Jongeren praten mee op internaat

Als geen ander weet John van de Vorst (18) hoe het is als er met je wordt gesold, zonder dat je weet wat je rechten zijn. Hij woont vanaf zijn zesde in verschillende internaten. Sinds drie jaar hebben ze een jongerenraad in Wezeveld, onderdeel van het internatencomplex de Hoenderloogroep. John is de voorzitter.

,,Het was een hele omslag toen jongeren te horen kregen dat ze mochten meepraten. In de groepen hoorde je de hele dag geschreeuw: 'dit is mijn recht!'. En de groepsleiders terug: 'dat is je plicht!' Ik dacht dat het nooit goed zou komen. Maar die invasie was blijkbaar nodig, want nu vindt iedereen het heel gewoon.''

Zaterdag vertrok John met nog drie jongeren naar Genève. Ze krijgen een kwartier de tijd om het internationale kinderrechtencomité van de Verenigde Naties toe te spreken. Het is elf uur en John komt aangerend op station Deventer. Bloednerveus is hij. ,,Het is niet niks allemaal, ik moet toch praten uit naam van alle Nederlandse jongeren.''

Ben ik duidelijk genoeg? Die vraag stelt John een paar keer tijdens het interview in de Intercity naar Amsterdam. Daarvandaan vertrekken de jongeren en mensen van het Kinderrechtencollectief die avond met de nachttrein. Aan de voorbereiding zal het niet liggen. De jongeren hebben zich ruim een maand intensief verdiept in kinderrechten in Nederland en moeten pers en politici in Genève op de hoogte stellen.

John deed samen met Naima Galli (16), politiek actief in Amsterdam, het onderwerp kindermishandeling. Ze moesten zelf alle gegevens verzamelen en een nieuwsbrief opstellen voor het comité. De andere onderwerpen die ze aan de orde willen stellen, zijn de te dure hulpverlening en de wachtlijsten voor de opvang van jongeren met problemen en jongerenparticipatie.

John: ,,Ik vind dat ze in Wezeveld heel goed omgaan met inspraak, maar dat is nog maar sinds kort. Terwijl Nederland al tien jaar geleden het Kinderrechtenverdrag ondertekende waarin staat dat je als minderjarige recht hebt op het geven van je eigen mening. In andere internaten is het echt nog de middeleeuwen. Die jongeren zijn soms heel verbaasd: 'Mogen jullie meepraten over wat je wilt eten?' Nou dat is wel het minste, vind ik.''

Opgroeien in het 'internaatcircuit' biedt veel voordelen. Je wordt eerder zelfstandig, vindt John, en leert goed met mensen om te gaan. Natuurlijk was hij liever gewoon bij zijn moeder opgegroeid, maar die kon het, na een slecht huwelijk, allemaal niet aan. De reis naar Genève is zijn laatste daad als voorzitter. Binnenkort verhuist John naar een eigen kamer in Eindhoven, hij wil na de zomer naar de politieschool.

Het is de eerste keer dat jongeren uit verschillende landen naar Genève gaan. Ook de Nederlandse regering komt met een rapport, daartoe zijn ze verplicht. Maar dat is volgens het Kinderrechtencollectief teveel een droge opsomming van regeltjes en wetten. Het collectief gaat, samen met de jongeren, laten zien dat het verdrag ook in Nederland in de praktijk niet altijd wordt nageleefd.

Waar John vooral van geschrokken is tijdens zijn onderzoek, zijn de cijfers over kindermishandeling die hij van Justitie kreeg. Eén op de vier kinderen wordt slachtoffer, van de meisjes krijgt 34 procent te maken met seksueel geweld. Over hoeveel jongens misbruikt worden, heeft justitie geen gegevens. ,,Dat is blijkbaar een groot taboe'', zegt John.

Op het internaat is mishandeling een veelgehoorde reden voor uithuisplaatsing. Maar dat die cijfers zo hoog zijn, maakt hem boos. ,,Als zoveel jongeren ermee te maken hebben, moet dat probleem openlijk besproken worden. Wij pleiten er dan ook voor om al heel jong met voorlichting te beginnen. Al op de lagere school moeten kinderen te horen krijgen wat hun rechten zijn en dat ze niet alles hoeven te slikken. Op hun niveau moet ze verteld worden wat kindermishandeling is.''

John weet waar hij het over heeft. Toen hij negen was zat hij in een therapeutisch gezinsvervangend tehuis waar een groepsleider 'zijn jatten niet thuis kon houden'. Zes jongeren, onder wie hijzelf, werden slachtoffer van seksueel misbruik. Wat John nog het meeste steekt, is dat hij toen niet wist dat wat die groepsleider deed niet normaal was.

,,Had iemand me het maar verteld dan had het niet zolang hoeven duren. Ik denk dat het voor alle kinderen geldt dat meer informatie veel bescherming kan bieden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden