Jongens vinden nieuw vak toch meer iets voor meisjes

EMMELOORD - "Is dat water niet te heet?" vraagt een zorgelijke minister Ritzen aan een jongen die een T-shirt wast. De knaap mompelt iets onverstaanbaars. "Dan moet je in het label kijken. In het boek staat wat die tekentjes betekenen."

De minister loopt verder het lokaal in en steekt zijn vinger in een badje. "Is het veertig graden, denk je?" Het meisje, een jaar of twaalf, aarzelt. "Ik denk het niet." Goed zo, knikt Ritzen.

Een minister van onderwijs moet niet alleen plannen bedenken, maar ook kijken of ze goed kunnen worden uitgevoerd, vindt Ritzen. Daarom trok hij gisteren de polder in voor een lesje verzorging aan het Emelwerda college in Emmeloord. Volgend jaar augustus, als de basisvorming wordt ingevoerd, moeten alle scholen voor voortgezet onderwijs het vak verzorging aanbieden. Het Emelwerda is er vorig schooljaar al vrijwillig mee begonnen.

"Ik vind het wel een makkelijk vak" , zegt Bjorn van de Weerdhof (12), terwijl hij in zijn natte T-shirt prikt. Hij zit in een havo-VWO-brugklas. "Bij Frans moet je een heleboel huiswerk maken. Maar verzorging is meer een soort mentorlessen. Met veel praten en je krijgt handige dingetjes te horen zoals over dit wassen."

Bjorn en klasgenoot Jan van Grootheest vinden het vak soms wel een beetje meisjesachtig. Jan: "Ik had thuis al geleerd dat ik mijn nagels moet knippen." Bjorn: "Ja, en van die tandzij had ik ook allang gehoord. Van die spiraalborstel niet, maar wat moet je ermee, als je het wel weet?"

Docente E. Kuiper moet lachen, als ze het commentaar van Bjorn en Jan hoort. "Vooral bij de jongens merk je afweerreacties. Ze vinden het vak meisjesachtig, maar als je doorvraagt, vinden ze het toch ook wel iets voor jongens. Ze kunnen het meisjesachtige moeilijk volhouden, want dan zetten ze zichzelf voor schut."

Het oproepen van dit soort ambivalente gevoelens is precies de bedoeling van het vak verzorging. De leerlingen moeten emanciperen, eigen keuzes leren maken in bijvoorbeeld het verdelen van taken binnen- en buitenshuis. Het aanleren van praktische vaardigheden hoeft volgens de officieel vastgestelde 'kerndoelen' niet. Kuiper doet het toch: "Het hoort er gewoon bij."

In de theorieles maakt docente Kuiper gebruik van lesboekjes die door verzorgings-pioniers zijn gemaakt. Acht educatieve uitgeverijen zijn bezig methoden te ontwikkelen, maar geen enkele is klaar. De brugklassers hebben leuke en vervelende dingen van binnens- en buitenshuis werken opgeschreven. De nadelen van buitenshuis zijn voor de leerlingen een peuleschil. "Buiten is het koud en het kan regenen" , vindt Jessica. "Je moet steeds op tijd zijn" , noemt Marloes. Een ander: "Je bent altijd te laat voor het eten." Even durft de klas onder de ogen van de minister te giechelen, als een jongen een vraag stelt. "Mijn vader is dominee en die werkt in zijn studeerkamer. Werkt-ie nu binnens- of buitenshuis?"

Minister Ritzen heeft met interesse de lessen gevolgd. "Ik ben natuurlijk maar een amateurtje, maar ik dacht bij de theorieles te merken dat de aandacht wat verslapte, alsof ze het allemaal al wisten. Het vak moet wel een uitdaging zijn." Docente Kuiper is niet beledigd over het veronderstelde lage lesniveau, maar is het met Ritzen oneens. "De verdieping komt in de volgende les, er zit een opbouw in."

Het bezoek aan het Emelwerda college komt voort uit een interview dat de minister had met het maandblad Opzij. Daarin werd onder meer gemeld dat Ritzen soms zijn eigen overhemden strijkt, maar ook dat het vak verzorging in zijn ogen een belangrijke emancipatorische taak heeft. Rector J. O. van der Werff vond dat een mooie uitspraak, en wilde er wel eens meer over horen. "Geeft u het onderwijs daarmee niet weer zo'n opdracht die eigenlijk voor de hele samenleving moet gelden en daarom niet waar te maken is?"

Ritzen: "Uw mogelijkheden zijn natuurlijk beperkt. Het onderwijs kan in zijn eentje geen nieuwe samenleving opbouwen. Maar het onderwijs moet wel meer zijn dan het reproduceren van de bestaande opvattingen."

Op de overheadprojector is intussen een sheet gelegd. De minister moet even kijken naar een afbeelding van het ideale praktijklokaal. Dat kost twintigduizend gulden en dat heeft de school niet. Gelukkig is er wel een kooklokaal, omdat Emelwerda een brede scholengemeenschap is. Maar scholen zonder LHNO-poot hebben niets. Kan de minister misschien . . . ?

Het Emelwerda is niet de enige school zonder geld voor een nieuw praktijklokaal, legt Ritzen uit. Het kabinet heeft driehonderd miljoen gulden uitgetrokken voor de invoering van de basisvorming en daar zit geen post verzorgingslokalen bij. Volgens de kerndoelen is het aanleren van vaardigheden immers niet vereist.

"Het is een kwestie van prioriteiten" , legt Ritzen uit. "Het gaat bij verzorging om het aanleren van een zelfbewuste houding. Daar heb je niet per se praktijklokalen voor nodig." Heleen Vermij, beleidsmedewerker bij de Protestants-christelijke vakorganisatie en initiator van Ritzens bezoek: "Maar u heeft wel geld beschikbaar gesteld voor technieklokalen. Dat zien de leerlingen ook: bij techniek zijn er mooie apparaten en bij verzorging moeten ze praten. Dat werkt rolbevestigend."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden