Jongeren willen meer dan deze eerste stap

Tot vreugde van jongerenbeweging Young & United kondigde minister Lodewijk Asscher van sociale zaken gisterochtend het einde van het jeugdloon aan. Althans, voor de 21- en 22-jarigen. Voor 18- tot 20-jarigen blijft het jeugdloon bestaan. Wel gaat het loon voor deze jongeren iets omhoog.

De overwinning van Young & United is een nederlaag voor werkgevers als Detailhandel Nederland, waar 35 procent van de 681.000 werknemer jonger is dan 23 jaar. De detailhandel waarschuwde voor een stijging van de werkloosheid onder jongeren als hun lonen zouden stijgen. Daarbij zwaaiden de werkgevers met het onderzoek van het Centraal Planbureau.

Mocht het jeugdloon voor 21- en 22-jarigen verdwijnen, dan scheelt dat 5 procent aan werkgelegenheid voor deze groep, schrijft het CPB. Dat is goed voor 15.000 banen. De gevolgen voor 15 tot en met 20-jarigen zijn lastiger in te schatten. Het CPB spreekt van een verlies van 5000 tot 120.000 banen. "Hoeveel banen er in de detailhandel verloren gaan, is lastig in te schatten", zegt Pieter Verhoog, directeur sociale zaken bij Detailhandel Nederland. "Maar waarom zou je risico's nemen? Voor jongeren is het werk belangrijk om ervaring op te doen."

Dat is ook de boodschap van VNO-NCW. De werkgeversorganisatie reageerde vandaag mild op Asscher. Dat is te danken aan de werkgeverscompensatie die de minister biedt om de kosten voor gestegen loonkosten op te vangen.

Detailhandel Nederland hoopt dat de vakbonden nu tevreden zijn met hun gehaalde doelen en stoppen met de aanval op jeugdlonen. Dat is Young & United niet van plan. "Ook 18-jarigen verdienen een echte baan met een volwassen loon", laat de groep weten.

Dat leidt volgens de jongeren niet tot een daling van de werkgelegenheid, zoals het CPB vreest, maar juist tot een stijging. Omdat jongeren hun geld tot de laatste cent uitgeven, komen er volgens hen 10.000 extra voltijds banen bij.

Wie er gelijk heeft, de jongeren of de werkgevers in de detailhandel, is nauwelijks te zeggen. Dat hogere lonen leiden tot minder banen, is geen wetmatigheid, zegt bijvoorbeeld econoom Robert Went van de WRR. Er zijn talloze onderzoeken gedaan naar de effecten van minimumlonen, met evenveel zoveel uitkomsten.

Dat komt volgens Went omdat de hoogte van het loon niet afhankelijk is van economische wetmatigheden als vraag en aanbod, maar van krachtsverhoudingen tussen de werkgever en werknemers.

"Bovendien is de hoogte van de lonen afhankelijk van de sociale normen", zei Went afgelopen december in het magazine van de Sociaal Economische Raad. "Wat wordt als rechtvaardig gezien? In de jaren zestig van de vorige eeuw bijvoorbeeld was er minder inkomensongelijkheid omdat dit toen maatschappelijk veel minder werd geaccepteerd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden