Review

Joods antwoord op antisemitische wetenschap

Sander L. Gilman: The Case of Sigmund Freud - Medicine and Identity at the Fin de sìecle. Johns Hopkins University Press, Baltimore/Londen; geb., f 24,50. Lisa Appignanesi/John Forrester: Freud's Women. Virago Press, Londen; 563 blz.-Fl. 50,20.

Gilman is hoogleraar in de menswetenschappen en de geschiedenis van de psychiatrie aan de Amerikaanse Cornell University. Hij schreef eerder 'The Jew's Body', 'Inscribing the Other' en 'Jewish Self-Hatred'.

In 'The Case of Sigmund Freud' belicht hij hoe het wetenschappelijk klimaat rond 1900 Freud in een problematische positie bracht. De wetenschap hechtte in die tijd vooral waarde aan verschijnselen die waarneembaar zijn of verondersteld worden waarneembaar te zijn voor de neutrale objectieve blik waarover de wetenschapper werd geacht te beschikken. In de medische wetenschap vierden het biologisch determinisme en de rassenleer hoogtij .

Deze stromingen baseerden hun theorieën op uiterlijke kenmerken. Deze theorieën waren, zoals Gilman aantoont, niet vrij van waardeoordelen. De rassenleer bijvoorbeeld verkondigde niet alleen een specifieke, door de evolutie bepaalde rangorde van de verschillende rassen, maar werkte tevens met negatieve en positieve labels door te spreken van hogere en lagere rassen. Relevant voor het geval van Freud is het antisemitische idee dat Joden tot een inferieur ras zouden behoren. Dat werd destijds in brede kring - gezien de status van de wetenschap en de medische wetenschap in het bijzonder - als observeerbaar en waar beschouwd.

Aan het beeld van de Jood binnen de medische wetenschap aan het einde van de negentiende eeuw besteedt Gilman veel aandacht. Volgens de toenmalige beoefenaars van deze wetenschap was de Jood anders dan anderen, wat op hetzelfde neerkwam als: minderwaardig aan anderen. Zijn anders-zijn werd gedefinieerd in termen van fenomenen die waargenomen konden worden of verondersteld werden waarneembaar te zijn. De natuur van het joodse lichaam zou het verschil bepalen. De Jood heette pathologisch van geest en lichaam en van het laatste gold het besneden zijn als het zichtbare bewijs.

Alle onderscheid tussen Joden en niet-Joden werd herleid tot een seksueel verschil, nauwkeuriger: tot de veronderstelde seksuele degeneratie van de Joden, die onder andere tot uitdrukking zou komen in een neiging tot inteelt en incest. Gilman wijdt ook een heel hoofdstuk aan 'de joodse voet', die binnen de medische wetenschap in de late negentiende eeuw fungeerde als een centrale factor in de representatie van het joodse verschil. Ook de aan de jood toegeschreven criminaliteit zou af te leiden zijn van waarneembare fysieke kenmerken.

Het antisemitische karakter van de medische wetenschap en de opvatting van wetenschap als waarheid plaatsten de joodse arts Freud - zo betoogt Gilman - voor een dilemma. Als medicus kon hij zijn status en identiteit ontlenen aan de medische wetenschap. Maar volgens diezelfde wetenschap zou hij als Jood ziekelijk en gedegenereerd zijn en niet in staat tot de neutrale en objectieve kijk die van een wetenschapper werd verwacht. Volgens Gilman kon Freud hierop niet anders reageren dan door de antisemitische opvattingen van zijn beroepsgroep te internaliseren.

'The Case of Sigmund Freud' verdedigt de stelling dat Freuds theorieën kunnen worden geinterpreteerd als een antwoord op deze dubbelzinnig positie. Zo valt bijvoorbeeld te verklaren waarom Freud het seksuele, het incestueuze, verhief tot basis van de psyche en de identiteit van de mens, en waarom hij met zijn ideeën over het Oedipus-complex degeneratie tot een universeel verschijnsel maakte. Op die manier generaliseerde hij de aan Joden toegeschreven neiging om bloedverwanten te doden. Seksualiteit en incestueuze fantasieën beschouwde Freud als noodzakelijk voor het verwerven van een identiteit. Zo maakte hij, zou je kunnen zeggen, van de nood een deugd: de seksuele degeneratie die de medische wetenschap van zijn tijd meende waar te nemen bij Joden en waarin ze de bron van hun anders-zijn meende te herkennen, werd bij Freud een normaal algemeen menselijk fenomeen.

De kracht van Gilman is dat hij het ontstaan van de psychoanalytische theorieën niet reduceert tot een overlevingsstrategie van een individu zonder reikwijdte. 'The Case of Sigmund Freud' vertelt niet alleen de ontstaansgeschiedenis van de psychoanalyse, maar maakt ook gebruik van psychoanalytische inzichten om zowel de bij niet-Joden levende angst voor de Jood als het antwoord van Freud op het antisemitisch vertoog van de toenmalige medische wetenschap te begrijpen.

In 'Freud's Women' bespreken Lisa Appignanesi en John Forrester de ontstaansgeschiedenis van de psychoanalyse vanuit een ander perspectief. Ze richten zich op de impact van vrouwen op de ontwikkeling van de psychoanalyse en de nalatenschap van Freud in het hedendaagse feminisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden