Joodse leerlingen leren niets over islam

Wat leren Joodse leerlingen in Israël over hun Arabische landgenoten, de islam en het christendom? Bar weinig, zo blijkt uit een studie.

Op de vraag waar haar denken over de wereld en haar eigen land het meest is gevormd, is de 15-jarige Adi Cohen kort: ’thuis’. Sommige van haar ideeën en opvattingen, zo voegt ze toe, komen uit haar activiteiten in de padvinderij. „Maar heel weinig is van school, omdat veel van die onderwerpen politiek zijn en dus taboe.”

Adi Cohen woont in het stadje Ramat Gan, dat aan Tel Aviv zit vastgeplakt. Veel van wat Israëlische kinderen leren over hun eigen nationale identiteit hangt af van waar ze opgroeien, en naar wat voor soort school ze gaan. Het Israëlische schoolsysteem kent vier stromingen: seculier Joods, religieus Joods, ultra-religieus Joods en Arabisch. De curricula in de Joodse en Arabische scholen zijn in wezen hetzelfde, met uitzondering van de ultra-orthodoxe Joodse scholen, die niet verplicht zijn om het door de overheid bepaalde curriculum te volgen. Ironisch genoeg zijn de lessen op de Arabisch-Israëlische scholen misschien wel het meest omvattend, hoewel ook het onderwijs daar sterk neigt naar het zionistische wereldbeeld, dat niet gedeeld wordt door de eigen gemeenschap.

Zo krijgen de Arabische leerlingen, net als de Joodse, onderricht in het Oude Testament, de Talmoed, Joodse geschiedenis en Hebreeuwse literatuur. Pas sinds kort mogen ze ook moderne Arabische teksten bestuderen, zoals de werken van de onlangs overleden Palestijnse dichter Mahmoed Darwish. Daarnaast leren ze de Arabische geschiedenis en hun religie, of het nu islam of christendom is.

Maar de Joodse Israëlische leerlingen leren bitter weinig over de Arabische geschiedenis. Hooguit op de islamitische en christelijke feestdagen krijgen ze iets te horen over de islam en de Arabische cultuur of het christendom, zo blijkt uit een nog te publiceren onderzoek van het Jeruzalemse Van Leer-instituut.

Al even summier is het onderwijs als het gaat om het conflict tussen Israël en de Palestijnen. „De leerlingen leren doorgaans alleen over hun vaderlandse geschiedenis tot de stichting van Israël in 1948”, zegt Haifa Sabag, die leerboeken schrijft en verbonden is aan het Van Leer-instituut. Sommige aspecten van het conflict kunnen opduiken in lessen als maatschappijleer of aardrijkskunde, zoals het spanningsveld tussen Israëls officiële definitie als ’Joodse en democratische staat’ enerzijds en het begrip ’een staat van al zijn burgers’ anderzijds. Of het feit dat het land geen officieel internationaal erkende grenzen kent.

Maar ook kleine beleidswijzigingen, bedoeld om de leerlingen meer over het conflict te leren, stuiten op enorme weerstand. Een voorstel van minister van onderwijs, Joeli Tamir, (Arbeiderspartij) om in de schoolboeken weer de grens van 1967 tussen Israël en de bezette Westoever in te voeren, liep stuk op fel verzet van rechts. Eenzelfde lot onderging haar besluit om het woord nakba (ramp) –zoals de Palestijnen de oorlog van 1948 noemen, die leidde tot de stichting van Israël en het verdrijven van honderdduizenden Palestijnen– in de schoolboeken van de Arabische leerlingen op te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden