Joods leven in Bulgarije bloeide door alle eeuwen onbedreigd

AMSTERDAM - In de slipstream van het bezoek van de Bulgaarse president Stojanov vorige week aan Nederland, is een kleine expositie meegekomen over het lot van de Bulgaarse Joden. De tentoonstelling is samengesteld door het Joods Historisch Museum in Sofia en heeft tijdelijk onderdak gekregen in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Van een onzer verslaggeefsters

De expositie, die eind deze week alweer terugkeert naar Sofia, heeft materieel weinig om het lijf - tien panelen met Engelse teksten en zwart-wit fotomateriaal - maar is inhoudelijk interessant genoeg, vooral omdat er in het Westen weinig bekend is over de geschiedenis van de Joden in dit Oost-Europese land.

Anders dan van de meeste Oost-Europese landen kan worden gezegd, is het historisch blazoen van Bulgarije van antisemitische smetten vrij. Het land is al sinds de oudheid gewend aan de aanwezigheid van Joden. Ze wonen er al veel langer dan de Slavische en Bulgaarse voorouders van de hedendaagse Bulgaren. Met het doel handel te drijven landden de eerste Joden waarschijnlijk zo rond de 6de-5de eeuw v. Chr. met Fenicische schepen aan op de westelijke kust van de Zwarte Zee en op de oevers van de Donau. Nadat Alexander de Grote in 332 v. Chr. Palestina veroverd had, vestigden zich steeds meer Joden in georganiseerde gemeenschappen in de hellenistische steden en de andere Balkan-steden in hun omgeving.

In de Middeleeuwen groeiden de Joodse gemeenschappen in Bulgarije door de komst van Asjkenazische Joden, die gevlucht waren voor de kruisvaarders en de jodenvervolgingen in Centraal-Europa. Tijdens de Turkse overheersing kwamen daar later nog de Sefardische Joden uit Portugal en Spanje bij, die, opgejaagd door de Spaanse inquisitie, door de Ottomaanse sultans werden uitgenodigd zich in Bulgarije te vestigen.

De Joden hadden het goed gedurende de vijf eeuwen (1396-1878) dat Bulgarije deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. Religieuze tolerantie en verdraagzaamheid ten opzichte van minderheden stonden hoog in het Ottomaanse vaandel. Met de Bulgaarse onafhankelijkheid leek het er even op dat hun situatie zou verslechteren. De Russische troepen die Bulgarije bevrijdden en de Bulgaarse revolutionairen die vanuit ballingschap in Roemenië terugkeerden naar hun vaderland brachten het anti-semitisme van Centraal- en Oost-Europa met zich mee.

Het Berlijnse vredesverdrag van 13 juli 1878 verzekerde de Joden echter opnieuw van gelijke rechten, religieus, economisch, cultureel en maatschappelijk. Het Joodse gemeenschapsleven bloeide volop en gedurende het interbellum integreerden ze volledig in het economische, sociale en culturele leven in Bulgarije.

Deze eeuwenlange situatie van non-discriminatie werd echter wreed verstoord toen Bulgarije tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de nazi's koos en de 'Wet voor de bescherming van het volk' ondertekende, waarmee het land slaafs de wetten van Neurenberg navolgde. Dit leidde tot de uitsluiting van Joden uit alle onderdelen van het Bulgaarse leven. Hun eigendommen werden in beslag genomen en ze werden geïsoleerd in en later gedeporteerd naar provinciedorpjes en werkkampen. Bekende advocaten, artsen en acteurs protesteerden luid; zelfs de Bulgaarse orthodoxe kerk verzette zich tegen de anti-Joodse maatregelen. Maar deze protesten mochten niet baten. In januari 1941 werd de wet van kracht.

Als bondgenoot van de nazi's kreeg Bulgarije weer toegang tot Macedonië en het noord-Griekse Thracië, gebieden die het na de Eerste Wereldoorlog had moeten opgeven. Het verzet tegen de deportatie van Joden in Bulgarije zelf bleef zo krachtig, dat er vanaf Bulgaars grondgebied géén Joden zijn afgevoerd naar de concentratiekampen. Dat lot trof echter wel de Joden in Macedonië en Thracië: vrijwel de gehele Joodse populatie uit deze gebieden - 11 343 mensen - is weggevoerd naar in Polen; slechts zes van hen overleefden de nazi-terreur.

In de jaren na de oorlog heeft meer dan 90 procent van de Bulgaarse Joden het land verlaten. De meesten van hen trokken naar Israël. De motivatie voor deze grootscheepse exodus is deels gelegen in de zionistische opvattingen van veel Bulgaarse Joden en in hun angst voor het rigide stalinisme, maar de belangrijkste drijfveer was waarschijnlijk hun overtuiging dat de Sjoah een definitief einde had gemaakt aan twee millennia van vreedzaam Joods leven op de Balkan.

Er leven nu nog ongeveer 7 000 oden in Bulgarije, veel oudere mensen die na de oorlog gebleven zijn. De meesten van hen wonen in de hoofdstad Sofia. Tijdens het communistische bewind was er nauwelijks enig religieus leven mogelijk, maar dat is de afgelopen jaren veranderd. Er is sprake van een opleving van het Joodse gemeenschapsleven. Joodse clubs floreren in verschillende steden. In Sofia is een Joodse school opgericht en de synagoge in de hoofdstad - de grootste Sefardische synagoge van Europa - is na 45 jaar verwaarlozing onder de communisten, onlangs grondig gerestaureerd. Ook in het beroepsleven, de kunst, handel en politiek blazen de Joden, ondanks hun geringe aantal, hun partij weer mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden