Joods in de jungle van Suriname

Architect Philip Dikland is op zoek naar de bouwmeester van bedehuis Berache Ve Shalom. (FOTO MARIUS BREMMER) Beeld
Architect Philip Dikland is op zoek naar de bouwmeester van bedehuis Berache Ve Shalom. (FOTO MARIUS BREMMER)

Architect Philip Dikland is op zoek naar de bouwmeester van bedehuis Berache Ve Shalom (‘Zegen en Vrede’) te Jodensavanne in Suriname, de eerste stenen synagoge in de Nieuwe Wereld.

’De synagoge werd gebouwd in 1685, dat weten we zeker. Hij kreeg een Hollands model, opgetrokken uit rode Hollandse bakstenen. De indeling leek sterk op de tien jaar oudere Portugese synagoge van Amsterdam, er was haast zeker een Hollandse bouwmeester”.

Niemand in Suriname weet méér van monumenten dan ir. Philip Dikland (52). De gedreven hoeder van gebouwd Surinaams erfgoed is van Nederlandse afkomst en woont al dertig jaar in Paramaribo. Hij is partner in het gerenommeerde bureau KDV Architects en daarnaast lid van de Commissie Monumentenzorg van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs. „Dat laatste doe je natuurlijk niet voor het geld”, grapt hij. Dikland is verder technisch adviseur van de Stichting Jodensavanne, die de Joods-historische boedel in de binnenlanden beheert.

In het oerwoud, zo’n vijftig kilometer ten zuiden van de Surinaamse hoofdstad Paramaribo, staat nog aardig wat gewijde baksteen boven het maaiveld. Delen van muren, de vloeren, een bordestrap en zelfs een raamkozijn met klassieke roedenverdeling. Rond het hele terrein was een hek met aan vier zijden een poort, geflankeerd door stenen zuilen. Die staan er ook nog.

Ooit was dit een fraaie synagoge met een rechtszaal en een bibliotheek: een bouwwerk van eenendertig meter lang en veertien meter breed. Conform richtlijnen uit de Talmoed stond het gebouw op het hoogste punt van het dorp en stak het met twee verdiepingen van in totaal elf meter hoogte royaal uit boven de overige panden.

„Er zijn wel wat historische prenten en er is een latere beschrijving uit 1791, maar er zijn helaas nooit bouwtekeningen gevonden”, zegt Dikland met spijt in zijn stem. „We weten er wel veel van. Er was een mannenzaal, een vrouwengalerij, het was een rechthoekig gebouw, aan beide breedtezijden een puntige gevel en een stijl zadeldak met pannen.” Genoemde beschrijving uit 1791 is lyrisch en vermeldt een uitbundig gewelfd plafond, een fraai bewerkte cederhouten Hechal (‘ Heilige Arke’) voor de thorarollen, overal edelmetalen versieringen en ’groote kaarskroonen van geel koper met verscheidenen armen en kandelaars van veelerlei soorten die veel gelds hebben gekost aan de partikulieren die er de gevers van zijn’.

Dikland is gespecialiseerd in het restaureren van monumenten in de historische binnenstad van Paramaribo, die sinds 2002 op de Wereld Erfgoedlijst van Unesco staat. „Surinaamse gebouwen zijn altijd symmetrisch”, weet Dikland, „maar deze synagoge niet. De trap zit bijvoorbeeld niet in het midden van de gevel.”

Er zijn meer raadselen: „De beschrijving uit 1791 rept over vier hardhouten pilaren die het dak dragen, maar we zien in de fundamenten van de ruïne veel meer kleinere draagkolommen. De auteurs (‘een geselschap van geleerde Joodse mannen aldaar’) hebben toch niet gelogen? Ook de synagoge en de protestantse Fortkerk op Curaçao hebben vier grote kolommen waarop het dak steunt. Van deze godshuizen, die overigens niet uit de 17de maar uit de 18de eeuw zijn, is wel bekend dat de bouwmeester Hollands was.”

„De kolonisatie van Suriname begon rond 1650, er werd dus al flink gebouwd toen plannen kwamen voor een synagoge in ’het vlek der Jooden’, zoals ergens staat.”

Dikland: „Eind zeventiende eeuw waren er in de Nederlanden natuurlijk architecten, maar in de koloniën niet. Daar werkte een lokale timmerman vanuit een modellenboek en een stijlenboek aan primitieve bouwtekeningen, waarmee hij uiteindelijk een uitstekend bouwwerk kon afleveren. Zo iemand heette een bouwmeester.” Hij weet uit de boedelbeschrijving van een rond 1700 overleden timmerman dat die zo’n boek gebruikte. „Ook slaven konden toen met dit soort boeken al heel wat presteren”, weet Dikland. Hij toont trots enkele overdrukken van modellenboeken voor de bouw van sluizen, bruggen en steigers, heel belangrijk in het waterrijke plantagegebied.

„Je hoefde uiteraard niet besneden te zijn om in opdracht van de Joodse gemeenschap een synagoge te bouwen. Eén ding is zeker: de bouw van deze fraaie synagoge ging de pet van welwillende amateurs te boven.”

Philip Dikland: „Te Jodensavanne bouwde men voor de ooit wel zeventig Joodse plantages een handelsnederzetting met centrale voorzieningen zoals een marktplaats, een smederij, een school, een synagoge met rechtszaal en bibliotheek en twee begraafplaatsen. Hoewel we weinig weten uit de beginjaren van de nederzetting, zijn al deze functies bewezen.” Hij mijmert: „Moet je nagaan, elke sabbat roeiden slaven, soms in de stromende regen, de uitgedoste bewoners vanaf zeventig plantages naar de dienst in de synagoge!”

De begraafplaatsen leverden een schat aan informatie. „Ongeveer de helft van de overledenen kon een grafsteen betalen. De vaak fraai bewerkte zerken werden besteld in Nederland of in Amerika. Op begraafplaats Beth Haim (‘Huis van Leven’) zijn 452 zerken teruggevonden met Hebreeuwse of Portugese grafschriften en namen als Robles de Medina, de la Parra, Bueno de Mesquita, Fernandes of de Miranda.”

Dikland deed tevergeefs uitvoerig onderzoek naar eventuele bouwtekeningen of contracten van de synagoge ’Berache Ve Shalom’. „In Suriname zijn geen Joodse archieven en in Joodse archieven in Nederland vind je bijna niets uit het Suriname van de 17e eeuw. Ook in niet- Joodse archieven vond ik niets.” Hij kan er nog moedeloos van worden: „In de notariële archieven van Amsterdam (‘een paar kilometer, ga er maar aan staan’) trof ik wel oude contracten van Hollandse timmerlieden die naar Suriname werden gehaald voor specifiek omschreven bouwwerken of opdrachtgevers. Europese bouwmeesters liet men echt alleen aanrukken als er onvoldoende knowhow in de stad of op de plantages was: hun overtocht was duur en de helft stierf binnen twee jaar aan tropische narigheid.”

„We weten dat iedere plantage in die tijd een technische staf had van wel vijf man voor bouw en onderhoud, maar voor specialistisch werk huurde men deskundigen in. Zeker voor de bouw van een synagoge in Hollandse stijl, daarvoor kwam toch echt een deskundige uit Holland. Maar wie?!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden