Joodse heilige krijgt eigen altaar

Pastoor Janssen adoreert Edith Stein, de heilige aan wie de kapel van Bergen is gewijd. Sobere moderne kunst refereert aan het ingetogen leven van de mystica, die om haar Joodse wortels in Auschwitz stierf. Zondag presenteert de pastoor het Stein-altaar aan zijn parochianen.

Jo Janssen (62), pastoor van het Limburgse Bergen, wijst op een groot portret van Edith Stein aan de achterwand van zijn kapel. „Steins zienswijze van het opofferen is adembenemend. De filosofie van het onthechten, het loslaten. Die focus op verantwoordelijkheid, de ander is belangrijker dan jij. Jij begint bij de ander. Ik kan niet praten voordat iemand tegen mij praat, kan niet lachen voordat iemand naar mij lacht. De spiritualiteit van Stein was de spiritualiteit van mijn ouders, jezelf volledig opofferen. Niets meer vragen.”

De kapel in Nieuw-Bergen is in 1998 gewijd aan de toen juist heilig verklaarde Edith Stein (zie inzet). Aan de buitenmuur is haar portret in brons vereeuwigd. Op de achterwand van de kapel hing Janssen een grote foto van Stein.

Janssen: „Ze is een eindeloos fascinerende vrouw. Dat moet je niet alleen zeggen, maar ook verbeelden.”

Oorspronkelijk was de Edith Steinkapel een fabriekshal van een metaalbedrijf. Dertig jaar geleden, toen naast het dorp Bergen het kerkeloos Nieuw-Bergen verrees, is de hal omgevormd tot kapel. Het interieur werd gevuld met samenraapsels uit andere kerken. „Er was geen eenheid”, zegt Janssen, al veertig jaar priester. „Bovendien ergerde ik me aan de afzichtelijkheid van sommige stukken. Het kruis op de achterwand bijvoorbeeld. Ik vond een ander kruis en vroeg aan een bevriende kunstenaar of hij er wat moois van kon maken.”

Een moeilijke taak, zegt beeldend kunstenaar Peter Verheijden (60). Hij vertakte het hout aan de uiteinden van het kruis en hing het in een houten, van boven ronde lijst, tegen een hemelblauwe achtergrond met daarop zon, maan en sterren. Het kunstwerk symboliseert de macht van het kruis. „De sterren zijn afgedankte discolichten”, grapt Verheijden.

Hierbij bleef de samenwerking niet. Verheijden ontwierp de stoelen waarop de pastoor en zijn twee misdienaren tijdens de mis zitten. Strakke, houten kubussen met sobere beelden uit het laatste bijbelboek, Openbaring van Johannes.

„Dit is mijn stijl”, zegt Verheijden. „Ik vind het een kunst om met weinig zoveel mogelijk uit te beelden. De afbeeldingen zijn ongebruikelijk. Ik heb de Apocalyps van Johannes met oog voor detail gelezen, zodat me nieuwe dingen opvielen. Ik werk niet om te doen wat al gedaan is.”

Verheijdens sobere stijl past bij Stein, vindt Janssen. „Zij was geen type van veel weelde of kabaal. Ze leefde in totale afzondering. Dit gebouw vertolkt dat. Een keurige, overzichtelijke ruimte met strakke muren met scherpe hoeken. Dat daar”, wijst de pastoor naar hoge beelden linksachter het altaar, „vind ik ook niets. Dat breekt te veel in. Dat moet weg. Alles moet vlak.”

De beelden zijn, met een handjevol iconen van Maria, het enige wat er nog aan katholiek leengoed rest. Het oude altaar, een grote, lage tafel van dik hout, staat onder een wit kleed geparkeerd in een hoek. Voorin de kapel staat het ontwerp van Verheijden: een nagenoeg kubusvormig bouwwerk met schilderwerk aan elk van de zijden.

In het altaar is een langwerpige ruimte uitgespaard voor een aandenken aan Stein. Verheijden heeft de eerste pagina van haar exemplaar van een biografie van Johannes van het Kruis op een vel verweerd papier geschreven en dat om een raamwerk van staaldraad gebonden, dat van binnenuit verlicht wordt. Het geheel staat in een schrijn, een kistje met heilige voorwerpen. Daaromheen staan houten spijlen. Voorop prijkt een kruis, aan de achterkant een Jodenster.

„Stein is vergast”, zegt Janssen, „er zijn geen relikwieën van haar. Hier heeft Stein eindelijk een graf gekregen. Geen eindgraf, waar je een dode in legt, maar een nieuw begin, verrijzenis.”

Verheijden, die voordien niet van Edith Stein had gehoord, verdiepte zich in haar leven. Hij las haar boeken (’Ongelooflijk moeilijk werk’) en reisde naar oude kerkjes in Spanje, waar haar inspiratiebronnen Johannes van het Kruis en Teresa van üvila leefden, om altaren op te meten. „Mensen verklaarden me voor gek met mijn rolmaat. Maar ik moest. Anders kun je niet aan zo’n opdracht beginnen. Stein schrijft dat iedereen, ook de kunstenaar, verantwoordelijk is voor het effect van zijn werk. Volledig mee eens.”

De kunstenaar is katholiek opgevoed, maar later heel bewust uit de kerk gestapt. „Ik kon het kruis niet maken, zonder mezelf te confronteren met de inhoud ervan. Wat betekent het kruis voor mij?”

Janssen (’Ik vind het prachtig dit in mijn kapel te hebben’) wil de kunst in de parochie houden. „Laat dit geen bedevaartsoord worden, alsjeblieft niet. Dat zou volkomen tegennatuurlijk zijn. Stein stond juist voor de bedevaart in jezelf. Ik ben allang blij als de parochie het wat vindt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden