'Jongeren niet bang voor de gevangenis'

Foto: anp Beeld
Foto: anp

Jongeren zijn niet bang voor de gevangenis, zegt hoogleraar ontwikkelingspsychologie Bram Orobio de Castro. "Ze vinden er niets afschrikwekkends aan. Het enige dat een jongere doorgaans overhoudt aan een tijdje detentie is contact met andere jeugdige criminelen, met wie hij dan later weer de fout in kan gaan."

Orobio de Castro, verbonden aan de universiteit van Utrecht, is het hartgrondig eens met de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) die gisteren waarschuwde dat het opvoedende karakter van het jeugdstrafrecht steeds vaker het onderspit delft omdat er teveel nadruk ligt op streng straffen.

"Jongeren zijn ongevoelig voor straf en detentie", zegt hij. "Hoe dat komt, is niet eenvoudig te verklaren. Bij de een is het aanleg. Anderen hebben ontdekt dat ze flink wat rotzooi uit kunnen halen, zonder dat ze gepakt worden. De gevangenis is bij hen gewoon niet in beeld. Bovendien wordt een celstraf vaak stoer gevonden. Een jonge crimineel geniet aanzien bij zijn vrienden als hij achter de tralies heeft gezeten. Met als gevolg dat hij er niet voor terugdeinst opnieuw de wet te overtreden."

De enige manier om zinnig te straffen, stelt Orobio de Castro, is als de straf heel kort op het delict volgt en bovendien iets met dat delict te maken heeft. "Als een jongen iets vernielt, moet je hem dat zo snel mogelijk laten repareren. Dan ervaart hij het verband tussen zijn gedrag en de straf."

Maar beter is het om te kijken naar de opeenstapeling van problemen en risicofactoren die achter elke criminele jongere schuilgaan, vindt hij. "Dat kan van alles zijn: een slechte buurt, een laag IQ, een drinkende vader, een afwezige moeder, of juist het onvermogen van ouders om met hun onhandelbare kind om te gaan."

De focus moet daarom daarop liggen, vindt Orobio de Castro, en niet op het strenge straffen. "Het wegnemen van die risico's - die meestal al op heel jonge leeftijd aanwezig zijn - kan voorkomen dat een jongere (opnieuw) de fout ingaat. Dat betekent dat je een jongere moet helpen met zijn sociale vaardigheden, dat je hem moet stimuleren om een opleiding te volgen, dat je hem en zijn sociale omgeving intensief begeleidt, dat je leefstijl- of agressietrainingen organiseert. Nu horen we vaak: we sluiten een jongere een tijdje op en dan is het klaar. Maar die detentie is niet meer dan een voorgerecht. Het hoofdgerecht, de terugkeer in de maatschappij, is veel belangrijker."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden