'Joodse gemeenschap is klein en verwaterd'

De Joodse gemeenschap in Nederland vervaagt. Kennis over het Jodendom neemt af. Over de oorzaak is men verdeeld. „Er is een collectieve afwerende reactie”, zegt de een. Nee, zegt de ander. „Niet-Joodse organisaties claimen Joodse kwesties.”

Hij is niet de eerste en niet de enige. Toch baarde oud-politicus Frits Bolkestein deze week opzien met zijn uitspraken dat er voor ’bewuste Joden’ geen toekomst is in Nederland en dat zij beter kunnen emigreren.

Bolkesteins uitspraken komen uit het boek ’Het verval, joden in een stuurloos Nederland’ van de Joodse milieudeskundige en econoom Manfred Gerstenfeld. In dat boek schetst Gerstenfeld (1937) „hoe de problematische positie van de joden in Nederland een indicatie is voor het morele verval van de natie”. Hij sprak daarvoor onder meer met opiniemakers, politici en rabbijnen. Onder hen dus Bolkestein, maar ook Afshin Ellian, Leon de Winter en Ayaan Hirsi Ali. En: Bloeme Evers-Emden, psychologe, Auschwitzoverlevende en vooraanstaand lid van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Zij herhaalt wat ze eerder zei in 2003: „Ik zeg tegen mijn kinderen en kleinkinderen: het zal mijn tijd wel duren maar jullie moeten hier weg, en er is maar één richting, namelijk Israël”.

Zo’n oproep komt volgens Gerstenfeld voort uit een ’vervagingsproces’ in de Nederlandse samenleving. De kennis over de Joden neemt volgens de auteur steeds verder af en de betekenis van ’vele begrippen’ wordt ’vertekend of uitgehold’.

„Er is in de Nederlandse maatschappij veel onbegrip over Joden. Men kent ons niet en weet niets meer van het jodendom”, zegt opperrabbijn Jacobs in het boek ’Het verval’. Dat blijkt wel, zegt hij, als Joden iets gedaan willen krijgen, bijvoorbeeld dat er soepel geoordeeld wordt over het feit dat de Amsterdamse Cheiderschool volgens de wet te weinig leerlingen heeft. Jacobs: „Dan is het antwoord ’Dan creëren we een precedent’. Je hebt het gevoel dat vele Nederlanders doodsbang zijn voor de islam. De overheid wil moslimscholen aanpakken, die ons dan als precedent gebruiken.”

„Slachtoffers, daders, bijstanders en medeplichtigen, alles loopt door elkaar”, omschrijft Gerstenfeld de wijze waarop er in Nederland over Joden wordt gedacht. Maar, stelt hij: „Sommige Joden werken aan dit vervagingsproces mee.” Als voorbeeld noemt hij de Kristallnachtherdenking in Amsterdam in 2008. Volgens Gerstenfeld laat antiracismestichting Nederland Bekent Kleur, die de herdenking samen met Joden organiseert, daar sprekers het woord voeren die ’het belangrijkste weglaten’, de waarheid verdoezelen en onheuse vergelijkingen maken tussen het lot van de Joden en dat van anderen.

Dit jaar was er opnieuw controverse rond de herdenking, en weer vanwege de opstelling van Nederland Bekent Kleur. Die zint een flink aantal mensen uit de Joodse gemeenschap in Nederland niet. „Ik denk zelfs 95 procent van de Joodse gemeenschap”, zegt Esther Voet, hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW). Volgens Voet wordt de herdenking ’gekaapt’ door een niet-Joodse organisatie die de gelegenheid gebruikt om een politieke boodschap te verkondigen.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) wilde dit jaar niet bij de herdenking in Amsterdam aanwezig zijn, omdat die ’in hoge mate is gepolitiseerd’ zou zijn. En omdat het CJO tegenwicht wil bieden aan Nederland Bekent Kleur organiseert het voortaan jaarlijks een eigen herdenking.

Esther Voet van het NIW hekelt voorzitter René Danen van Nederland Bekent Kleur. Hij zou banden hebben met de extreem-linkse Internationale Socialisten, die op hun site leuzen hebben staan als: ’Palestina vrij’ en ’Boycot Israël’. Voet: „Wanneer Israël wordt vergeleken met een apartheidsstaat, trap je op de ziel van een groot deel van de Joodse gemeenschap. Laten we met de Kristallnacht de Kristallnacht herdenken. En niet van alles erbij halen.”

Voet vindt dat de Joodse gemeenschap de herdenking moet ’terugvorderen’. „Ik merk dat velen zich eraan ergeren dat er tijdens Joodse herdenkingen allerlei politieke zaken bij worden gehaald. Bijvoorbeeld dat moslims in deze huidige tijd net zo zouden worden bejegend als de Joden in de jaren dertig.”

Ook auteur Manfred Gerstenfeld is er niet gelukkig mee dat anderen zich mengen in Joodse aangelegenheden. „In tegenstelling tot andere kleine religieuze of etnische groepen is de belangstelling voor de Joden disproportioneel groot”, schrijft hij in ’Het verval’. En: „Velen in de georganiseerde Joodse gemeenschap willen graag dat Joden een laag profiel nastreven.”

Dat uitspraken over Joden, Jodendom of Israël in de Joodse gemeenschap zeer gevoelig liggen, ondervond ook de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Die nam in 2009 het ’Kairosdocument’ in ontvangst, waarin Palestijnse theologen dringend opriepen om een eind te maken aan de bezetting van Palestijnse gebieden door Israël. Onder meer PKN-scriba Arjan Plaisier en Joris Vercammen, de aartsbisschop van de Oud-Katholieke Kerk, waren bij de presentatie van het document in de Dom in Utrecht aanwezig.

Het CJO reageerde daar met ontsteltenis en woede op. Het vond dat de schrijvers van het Kairosdocument Israël op een ’volstrekt onacceptabele en negatieve wijze neerzetten’, en liet weten te hopen en te verwachten dat de christelijke gemeenschap afstand zou nemen van de uitspraken tegen Israël. Want: „dit document staat op gespannen voet met de jarenlange goede relaties tussen de georganiseerde Joodse gemeenschap en de vertegenwoordigers van de christelijke kerken.”

Eerder deze maand was het CJO opnieuw boos op de PKN, omdat die indirect (via haar participatie in hulporganisatie ICCO) de anti-Israëlische site Electronic Intifada zou financieren. In het NIW reageerde woordvoerder Ruben Vis van het CJO: „Dat de PKN zich hiermee zou inlaten vinden wij onverteerbaar. Wij hebben de PKN gevraagd om uitleg en een keuze: of voor ICCO of voor Israël. Het is het een of het ander.”

Joodse boosheid om de organisatie van de Kristallnacht, kritiek van het CJO op de Israëlvisie van Nederlandse kerken – „die collectieve afwerende reactie van bemoeienis zal uiteraard psychologische wortels hebben”, zegt voorzitter Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid. „Maar kwesties rondom Israël zijn geen privé domein.”

Hamburger vindt de wijze waarop het CJO reageert ’onzalig’. „Het is onterecht dat er zo meesmuilend en denigrerend over de organisatie van de Kristallnachtherdenking wordt gedaan. Als er één organisatie is met een bewezen talent anderen buiten te sluiten en gebeurtenissen propagandistisch ’pro-Israëlisch’ te verpolitieken, dan is het wel het CJO zelf.”

En hetzelfde geldt volgens Hamburger voor lobbyorganisatie CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël). „De gevestigde Joodse gemeenschap zal zeker wel uitmaken wie wel of niet ergens bij mag zijn. Er is een soort collectieve afwerende reactie van bemoeienis van buitenaf gaande.’’

Onzin, vindt Ruben Vis van het CJO. ,,Het is precies andersom. Niet-Joodse organisaties claimen de Joodse kwesties. Het is helemaal niet zo dat wij als Joodse organisaties exclusiviteit willen, maar een herdenking moet een Joods karakter hebben.”

Er is voor het CJO nog een andere reden om het heft in handen te nemen, stelt Vis. „Wij constateren een verharding in het klimaat voor Joden in het openbare domein. Kinderen op scholen die dagelijks met antisemitisme te maken krijgen. Een rabbi die naar de sjoel loopt en die wordt achtervolgd en uitgescholden. Dat gaan we niet uit de weg tijdens een Kristallnachtherdenking.”

René Danen van Nederland Bekent Kleur vindt niet dat hij een herdenking organiseert voor een Joodse gemeenschap die daar zelf niet op zit te wachten. „Er is brede steun voor, ook uit de Joodse gemeenschap. eerder waren bijvoorbeeld rabbijn Soetendorp en Ed van Thijn sprekers op de herdenking. Het CJO heeft er misschien moeite mee, maar dat is niet dé gemeenschap.”

„Dé Joodse gemeenschap bestaat niet”, zegt ook de Joodse theoloog René Süss. „Neem twee Joden en je hebt drie meningen. Zo is het altijd al. We zijn een volk. Maar een volk met heel veel verschillende opvattingen. Zo gauw er kritiek is op de staat Israël vliegen de pro-Israëlclubs direct in de hoogste bomen. Een tegengeluid mag helemaal van die gevestigde clubs. Terwijl ook de kwestie Israël bespreekbaar moet kunnen zijn. Dan kun je wel altijd met de shoa aankomen, en let wel hoor, ik ben mijn hele familie kwijt. Maar dat is geen reden voor onfatsoenlijk gedrag. Israël mag zich wel eens aan de internationale verdragen houden. Daar moet over gediscussieerd kunnen worden.”

„Wat is de Joodse werkelijkheid?”, vraagt Manfred Gerstenfeld zich af in ’Het verval’. „Het aantal georganiseerde Joden in Nederland is de afgelopen decennia sterk geslonken.” En: „De Joodse gemeenschap is klein en grotendeels verwaterd. Vele individuele joden identificeren zich nauwelijks of niet met de gemeenschap.”

„De Joden in Amsterdam zijn een klein groepje geworden dat bovendien ook nog verdeeld is”, besluit Bloeme Evers haar gesprek met Gerstenfeld. „De seculiere Joden raken steeds minder gebonden. Het gemengd huwelijk brengt veel mensen verder van het jodendom. Een kleiner aantal daarvan komt terug. Waarschijnlijk zullen alleen wat heel vromen in Nederland blijven. Zoals gezegd, ik zie geen toekomst meer voor Joden in Nederland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden