Joods-Arabisch duo zingt over een andere weg naar vrede

(Trouw)

Israël stuurt dit jaar twee zangeressen naar het Eurovisie Songfestival: een Joodse en een Palestijnse. „We willen de boodschap van coëxistentie overbrengen.”

’Een Palestijnse die Israël vertegenwoordigt?’, klonk het in Joods-Israëlische kringen. ’Mira Awad laat zich gebruiken als vijgenblad voor Israël dat intussen Palestijnen in Gaza doodt’, klonk het in Palestijns-Israëlische kringen. Ze stuurden Awad een petitie om haar tot andere gedachten te brengen. Ook Achinoam Nini moest het ontgelden. ’Moet nou iemand die weigert voor kolonisten te zingen, Israël vertegenwoordigen?’ Er zijn er die haar nooit hebben vergeven dat zij in het Vaticaan het ’Ave Maria’ zong voor de paus en moeder Teresa. Rechts en links vielen over haar heen toen ze in een brief aan de inwoners van Gaza haar afkeer van elk soort fanatisme uitte, maar tegelijkertijd de hoop uitsprak dat Israël de Gazanen van Hamas zou bevrijden.

Hun antwoord is hun song voor het Eurovisiesongfestival, in drie talen, Hebreeuws, Engels en Arabisch: ’There must be another way’. Zij zijn die andere weg.

Mira Awad: „Acht jaar geleden kreeg ik een telefoontje: ’Ik weet niet of je me kent, maar je spreekt met Achinoam Nini.’ Ik begon hardop te lachen, wie kent Achinoam Nini nou niet! Ze vroeg of ik met haar een duet wilde zingen voor haar album ’Now’, een bewerking van ’We Can Work It Out’ van de Beatles waarmee ze de vrede tussen Israëliërs en Palestijnen wilde bevorderen. Het was voor mij een ongelooflijke kans om op te treden met zo’n internationaal bekende performer. Ik had net een grote productie achter de rug, had tal van aanbiedingen, maar zat vast. Achinoam hield me een spiegel voor. Hier was een vrouw die ’s ochtends wakker wordt, weet wie ze is, weet wat ze wil doen, met een politieke, muzikale en persoonlijke agenda, heel gedefinieerd en vol motivatie. Het leerde me naar mezelf te kijken, na te gaan waarom ik mijn motivatie kwijt was, hoeveel remmingen ik mezelf had opgelegd. De ontmoeting bracht een omwenteling teweeg. Ik ben in die acht jaar een ander mens geworden.”

Achinoam Nini: „Toen ze me voor het Eurovisiesongfestival vroegen, heb ik het eerst afgewimpeld. Wat moest ik ermee, ik had er geen zin in. Ik zou het zonder Mira ook nooit hebben gedaan. Ik voelde dat ik daar alleen maar kon zijn met iemand met wie ik een band heb. Ik werk graag samen, doe dat al twintig jaar met die man daar.” Ze wijst op Gil Dor, haar vaste begeleider. „Ik heb die pingpong nodig. En samen met Mira wordt zo’n songfestival toch een nieuwe muzikale ervaring. We inspireren elkaar.”

„Ik was twee toen mijn ouders vanuit Israël naar Amerika emigreerden. We waren niet religieus, maar ze wilden dat ik een joodse opvoeding kreeg en stuurden me naar een joodse leerschool. Hier was ik, een Joods-Jemenitisch meisje, dat naar school ging op een Asjkenazische (Oost-Europese) jesjieve in New York en woonde in een wijk vol Porto Ricanen en negers. Verwarrender kon nauwelijks, en ik wilde het liefst een barbie zijn, blond met blauwe ogen, en ik wilde religieus zijn, zoals mijn vriendinnetjes op school, en mooi, zodat de jongens naar me zouden kijken. Ik was niets van dat alles. Behalve dat ik slim was en muzikaal. Dat was mijn vluchtoord. Ik begon al heel jong liedjes te schrijven.”

Awad: „Ik was vroeger een heel verlegen meisje.”

Nini: „Wat!”

Awad: „Ik was het braafste verlegenste meisje ter wereld. Ik groeide op in een Arabisch dorp, in een politiek betrokken gezin, met een Bulgaarse moeder, die mijn vader had leren kennen tijdens zijn medicijnenstudie daar. We waren multicultureel, al was het maar dat we de zomers in Bulgarije doorbrachten. Ik was als achtjarige wel al kunstzinnig, zong, schreef, schilderde. Maar dat is ook een leeftijd dat ze dat beginnen te onderdrukken. Op mijn achttiende heb ik het dorp de rug toegekeerd. Ik had een enorm anti opgebouwd tegen mijn Arabische cultuur. Ik moest en zou weg, en had als excuus dat ik ging studeren. Later heb ik mijn balans gevonden, heb ik de eerste achttien jaar van mijn leven, waarvan ik overtuigd was dat het verloren jaren waren, herwonnen, kon ik emotioneel terug naar mijn dorp, naar mijn ouders, die fantastisch zijn, en naar de cultuur waarin ik was opgegroeid.”

Nini: „Ik heb mijn ouderlijk huis op mijn zeventiende verlaten en ben in mijn eentje van New York naar Israël verhuisd. Ik heb net als Mira de echte reden voor mijn ouders verborgen gehouden. Ik was verliefd geworden op een Israëliër en vastbesloten bij hem te zijn. Het had net zo goed Zimbabwe kunnen zijn, maar ik heb het mijn ouders verkocht als dat ik terug wilde naar mijn geboorteland. En Israël vonden ze natuurlijk goed. Ik heb eerst een jaar op een kostschool gezeten, met vijf meisjes in een kamer. De dreun kwam het jaar daarop. Ik dacht dat ik, omdat ik uit het buitenland kwam, niet in dienst hoefde. Dat bleek een misvatting. Gelukkig werd ik aangenomen voor een militair ensemble waarmee ik kon optreden. Rekrutentraining heb ik wel gedaan. Totale shock. Het was mijn onderdompeling in Israël. Ik denk nog altijd dat niets in Israël zo vormgevend is als het leger, ten goede en ten kwade, met die uniformen en wapens, het machoïsme, en tegelijkertijd die teamgeest. Israëliërs kunnen nog zo onbeschoft zijn, maar ze zijn er voor elkaar. Het was een krankzinnige leerschool voor het leven.”

Awad: „Ik zat net met een gevoel van machteloosheid naar het optreden van het Israëlische leger in Gaza te kijken, toen ze bekendmaakten dat we samen naar het songfestival zouden gaan. Achinoam had me dat lang daarvoor al voorgesteld en ik had ingestemd omdat we altijd al proberen de boodschap van coëxistentie uit te dragen... Maar ik moet erkennen dat ik me toen, met al die gruwelen, moeilijk druk kon maken over enig songfestival, en ’vrede’ een verre fantasie was. Toch dacht ik ook dat het gevaarlijk is het geloof in een oplossing te verliezen, dat ik een verantwoordelijkheid heb om die boodschap van dialoog en vrede te blijven uitdragen, zelfs onder vuur.

Wat alle kritiek op mij betreft, begrijp ik de woede van mijn mede-Palestijnse burgers op het optreden van Israël. Maar wij hebben altijd twee staten voor twee volkeren geëist en dat betekent dat wij, Palestijnen, binnen de grenzen van Israël Israëliërs blijven. Zeker in tijden dat rechts aan kracht wint, is dit mijn manier om te zeggen dat ik hier leef en hier blijf, dat ik wil blijven geloven dat Israël een democratie kan worden waarin wij gelijkwaardige burgers zijn, trots en vrij in onze identiteit.”

Nini: „Wat wij willen, samen, op welk podium ook, is die andere boodschap, die van de coëxistentie overbrengen: Er is een andere weg!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden