Joodse musea: een wereld van verschil

Het grootste deel van het Joods Historisch Museum in Amsterdam is gewijd aan het gewone Joodse leven, de Holocaust neemt een kleine plaats in. In de Joodse musea in Duitsland is dat precies omgekeerd.

Nina Schmedding

Kinderen die in bonte uitdossing poerimpresentjes naar patiënten brengen. Een echtpaar dat in warme woorden over hun liberaal joodse huwelijk vertelt.

En een kindermuseum waar je kunt leren, wat de koosjere keuken is en waar de bezoeker zelf een challe, een gevlochten broodje, kunt bakken.

Als je als Duitse het Joods Historisch Museum in Amsterdam bezoekt, valt dat op: de keus voor een inkijkje in het gewone Joodse leven en de Joodse tradities in Nederland. De persoonlijke verhalen, speels gebracht.

Het deel waar het museum de Jodenvervolging behandelt, is klein, een groot verschil met het Joods Museum in Berlijn en in andere Duitse steden.

Daar is heel bewust voor gekozen, zegt Edward van Voolen, curator van het Amsterdamse museum. „In onze tentoonstelling willen wij de continuïteit van het Joodse leven laten zien. De Tweede Wereldoorlog speelt wel een rol, maar domineert niet.”

Volgens Van Voolen komt dat doordat het museum in de eerste plaats voor Joden is gemaakt. Doel is hun de herinnering aan een rijk Joods leven en een rijke Joodse geschiedenis terug te geven. „Zo bevorderen we het zelfbewustzijn van een nieuwe generatie Joden. Daarnaast tonen wij de niet-Joodse bezoekers de Joodse geschiedenis.”

De Tweede Wereldoorlog is natuurlijk wel aanwezig, met oog voor de emotionele kant daarvan. „Wij vermijden al te confronterende beelden”, zegt Van Voolen.

De curator werkt in Nederland en in Duitsland; hij is rabbijn en doceert aan het Abraham-Geiger College, een rabbijnenopleiding in Potsdam.

Van Voolen bekijkt de Duitse Joodse musea, die hij goed kent, met het oog van een kunsthistoricus. Hij betreurt het dat daar de Tweede Wereldoorlog zo’n prominente plaats inneemt. „Daardoor associëren bezoekers het Jodendom alleen met vernietiging en met massamoord.”

In een tentoonstelling moet de Holocaust aan de orde komen, aldus Van Voolen, maar dat mag voor hem wel wat terughoudender gebeuren. En met een zwaarder accent op het moderne Joodse leven.

Zo zouden de Duitse musea rekening houden met de Berührungsangst, zegt hij. „De geschiedenis heeft Duitsers zo in haar macht, dat ze bang zijn om met Joden in contact te komen.”

De historie doet ook omgekeerd haar werk, bijvoorbeeld als Duitsers kritiek hebben op Israël. „Anders dan wat sommigen beweren, heeft dat in 99 procent van de gevallen niets met antisemitisme te maken.”

De typisch Duitse gevoeligheid hebben Nederlanders niet, zegt Cilly Kugelmann, onderdirecteur van het Joods Museum in Berlijn. „Amsterdam heeft een Joodse burgemeester, Cohen, maar dat is in Nederland nog nooit een punt geweest, voor geen krant, voor niemand. Dat is in Duitsland niet denkbaar. Hier zou het onmiddellijk onderwerp van discussie worden.”

Duitsers zijn niet gewend aan Joden, zegt Kugelmann. Terwijl de joodse gemeente in Duitsland de enige ter wereld is, die groeit. De afgelopen jaren immigreerden jaarlijks 20.000 Joden vanuit de voormalige Sovjet-Unie. Duitsland telt nu tussen de 100.000 en 200.000 Joden (Nederland slechts 43.000).

Het land telt bijzonder veel Joodse musea, bijna dertig, in andere Europese landen zijn dat er hooguit twee of drie.

Edward van Voolen betwijfelt of al die Duitse musea en museumpjes wel bestaansrecht hebben. Maar hij prijst de kwaliteit. Tot in de jaren tachtig waren Joodse musea er niet meer dan een kamertje vol oude, meest religieuze spullen in een stadsmuseum.

Van de Jodenvervolging zag je niets in die tentoonstellingen; die was iets van de concentratiekampen, buiten de steden, terwijl de ramp zich juist middenin de grote steden voltrok, zegt Van Voolen.

„Gelukkig heeft Berlijn nu het Libeskind Museum, het best bezochte museum van de hele stad. Daar is veel joodse cultuur te zien. Maar het kan nog beter.”

Dat ziet zijn collega Cilly Kugelmann anders: „Joodse musea in Duitsland zijn, anders dan de musea in Nederland of Amerika, niet in de eerste plaats opgezet voor Joodse bezoekers maar voor niet-Joden.

En omdat de Jodenvervolging de Duitse bevolking direct en persoonlijk raakt, is de belangstelling daarvoor groter dan de nieuwsgierigheid naar een andere cultuur.”

Bovendien: in Duitsland had de Jodenvervolging een heel andere dimensie dan elders in Europa – Duitsers voerden de massamoord uit.

„De schaduw van de Holocaust is inderdaad groter dan in Nederland”, geeft Van Voolen toe.

Anders dan Van Voolen vindt Kugelmann dat thema niet overbelicht in de Duitse musea.

„Jongeren vertellen bijvoorbeeld dat ze alles over de Holocaust al weten. Maar als je dan een beetje doorvraagt, blijken ze er weinig van af te weten. Daarom líjkt het wel alsof er teveel informatie over is, maar eigenlijk klopt dat niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden