Jongeren zijn kortstondig betrokken

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Jongeren hebben weinig vertrouwen in instituten. Hoe krijgen ze hun belangen op de politieke agenda als ze geen heil zien in politieke partijen en vakbonden? „Je moet tot de macht in Den Haag doordringen, anders zijn acties weinig effectief.”

Laura van Baars en Karen Zandbergen

Ze vielen toch wat tegen, de kijkcijfers van BNN-programma Lijst 0. Met de verkiezingen in het vooruitzicht had de jongerenomroep een mooi plan bedacht om jongeren een kijkje te geven in het proces van onze democratie. Dat moest op een andere manier dan bij de traditionele omroepen want, weet Pim Castelijn, directeur tv van BNN, daar kijken jongeren nauwelijks naar.

Dus zorgde BNN ervoor dat er een nieuwe partij werd opgericht, Lijst 0, exclusief gericht op de doelgroep van de omroep: 15- tot 35- jarigen. Zo kon de omroep op een alternatieve en hopelijk aansprekende manier aan jongeren laten zien hoe het proces van de democratie werkt.

400.000 mensen keken gemiddeld per uitzending, zegt Castelijn. „Dat is niet slecht voor een programma over politiek, maar we dachten meer te kunnen halen.” De jongerenpartij zelf haalde met 7456 stemmen nog geen achtste van wat nodig is om een zetel te halen.

Is dat een teken van desinteresse? Uit gesprekken die deze krant voerde en uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat jongeren anders denken over hun relatie met stichtingen, bewegingen, denktanks, kranten, geloofsgemeenschappen, bonden of partijen. Ze willen zich daar slechts aan verbinden voor de periode dat die voor hen relevant zijn. Ofwel: vrij kort. Levenslange trouw of vanzelfsprekende steun is er niet meer bij.

Laat staan dat het gezag van een overheidsinstituut zomaar erkend wordt. Vorig jaar raadden het gezondheidsinstituut RIVM en de Gezondheidsraad ouders aan hun kleine kinderen in te enten tegen de Mexicaanse griep. Ouders volgden dit advies niet klakkeloos op, maar trokken het in twijfel. Wat waren de bijwerkingen? Bloemiste Anneke Bleeker uit Bergen richtte de website verontrustemoeders.nl op. Die werd soms door 80.000 mensen per dag bezocht. Allerlei adviezen van ’ervaringsdeskundigen’ werden net zo waardevol gevonden als die van professor Roel Coutinho, epidemioloog en directeur van het RIVM. Lang niet alle opgeroepen kinderen kwamen opdagen bij de prikdienst: slechts 70 procent.

Saskia J. Stuiveling (65), president van de Algemene Rekenkamer, vindt het voorbeeld exemplarisch voor het afbrokkelende geloof in instituten bij de ’pragmatische generatie’. „Spookverhalen over bijwerkingen kregen bij de Mexicaanse griep de overhand. Het ging collectief mis, omdat individuele moeders hun dochter niet het risico wilden laten lopen onvruchtbaar te worden. Het RIVM en de Gezondheidsraad hebben niet de macht om te bepalen dat de gehele bevolking ingeënt moet worden. Zij zullen hun gezag keer op keer moeten verdienen. Het RIVM wordt niet meer geloofd alleen omdat het nu eenmaal het RIVM is.”

Jongeren gaan op hun eigen wijze om met de instituten. Stuiveling: „Zij willen niet meer als collectief worden aangesproken, maar als individu. Ofwel: het gevoel hebben dat hun beslissing een autonome afweging is. Ook al is die dezelfde als die van de buurman.”

Twintigers en dertigers organiseren zich met wisselend succes om hun belangen op de agenda te krijgen. Via ’klassieke’ en nieuwe wegen. De afgelopen vijftien jaar probeerden jongeren door te dringen tot traditionele (polder)partijen, met initiatieven als NietNix (de PvdA), Opschudding (D66) en het Alternatief voor Vakbond. Of ze sloegen het pad in van het denktank-netwerk Prospect of van brede politieke bewegingen als LEF en LuxVoor.

Veel van deze initiatieven kwamen niet van de grond. LuxVoor werd na een paar jaar ten grave gedragen, er was onvoldoende betrokkenheid. D66-Kamerlid Boris van der Ham was erbij. Zijn boodschap op het digitale gastenboek was helder: „Het is symptomatisch voor dit soort clubs dat ze met veel bombarie worden opgericht, daarna een stille dood sterven en er nog trots op zijn ook. Ik had graag gezien dat ze het nog even volhielden, net als LEF en Opschudding. Dat ze het bastion van de politiek werkelijk zouden binnendringen.”

Hij ziet genoeg jongeren – Van der Ham was er zelf acht jaar geleden één van – die als twintiger de politiek in gaan en zich daar echt aan committeren. Maar hij ziet ook te veel jongeren die bij het eerste zuchtje tegenwind er de brui aan geven.

„Je hebt snel de neiging: bevalt het je even niet, dan ga je weg. Vaak wordt er niet tot het gaatje gevochten. Die clubjes maken veel geluid, krijgen veel aandacht, maar zijn na een paar bijeenkomsten opgedoekt omdat een nieuwe baan lonkt of omdat de opkomst even wat minder was.”

Er zit een risico in die kortstondige betrokkenheid, zegt de 32-jarige Joop Hazenberg, oprichter van denktank Prospect en regisseur van de binnenkort uit te brengen documentaire ’Weg van de barricaden’ over de netwerkgeneratie: „Hoe ontwikkel je een visie voor de lange termijn? De grote zwakte van deze generatie is dat zij niet iets duurzaams meer kan opbouwen door die incidentele betrokkenheid.”

Hazenberg probeert via zijn denktank de kennis van individuen te gebruiken voor het algemeen belang. Deelnemers brainstormen, al dan niet via internet, over onderwerpen waar ze iets vanaf weten. Het is vrijblijvend en gemakkelijk om aan te haken. 1400 twintigers en dertigers denken via Prospect mee over onderwerpen als globalisering, duurzaamheid, de woningmarkt of innovatiebeleid. Die ideeën kan Hazenberg dan exploiteren.

„Iedereen die verbinding zoekt met jongeren, kan bij Prospect terecht. Wij zetten de nieuwe koersen binnen ons netwerk uit, waaruit publieke organisaties als politieke partijen, zorgcentra, gemeenten of ministeries weer kunnen putten. Die hoeven dat dus niet meer zelf te doen. Zo gaan we toe naar een ideeënsamenleving waarin iedereen meedoet, zonder dat je bij een partij of vakbond hoeft te zitten.”

Vraag je het aan Kamerleden, dan hoor je kritische geluiden en twijfel over de effectiviteit van de nieuwe manier van organiseren. SP-Kamerlid Jan de Wit (65) loopt vijftien jaar mee in Den Haag. Hij ziet geen jongerenbewegingen die aan de weg timmeren. „Politieke jongerenorganisaties voeren nauwelijks acties die gevolgen hebben. En wie is er nu nog aangesloten bij een jongerenvakbond?”

Van de denktanks en de jongeren die het roer binnen een partij om willen gooien, heeft De Wit ook geen hoge verwachtingen. „Zo’n organisatie is vaak een klein clubje dat geen grote achterban heeft. Dat heb ik al geleerd van het actievoeren in de buurt. Dat doe je niet door te zeggen wat jij wilt, dat heeft zelden succes. Wil je recht van spreken hebben, dan moet je eerst weten wat anderen willen, achterban verzamelen.”

Opvallend is hoe verschillend de door Trouw ondervraagde generatiedeskundigen denken over het succes van alternatieve jongerenorganisaties. De pragmatische generatie gelooft in maatschappelijke betrokkenheid via losse netwerken. Hazenberg gaat zelf de barricade op: „Onder onze invloed zal het poldermodel afgeschaft worden. Dat zullen de babyboomers moeten opgeven. Het is te star, gaat uit van collectiviteiten en functioneert voor geen meter meer. Jongeren willen geen onderdeel uitmaken van de polder. Vakbonden worden bevolkt door insiders en niet van onderaf aangevuld. Zo krijg je uitsluiting van groepen. Je zult zien dat jongeren van onderaf iets nieuws willen opbouwen om hun eigen cultuur te kunnen bepalen. Willen babyboomers hun organisaties nieuw leven inblazen, dan moeten ze hun manier van werken aanpassen. Laat jongeren meedenken, betrek ze in het proces, geef hen zeggenschap. Het spelletje van hiërarchie en uitoefening van gezag, daar zijn dertigers en jonger allergisch voor.”

De generatie X en de protestgeneratie zijn ervan overtuigd dat de pragmatische generatie overgaat op die collectieve organisatie, omdat dat nu eenmaal de wijze is waarop in Nederland besluiten genomen worden. Mei Li Vos (40) is ook voorstander van de ’oude structuren’.

„De grote zwakheid van de vrijblijvende clubs is dat ze de machtsvraag niet stellen. Ze committeren zich niet”, zegt het oud-Kamerlid van de PvdA. Als middendertiger startte zij vijf jaar geleden het Alternatief voor Vakbond, waarmee ze in het polderoverleg door wilde dringen om aandacht te vragen voor mensen die niet in de oude structuren van vast werk en een vaste werkgever passen. Inmiddels heeft die groep een vertegenwoordiger in de Sociaal Economische Raad (Ser) en wist Vos via het Kamerlidmaatschap een Ser-onderzoek naar zelfstandigen zonder personeel voor elkaar te krijgen.

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, vindt dat jongeren er iets aan moeten doen als ze vinden dat ze te weinig invloed hebben. „Als zij geen zin hebben om zich te binden, moeten ze ook niet zeuren dat ze niet gerepresenteerd worden. Zolang ze bovendien niet met een alternatief komen voor de bestaande instituten, moeten die gewoon blijven zoals ze zijn. Dat kun je de babyboomers niet verwijten. Die passen zich wel aan.

„Als de vereiste ledenaantallen voor een omroep niet naar beneden bijgesteld waren, had een jongerenomroep als BNN niet bestaan. En zestigers als Bernard Wientjes (werkgeversorganisatie VNO-NCW) en Alexander Rinnooy Kan (Ser) nemen harde maatregelen: zij zijn het die zich inzetten voor hervorming van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt ten gunste van de volgende generatie.”

Ook Van der Ham vindt dat het nog altijd de oude structuren zijn waarin mensen echt invloed kunnen hebben. „Al zijn ze ouderwets, het is het beste wat we hebben.” Hij ziet wel dat er vaak goede ideeën komen uit de denktanks, maar wat hem betreft moeten die overgaan in binding aan de bestaande structuren, als een volgende stap die idealiter na een vrijblijvende periode gezet moet worden.

Lennart Booij (39) is ook door ervaring wijs geworden. Vijftien jaar geleden probeerde hij samen met Erik van Bruggen met hun NietNix-beweging nieuw leven te brengen in de PvdA. „Wij dachten, onze boodschap is zo helder, dat gaat wel gebeuren. Op basis van de kracht van argumenten. Maar je moet eerst tot de machtsstructuren in Den Haag weten door te dringen, anders zijn al die acties weinig effectief.” Hij kan zich voorstellen dat veel jongeren daarvoor passen. „Je moet jezelf de vraag stellen: Wil je die mars door de instituties lopen?”

Volgens Booij heeft die houding ook te maken met specifieke kenmerken van de generaties na de babyboomers. „Je kunt zeggen dat de generatie X en jonger bij een beetje tegenwind opgeven, dat ze niet bereid zijn te lijden voor hun idealen.

„Je kunt ook zeggen: Deze generatie heeft geen zin in het machtsconflict. Dat vereist een ander denkraam, waarbij het niet gaat om het oude ideologische kader. De vraag blijft of de jonge leden van de pragmatische generatie en de generatie Einstein zullen doorzetten.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden