aan smartengeld moeten uitkeren.

De commissie concludeert in de tussenrapportage dat veel joods kapitaal al voor de Duitse inval Nederland had verlaten. Wat achterbleef, werd door de Duitsers via de roofbank Lipmann, Rosenthal en Co. geroofd. Daardoor bleef er bij Nederlandse financiële instellingen weinig achter. Uiteindelijk, schat de commissie, is negentig procent van de claims op Nederlandse instellingen gehonoreerd. Van rechten op grond van hypotheken zou driekwart uiteindelijk bij de rechthebbenden terecht gekomen zijn.

Vorige maand schatte voorzitter Blocks van de Nederlandse vereniging van banken nog dat de banken rond twee miljoen gulden niet aan de eigenaar of hun nabestaanden had teruggegeven, omdat niet kon worden getraceerd wie de rechthebbende was. Directeur Naftaniël van het Centrum informatie en documentatie Israël laakte toen het gedrag van de banken. Volgens hem hadden de banken meer kunnen doen om rechthebbende op te sporen. Scholten wilde gisteren geen definitieve uitspraak doen over de vraag of dat bedrag klopt. Wel zei hij de indruk te hebben dat het om speculatieve aannames ging en dat er sprake is van 'verkeerde rekenmethodes'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden