Jongerenwerker: 'Maak geen klonen van kerkmensen'

AMSTERDAM - Hij durft zijn werk best een missie te noemen. Tien jaar werken met buitenkerkelijke jongeren begint z'n vruchten af te werpen. Maar ondanks de bijbelgroepen en jongerendiensten blijft het allemaal bezijden de kerk. “We moeten ook geen klonen van kerkmensen willen maken”, zegt Pete Ward.

De Engelsman is in Nederland voor de promotie van zijn vertaalde boek 'Jeugdcultuur en het evangelie' (Merweboek, Sliedrecht). Pete Ward is jongerenwerker en docent bij het 'Oxford Youth Works'. Hoewel dat centrum formeel onafhankelijk is van de Anglicaanse kerk, is het wel op allerlei manieren met die kerk verbonden. De jongste verbinding is de functie van Ward als adviseur voor jongerenzaken van de aartsbisschop van Canterbury, sinds afgelopen mei.

In zijn boek beschrijft Ward het wederzijdse wantrouwen van jongeren en de kerk ten opzichte van elkaar. Ook gaat hij in op de methode die hij en zijn collega's hanteren om met jongeren in contact te komen. Ward, een jonge, gedrongen man met een stoppelbaard: “We gaan naar ze toe en willen ze begrijpen. Hun leefwereld is de context van waaruit we werken. In plaats van te zeggen dat het evangelie één massieve waarheid is, gaan we ervan uit dat het clusters van ideeën zijn. Begin maar ergens, je komt altijd wel uit bij de andere ideeën.”

Ward en zijn collega's gaan voornamelijk om met jongeren uit de 'working class', die geen christelijke achtergrond hebben. De openheid die de kerk volgens Ward voor deze jongeren moet hebben, komt tot uitdrukking in de methode van de 'vriendschap'. Ward: “Jongeren hebben een afkeer van formele organisaties. Maar het gaat er voor hen niet om of je priester bent of aartsbisschop, maar of je menselijk en benaderbaar bent. Veel jongerenwerkers verschuilen zich achter een rol en daar prikken jongeren doorheen.”

De methode van de vriendschap wordt door Ward christelijk ingevuld. “Je moet een incarnatie van Christus durven zijn. Een sleuteltekst is voor mij Phillipenzen 2, waar staat dat Christus zich leeg maakte om er voor zijn vrienden te zijn. Als je er zelf, concreet bent, dan ben je een beeld van het evangelie.”

Ward aarzelt geen moment op de vraag of hij zijn werk missie durft te noemen. “Jazeker is het een missie. Maar dan in de betekenis die in het engelse woord 'mission' zit: zowel het uitdragen van het evangelie als oprechte zorg.”

Op de onlangs door de Acht Mei Beweging georganiseerde conferentie over de toekomst van het levensbeschouwelijk jongerenwerk werd nadrukkelijk gesteld dat het niet de bedoeling is jongeren te bekeren. Ward ziet dat anders. “In Engeland zijn er ook mensen die zeggen dat je sociale hulp moet bieden zonder spirituele agenda. Maar ik vind het het paternalistisch en elitair om die twee te scheiden. Alsof degenen die zorg verlenen wel christelijk mogen zijn, maar dat dat ver weg gehouden moet worden van degenen die zorg krijgen.”

Toch is het ook niet Wards bedoeling om de jongeren de kerk weer in te drijven. Ward: “Hun taal is zo fris, dat wordt door kerkmensen vaak niet begrepen. En als de kerk dat gaat imiteren dan lijkt dat nergens op. Er zit een enorme vitaliserende kracht in die jongeren, maar we moeten geen klonen van kerkmensen willen maken.”

In Oxford zijn er inmiddels groepen die de bijbel lezen of een maandelijkse viering voorbereiden. Ward: “Alles, behalve de consecratie die door een priester wordt gedaan, wordt door de jongeren zelf gedaan. Het zijn experimenten met rituelen en manieren om te vieren. Ze gebruiken video's, dance-muziek en flitslichten - elementen uit hun eigen cultuur.”

De vertaling van het boek is toevallig tot stand gekomen. Op een vakantie in Frankrijk ontmoette Ward Jos Roemer, een Nederlandse theoloog die op dat moment met buitenkerkelijke jongeren in Nijmegen werkte. Het contact leidde tot bezoeken aan elkaars projecten, en uiteindelijk tot de vertaling. Overigens is Roemers project na een meningsverschil met zijn parochie in de Nijmeegse wijk Dukenburg beëindigd. “Maar Jos had ook maar anderhalf jaar”, zegt Ward. “Dit is echt pionierswerk en dat kost tijd. Wij zijn zeven jaar lang met scepsis bekeken, en pas de laatste jaren slaat dat om.”

Dat blijkt ook uit Wards werk voor George Carry, de aartsbisschop van Canterbury. Ward: “De aartsbisschop komt zelf uit de 'working-class' en heeft veel affiniteit met deze jongeren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden