Jongere ondernemers opleiden om zelf werk te gaan scheppen

De auteur is lid van de werkgroep Groen Links migratiebeleid en illegalen.

Kan er dan echt niets aan gedaan worden om de migratiedruk te doen afnemen? Uit gesprekken met autoriteiten, wetenschappers en studenten in het gebied waar onze Marokkaanse migranten uit afkomstig zijn, bleek mij dat hiertoe slechts een weg open staat. Dat is het scheppen van duidelijk zichtbare werkgelegenheidsprojecten voor jongeren. Alle andere pogingen om (illegale) migratie tegen te gaan, zo werd mij ter plekke duidelijk, zullen uiteindelijk een volslagen illusie blijken te zijn.

Somber

Tot nu toe bleek echter steeds, dat het van buitenaf opzetten van projecten ter plaatse als in het verwaarloosde, verarmde Noord-Marokko volstrekt onmogelijk is. Reeds het in de jaren zeventig op verzoek van Pronk gedane zogenaamde Remplod-project leidde tot die sombere conclusie. Kleinschalige projecten in dit Marokkaanse Rifgebied met het doel de migratie aan de bron af te stoppen, bleken door de bureaucratie en corruptie een fiasco. Zo moest ook het aan het Nederlands Centrum buitenlanders gelieerde bureau voor retourmigratie zijn poorten sluiten na vele mislukte projecten.

De onmogelijkheid van die retourmigratie bleek mij ook weer duidelijk op het door de Universiteit van Oujda in Noord-Marokko georganiseerde colloquium begin december. Enige geografen als de Marokkaan Bencherifa en de Duitser Popp voerden incidentele succesgevallen aan. Bij nadere informatie bij de lokale bevolking bleek echter dat het succes van deze voorbeelden van Duitse retourmigratie niet op de beweerde handel in theeplanten (kruizemunt) berustte, maar op smokkel en handel in hasjplanten.

Bencherifa noemde verder een aantal positieve ontwikkelingen in enige woestijn-oases. Onderzoek van zijn collega Ait Hamza leert echter dat het hier gaat om een investering in 'nostalgische landbouw' die economisch niet rendabel is, om individuele gevallen van oudere migranten boven de zestig jaar die land kochten dat in feite onbebouwbaar was, maar waarmee zij zich acceptatie en sociale status in hun gemeenschap verwierven.

Uniek project

Er tekent zich echter een andere, meer kansrijke weg af. Sinds kort bestaat er een uniek project dat wel positief tot een verminderen van migratiedruk kan bijdragen. Het betreft een nieuw opleidingsinstituut voor jonge ondernemers in de regio vanwaar een 70 procent van de in Nederland verblijvende Marokkaanse legale en illegale migranten afkomstig zijn.

Het in Oujda gevestigde IMES (Institut Marocain d'Etudes Superieures) heeft als directeur en mede-initiatiefnemer Farid Chourak (37), die als Berber zelf uit de regio afkomstig is. Na zijn promotie aan de Universiteit van Lyon is hij tevens hoogleraar-onderzoeker op het gebied van economie en management aan de regionale universiteit.

Omdat hij als academicus een grote kloof tussen de universitaire opleiding economie en het Marokkaanse bedrijfsleven constateerde, ging hij vanaf 1986 in overleg met de lokale Kamer van koophandel en industrie over tot het opzetten van een opleiding die deze kloof overbrugt door middel van een tweejarige opleiding. De vakken zijn afgestemd op de behoefte van de bedrijven en in seminars maken de studenten kennis met de bedrijven.

Totaal 8 miljoen gulden

Het belangrijkste onderdeel van het project is dat een zeventigtal afgestudeerde jonge ondernemers in verschillende bedrijfstakken werk krijgt - waarvan 30 procent in de industrie, 11 procent op het gebied van de handel, 7 procent in de landbouw; verder op het terrein van diensten, ambacht, transport en toerisme. In het totaal verschaft men kleinschalig werk aan 360 mensen op basis van een totale investering van meer dan 8 miljoen gulden.

Al deze jonge ondernemers worden vijf jaar degelijk begeleid. Allereerst in de fase van het opzetten van hun onderneming. Accountants evalueren het project, een notaris werkt de juridische vorm uit en er is financieel advies. Deze experts stellen hun hulp vier uur per week gratis ter beschikking. Na de startperiode worden de jongeren geadviseerd op het gebied van marketing en management.

Het geheim dat verklaart waarom dit project veel meer kans van slagen heeft dan een van buitenaf georganiseerd ontwikkelingsproject, is dat men hier een lokaal netwerk heeft opgebouwd om de onvermijdelijke tegenslagen en corruptie tegen te gaan.

Er werd voor de vorm van een prive-school gekozen, omdat men als openbare school aan het door de staat voorgeschreven onderwijsplan zou moeten voldoen en dan dezelfde steriele relatie tot het bedrijfsleven zou houden als tevoren. Weliswaar valt dit voor de studenten duur uit, maar men verdeelt de kosten zo dat geschikte kandidaten die niet over financiele middelen beschikken, een beurs kunnen krijgen.

Dit is echter een zware belasting voor deze ongesubsidieerde school, die ongeveer 25 personeelsleden telt, en men zou daarom graag in deze aanloopperiode ondersteuning vanuit het buitenland krijgen.

De reactie van de officiele instanties op het IMES-initiatief was eerst afwachtend, maar gaandeweg ging men het initiatief waarderen en kwam de samenwerking beter op gang en kreeg men medewerking van de bedrijven en de banken. Samenwerking met de plaatselijke arbeidsbureaus bleek niet mogelijk, omdat deze zich in Marokko hoofdzakelijk bezig houden met het registreren op fiches van degenen die werkloos zijn. Voor verdere initiatieven ontbreken de financiele mogelijkheden.

Franse steun

Het project om een zeventig jonge Marokkanen - ook als remigrant afkomstig uit Frankrijk en Nederland - als zelfstandig ondernemer te laten opereren, heeft weerklank gevonden in Frankrijk en tot samenwerking geleid met de regionale ontwikkelingsorganisatie van een provincie in Noord-Frankrijk, Champagne-Ardennes (IRCOD).

Deze organisatie is verbonden aan de VN-organisatie voor industriele ontwikkeling en helpt bij het investeren in een bedrijfsterrein voor 25 kleine werkplaatsen. Zij zullen een gemeenschappelijk dienstencentrum tot hun beschikking krijgen (secretariaat, telefoon, fax, telex). Daarvoor is samen met de IRCOD een cooperatief model ontworpen.

Samen met Chourak bezocht ik het confectie-atelier van de jonge, uit Frankrijk geremigreerde Hassan Ben Herrou. Hij en zijn Franse vrouw bieden werk aan een twintigtal vakbekwame naaisters. Trots liet hij mij de resultaten van zijn pas een jaar geleden begonnen bedrijf zien.

Over de houding van de douane bij in- en uitvoer van produkten had hij niet te klagen. Het grote probleem was de afhankelijkheid van het buitenland voor het krijgen van voldoende orders om de continuteit en de uitbreiding te garanderen.

Mijn verhaal over de strengere aanpak in Nederland van naaiateliers, zoals de aanstaande invoering van de Wet op ketenaansprakelijkheid, die ook afnemers strafbaar stelt, wekte bij hem de hoop op Nederlandse orders. Aan de in deze branche noodzakelijke flexibiliteit om zich aan de markt en de zich snel wijzigende mode aan te passen, kon hij blijkens hetgeen hij toonde ruimschoots voldoen.

Mogelijkheid

Ik vroeg projectleider Chourak naar de mogelijkheid voor Marokkanen die illegaal in Nederland verblijven (en waarvan velen al een scholing in Marokko achter de rug hebben), om bij zijn instituut een opleiding te volgen om daarna zelfstandig een bestaan op te bouwen. Gesprekken met illegalen wijzen immers uit dat ze liever op een economisch bescheidener niveau in Marokko waren gebleven als er uitzicht op werk bestond.

Hij antwoordde mij dat er, indien zij bereid zijn zich de moeite van een aangepaste opleiding te getroosten, geen belemmering is om hen toe te laten. Alleen kan de IMES zelf de noodzakelijke financiele investeringen voor hun studie natuurlijk niet opbrengen. Daar zal men vanuit Nederland moeten bijschieten.

In Nederland was het Komitee Marokkaanse arbeiders Nederland (KMAN) tot op heden altijd zeer wantrouwig tegenover samenwerking met Marokko. Tot mijn aangename verbazing drong deze groep er tijdens zijn laatste studiedag op aan, fondsen te werven voor lokale projecten in het herkomstland, uit te voeren door organisaties als Novib, Icco en Cebemo.

Volgens Chourak zijn deze niet-gouvernementele organisaties uit Nederland zeer welkom. Juist groepen en organisaties die tot doel hebben aan de basis van de samenleving met kleinschalige projecten te opereren, vinden in het IMES een geschikte partner. Tot nog toe heeft echter geen van dergelijke Nederlandse organisaties contact opgenomen.

Bureaucratie

Vorig jaar begon in Casablanca een project dat grote overeenkomsten vertoont met dat van het IMES. Het gaat om het project Association des Jeunes Promoteurs, dat afhankelijk is van het Nationaal bureau voor beroepsopleidingen.

Daarnaast bestaat er in Marokko een door de Marokkaanse koning ingestelde werkgroep 'Voor de jeugd en de toekomst', die op papier dezelfde doelstellingen heeft, onder leiding van de bekende sociaal-democratische econoom Habib El Malki. Chourak is daarvan een officiele consultant en geniet de morele steun van die groep die werk schiep bij semi-overheids- en overheidsbedrijven.

Navraag bij de lokale bevolking en studenten leerde mij echter dat het hier ging om een verplicht scheppen van werkgelegenheid door bij voorbeeld gemeentebureaus. Het nut daarvan werd door mijn informanten als zeer twijfelachtig ervaren: in kleine ruimtes en aan smalle tafeltjes gezeten worden enige tientallen afgestudeerden bezig gehouden met het invullen van formulieren als geboorte-aktes tegen vergoeding van een laag salaris van drie tot vijfhonderd gulden. Het in een ontwikkelingsland als Marokko toch al topzware ambtenarenapparaat wordt zo nog verder belast.

Geen effect

In voorstellen als van het KMAN dringt men aan om te komen tot het oprichten van informatiebureaus in de landen van herkomst. Deze dienen de plaatselijke bevolking preventief te gaan informeren over de slechte omstandigheden waarin illegale migranten terecht zullen komen.

Gesprekken met studenten en de lokale bevolking in Marokko maakten mij echter duidelijk dat dergelijke bureaus geen enkel effect zullen sorteren.

Ook van degenen die werkelijk effectief informatie zouden kunnen verschaffen, de op familiebezoek komende migranten, valt niet veel te verwachten. Deze met consumptiegoederen beladen 'nieuwe rijken' zullen uit redenen van zelfrespect en status zeker niet over de schaduwkanten van hun verblijf in Nederland willen uitweiden.

Als geprivilegieerden zullen zij het verlangen naar migratie slechts aanwakkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden