Joodse boekenschat rot weg in Vilnius

Als ergens het gezegde 'habent sua fata libelli' (boeken hebben hun eigen lotgevallen) op van toepassing is, dan wel op de circa 40 000 zeldzame Jiddische en Hebreeuwse boeken plus de ruim 800 kilo wegende joodse periodieken die, overdekt met stof en schimmel, liggen te vergaan in een r.-k. kerkgebouw in Vilnius.

De geschriften ontkwamen op wonderbaarlijke wijze aan vernietiging door de nazi's en vervolgens aan die van de communisten. De directeur van de nationale bibliotheek van Litouwen, die de collectie beheert, heeft deze weliswaar tot nationaal erfgoed verklaard, maar zonder haar als zodanig te behandelen.

Dat vertelde Sfira Bramson tijdens een openbare discussie over de toekomst van het Jiddisch. Deze vond plaats in het kader van het internationaal Jiddisch festival te Amsterdam. Bramson is één van de twee joodse vrouwen die, part-time werkend voor de nationale bibliotheek in Vilnius, proberen de rijke collectie voor ondergang te behoeden en haar voor het publiek toegankelijk te maken.

Medio april had mevrouw Bramson al op de eveneens in Amsterdam gehouden conferentie over door de nazi's geroofde boek- en kunstverzamelingen de aandacht op zich gevestigd. Ze hield toen een opmerkelijk relaas over de wederwaardigheden van het verloren gewaande vooroorlogse archief van het Yivo: het befaamde instituut voor joodse wetenschap, waarvan de hoofdzetel tussen 1925 en '43 in Vilnius was gevestigd.

Dat juist in deze stad het Yivo zijn tenten opsloeg lag voor de hand. Al sinds de zeventiende eeuw was de stad het intellectuele centrum van het Oost-Europese jodendom. Ze droeg de bijnaam 'het Jeruzalem van het noorden', dit vanwege het in Vilnius bloeiende joods-culturele leven. In de stad bevonden zich de belangrijkste jesjivot, scholen waar de talmoedstudie centraal stond in het lesprogramma.

In de achttiende eeuw leefde daar Eliah ben Solomon, die alle grote talmoed-geleerden van zijn tijd in kennis en inzicht schijnt te hebben overtroffen. Vanwege zijn rationeel-wetenschappelijke benadering van joods-religieuze geschriften en zijn pleidooi voor het beoefenen van profane wetenschappen geldt hij als belangrijkste voorloper van de Haskalah. Deze joodse tak van de Verlichting bracht een aanzienlijke verbreding van de geestelijke horizon van de joden in Oost-Europa te weeg. Zo stimuleerde de Haskalah het tot stand komen van een belangrijke profane Jiddische belletrie en bracht ze via vertalingen in het Jiddisch de joodse volksklasse nader tot het gedachtengoed van West-Europese auteurs en denkers. En Vilnius met zijn sterk rationele tradities werd het centrum van uit de Haskalah voortspruitende activiteiten.

Het is daarom geen toeval dat zich onder de eerste generatie marxisten in het tsaristische Rusland nogal wat joden uit Vilnius bevonden. Eind negentiende eeuw werd in deze stad ook de Bund opgericht, de joods-socialistische partij die met behulp van het Jiddisch de arbeiders mobiliseerde in het voor joden bestemde 'Vestigingsgebied' in het westen van het toenmalige Rusland.

Ongekende bloei

In Vilnius woonden vóór de tweede wereldoorlog een kwart miljoen joden, bijna veertig procent van de bevolking. Zowel de religieuze als de profane joodse cultuur beleefden er een ongekende bloei. Daarvan getuigden onder andere zo'n honderd synagoges, talloze jesjivot, de Strashun-bibliotheek met zijn verzameling zeldzame Hebreeuwse drukken, het Jiddisch Theater en de Romm-uitgeverij die de belangrijkste Oost-Europese publicaties in het Jiddisch en het Hebreeuws uitgaf.

Met de vrijwel totale vernietiging van de Litouwse joden door de nazi's gingen ook talloze onvervangbare werken verloren. Alleen de boeken die Alfred Rosenberg's Sonderstab naar Frankfurt am Main weggesleepte, zijn behouden gebleven. Dit dankzij het feit dat ze na de oorlog niet aan Moskou zijn overgedragen, maar teruggegeven werden aan het naar New York verhuisde Yivo.

Na '45 kwamen in Vilnius ook die joodse geschriften weer te voorschijn die personeel van Yivo en andere joodse instituten, zoals de Strashun-bibliotheek, in de oorlog hadden verstopt. Gered werden ook schrifturen die, deels nog in redelijke staat, tussen de 'dode bergen' lagen, de niet geheel tot as verbrande resten van vermoorde joden.

Abraham Suzkewer, een van de weinige overlevenden van de Yivo-staf in Vilnius, bracht direct na de oorlog de opgedoken verzamelingen onder bij het Joods Museum dat door hem in de stad was opgericht. In 1949 moesten boeken en documenten echter opnieuw onderduiken, omdat Stalin in het kader van zijn anti-joodse campagne besloot het museum te sluiten. Een deel van de verzameling werd als oud papier verbrand. De directeur van het 'Boekpaleis' verstopte de belangrijkste delen van de collecties in genoemd kerkgebouw.

Ook tijdens de jaren zeventig, toen het Boekpaleis als Bibliografisch centrum onder toezicht werd gesteld van de Sovjet-autoriteiten, bleven de joodse collecties onverzorgd in hun schuilplaats liggen. Pas na het herstel van de Litouwse zelfstandigheid kwam een deel aan de oppervlakte. Het werd tot nationaal bezit verklaard, wat betekent dat niets ervan zelfs maar tijdelijk het land uit mag.

Verrassende ontdekking

Een hoofdstuk apart vormt de verrassende ontdekking van het complete Yivo-archief (1993) dat zich ook in het kerkgebouw bleek te bevinden. Voor Sfira Bramson, betekende deze ontdekking de vervulling van een lang gekoesterde droom. Het archief lag decennia verscholen achter dikke folianten met statistische gegevens over de landbouw in Litouwen. Dank zij de bemiddeling van de Litouwse president Bazauskas wordt het New Yorkse Yivo in staat gesteld de meest belangwekkende stukken te restaureren, te catalogiseren en te kopiëren: zij het op voorwaarde dat de collectie weer netjes in Vilnius terugkomt.

Bijzonder trots is Sfira Bramson op het herontdekte, in fraai leer gebonden bezoekersboek waarin onder andere Albert Einstein en Marc Chagall hun namen schreven. Als historische bron zijn andere documenten van groter belang, zoals ooggetuigenverslagen van de pogroms die op het eind van de eerste wereldoorlog in Galicië plaatsvonden.

Van de opgedoken boeken zijn er nu 25 000 gecatalogiseerd, deels gerestaureerd en met apparatuur van de Library of Congress in Washington op microfilm gezet. Door allerlei omstandigheden is het volgens Sfira Bramson onmogelijk de 15 000 nog niet gecatalogiseerde, voornamelijk Hebreeuwse boeken te restaureren en voor een breder publiek toegankelijk te maken.

Haar collega Larissa Lampert krijgt bij het catalogiseren van de Hebreeuwse boeken steun van een aantal studenten van het Instituut voor joodse wetenschap van de universiteit van Tübingen. De jiddische periodieken, waaronder complete jaargangen van nergens anders bewaarde Bund-bladen, verkeren in erg slechte staat.

Bramson heeft een kleine hoop dat de regeringen van Litouwen en de VS zullen meewerken aan het sluiten van een nieuwe overeenkomst met de Library of Congress, zodat via deze instelling op zo kort mogelijke termijn het resterende materiaal op microfilm kan worden gezet. Ook is er volgens haar dringend menskracht uit het Westen nodig voor het ordenen en catalogiseren ervan.

Momenteel wonen er in Litouwen nog maar 4000 joden, waarvan slechts een deel ook in dat land opgroeide. Zelfs als de unieke verzameling judaïca en hebraïca van de nationale bibliotheek goed wordt verzorgd en toegankelijk gemaakt, dan nog zullen in Vilnius zelf slechts weinigen kennis nemen van de inhoud, aldus mevrouw Bramson. Waar de boeken, periodieken en documenten uiteindelijk terecht komen vindt ze overigens van minder belang. Hoofdzaak is dat ze goed worden gerestaureerd. De moeilijke politieke en economische situatie waarin Litouwen verkeert, vormt een extra obstakel bij alle pogingen de unieke historische collectie te redden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden