'Jongeren moeten beter worden voorbereid op veilig vrijen'

AMSTERDAM - Op de Amsterdamse Warmoesstraat zit de leerscene, met Argos en The Cockring als populairste tenten. Mannen van boven de dertig in spijkerbroek, maar met leren laarzen, leren jas, leren hesje en leren pet op, glippen hier de panden in die voorheen aan de slager en de bakker behoorden. Tegenwoordig zijn de etalages van een plaat hout voorzien die zwart is geverfd, en wat daarachter gebeurt kan de schuchtere toerist met de Wallen op zijn route slechts gissen.

HANS MARIJNISSEN

In de Reguliersdwarsstraat is de sfeer totaal anders. Hier is het vooral de jonge happy crowd die over straat schuimt. Twintigers ontmoeten elkaar hier in de hotspots Havana, Exit en April. De discotheken Roxy en It trekken weer een geheel ander homopubliek. De mega-danspaleizen zijn met name op woensdagavond het territorium van de queens. En de barretjes als de Amstel Taveerne en de Crocodil rond het Rembrandtplein worden bevolkt door weer een andere scene. Vooral oudere homoseksuelen 'plakken' hier in de huiskamerachtige ruimtes.

Het homo-uitgaanscircuit in Amsterdam is divers. Elke groep, elke scene heeft zijn eigen straatje, zijn eigen kroeg die hij op een gegeven moment ontgroeit, zodat een nieuwe tent moet worden gezocht. Net zoals dat in de heteroscene gebeurt. Alleen kent de homo-uitgaanswereld een tweede laag, waar de verschillende groepen minder goed zijn te onderscheiden: de wereld van de darkrooms, die liggen verscholen tegen de achterwand van de kroegen, van sauna Thermos in de Kerkstraat (24 uur per dag geopend) waar zoveel meer gebeurt dan stress uitzweten. Het zijn de plaatsen waar homo's in het uitgaanscircuit vlugge contacten opdoen en anoniem seks kunnen hebben.

De Amsterdamse GG en GD liet deze week weten bezorgd te zijn over met name de homojongeren in het hoofdstedelijke uitgaanscircuit van wie zes procent is besmet met HIV, het virus dat aids veroorzaakt. Volgens een onderzoek zou veertig procent van de ondervraagde jongeren het afgelopen halfjaar onbeschermd anaal seksueel contact hebben gehad, 73 procent gebruikt wel eens drugs of alcohol bij het vrijen. Zes van de tien jongeren hebben de afgelopen tijd seks bedreven met een onbekende. De GG en GD schat het besmettingspercentage van de groep jongeren op één procent per jaar.

Het lijkt alsof het slecht gaat met de groep jonge homoseksuelen. Terwijl deze generatie weet waartoe onveilig vrijen kan leiden, stort zij zich onbeschermd in de wereld van de darkrooms, en laat zich nemen door een onbekende. Preventiemedewerker Leo Schenk van de SAD/Schorerstichting, die zich bezighoudt met de hulpverlening en voorlichting aan homoseksuelen, is niet blij met de manier waarop de conclusies van het onderzoek door de GG en GD zijn gepresenteerd. “Het is kwalijk. Je kweekt zo een 'eigen schuld, dikke bult-sfeer', en zo'n heersende opinie kan grote consequenties hebben voor de huidige en komende groep van HIV-geïnfecteerden. In de homosauna vindt al 37 procent van de cliënten dat als je nu HIV-besmet raakt, dit je eigen schuld is. Ik word daar kwaad om.” “Daarbij komt”, zegt Gert Hekma van de vakgroep Homostudies van de Universiteit van Amsterdam, “dat de gedachte, dat besmetting met HIV met name in darkrooms plaatsvindt, een onjuiste is. Daar vindt namelijk zelden anale seks plaats. Er wordt staand getrokken en gepijpt, meer niet. Dat onveilige sekscontact heeft waarschijnlijk thuis plaatsgevonden, met een al dan niet vaste partner. Daar moet je je bewust van zijn, natuurlijk, maar het is niet zo, dat jongeren, terwijl ze weten dat ze HIV kunnen oplopen, zich dagelijks in de darkrooms laten nemen.”

Hekma vergelijkt de onderzoekingen en conclusies van de GG en GD gekscherend met die van stadsarcheoloog Jan Baart, die onlangs claimde resten van het kasteel van Amstel te hebben gevonden. “Maar waar hij dat op baseerde?”

Schenk van de SAD/Schorerstichting zegt dat het cijfer van veertig procent jongeren dat het afgelopen halfjaar een onbeschermd sekscontact heeft gehad, hem zorgen baart. “Maar je kunt je afvragen, is de fles half vol of half leeg. Zestig procent van de jongeren heeft dus een heel halfjaar veilig gevreeën. Het risicogedrag van homojongeren is na de bekendheid met aids enorm afgenomen. Ik denk dat het nog nooit gebeurd is, dat een groep zich zo snel heeft aangepast naar aanleiding van een opkomende ziekte. Daarover ben ik eigenlijk ontzettend tevreden.”

Ja, zegt Hekma op zijn beurt, “Je kunt nu wijzen op het onveilige gedrag van homojongeren, maar stel dat heterojongeren een even groot besmettingsrisico zouden hebben, dan was het hier net Afrika! Want heterojongeren vrijen veel minder veilig.”

Hekma, die ook benadrukt dat de GG en GD onderzoeksgroep wel erg specifiek is (jongeren in het uitgaanscircuit in Amsterdam zullen hoger scoren dan thuiszitters in Twente), stelt vast dat jongeren die op de hoogte zijn van de besmettingsgevaren, klaarblijkelijk toch onbeschermd vrijen. “Ze weten dus wat er aan de hand is, maar kunnen daar niet mee omgaan. Ik merk dat we ondanks alle voorlichtingscampagnes, zo klinisch over seks blijven praten, we hebben het over de fysiologie, over geslachtsapparaten. Terwijl eens ter sprake moet komen, dat we in Nederland zulke armoedige seksuele gebruiken hebben, dat we amper over seks kunnen communiceren. En als we een borrel of pil op hebben, lukt dat al helemaal niet meer. In zulke armoede ontstaan situaties - thuis en veel minder in de darkroom - waarin partners denken, dat zolang je voor elkaar de 'ware' bent, je niet aan safe seks hoeft te doen. Anaal contact is opeens een bewijs van vertrouwen, en als je het condoom ter sprake brengt, is dat een teken van wantrouwen. Daar moeten we per se vanaf.”

Hekma denkt dat jongeren, hetero of homo, beter en eerder op seksualiteit en veilig vrijen moeten worden voorbereid. “We zijn in Nederland zo geobsedeerd door seks, maar als het zo ver is, kunnen we niet over onze wensen en eisen praten. We zijn zo goed in het soepel afhandelen van het verkeer, waarom lukt dat ons op seksgebied dan niet?”

Ook Schenk worstelt met het probleem dat homojongeren intussen weten, dat je door onbeschermd vrijen HIV-besmet kunt raken, en dat sommigen toch zonder condoom contact hebben. “Ik merk dat veilig vrijen zo als 'norm' wordt gehanteerd, dat het voor sommige mensen moeilijk is, toe te geven dat ze het ook wel 'ns onveilig doen. Op vragen over hun seksueel gedrag geven ze een gewenst antwoord. Daar moet de hulpverlening ontzettend voor uitkijken. Ik wil weten waarom ze onveilig vrijen. Laatst hoorde ik het verhaal van een jongen, die vond dat hij onaantrekkelijk en dik was. In het park accepteerde hij onveilige seks, omdat hij vreesde dat als hij met een condoom zou aankomen, hij helemaal buiten de boot viel. Kijk, daar helpt dus geen kenniscampgane tegen.”

Schenk vraagt zich als preventiewerker vaak af, met welke boodschap hij nu weer moet komen. Soms roept 'het veld' om nog hardere campagnes, om de boodschap wéér onder de aandacht te krijgen. “We hebben laatst in de homosauna de poster opgehangen van een aidspatiënt vol zwarte kaposi-plekken. De een vindt dat prima, de ander zegt: luister eens, ik ben een aantal vrienden verloren, en als ik in de sauna wil ontspannen, wens ik niet met zulke beelden geconfronteerd te worden. Kan ik inkomen. Maar wat moeten we dan?”

Schenk die zegt dat hij zich vijf jaar geleden nog missionaris voelde, maar zich nu als 'makelaar' opstelt (voor iedere hulpvraag een gepast antwoord), denkt dat de preventie-activiteiten de komende jaren gedifferentieerder zullen worden. “De slogan 'bij veilige seks hoort een condoom' is te algemeen. Ik ken koppels die zich hebben laten testen, seronegatief zijn en nu veilig zonder condooms vrijen. Bij eventuele contacten buiten de relatie gebruiken ze die wel. Dat is een optie. We krijgen ook vragen van mensen die beiden seropositief zijn, onbeschermd met elkaar willen vrijen maar zich afvragen, of ze elkaar kunnen herbesmetten. Daarover is nog te weinig bekend.”

In ieder geval is belangrijk, dat iedereen nadenkt over hoe hij zijn seks - en dus zijn leven - kan beveiligen, en zegt Schenk, één antwoord daarop is te weinig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden