Jongens met een zogenaamde ’meidenziekte’

Het staat bekend als meidenziekte, maar ook voor jongens is anorexia een manier om met moeilijkheden in het leven om te gaan. „Door mijn anorexia had ik afleiding van mijn gevoelens.”

Danny zit op een bankje in de bossen van Uithoorn en schrikt van de honden die zo nu en dan voorbij rennen. Hij is 23 jaar, maar lijkt met zijn tengere postuur meer op een jongen van 15. Niemand zal ooit denken dat de economiestudent al zes jaar tegen anorexia vecht, want dat overkomt toch alleen meisjes?

Toch is vijf tot tien procent van alle mensen met een eetstoornis man. Het is een vergeten groep die extra hard moet vechten. Niet alleen tegen de stem die zegt ’niet eten’ maar ook tegen vooroordelen van de omgeving over de ’meidenziekte’.

Danny’s ouders scheidden toen hij drie jaar oud was. Na ruzies met zijn moeder en zusje leefde hij in pleeggezinnen en internaten. Danny kwam in klassen voor moeilijk opvoedbare kinderen en kreeg op een gegeven moment de diagnose PDD-NOS, een milde vorm van autisme. „Mijn hele leven wordt er tegen mij gezegd dat ik dom, stom of gehandicapt ben.” Later bleek de diagnose PDD-NOS onterecht en ook met zijn IQ was niets aan de hand, maar Danny’s zelfvertrouwen was inmiddels gekelderd.

Toen hij zeventien jaar was, overleed zijn moeder. „Ik zag het somber in en wilde niet meer bestaan. Ik zocht een manier om mezelf te uiten. De een gaat aan de drugs of de alcohol, ik hongerde mezelf uit.”

Op een online gezondheidsforum zag Danny toevallig een bericht van een meisje over boulimia. Hij ging naar haar weblog ’No Food 4 Us’ en raakte verzeild in een online netwerk van jongeren die van alles doen om dun te worden en de meest extreme afvaltips met elkaar uitwisselen. Danny sportte zo vaak als hij kon terwijl hij ’Stacker’ gebruikte, een extreme vetverbrander en afslankpil voor bodybuilders. „Na het sporten voelde ik me erg zwak en kon ik niet eens slapen van de dorst.” Al snel was Danny ook beheerder van een website om anorexia te promoten, met honderdvijftig actieve leden. „Op de site plaatsten we foto’s van extreem dunne modellen en Hollywoodsterren als Paris Hilton, Nicole Richie en de Olsen Twins. Zij waren ons voorbeeld, thinspiration noemden we dat.”

Bij vrouwen wordt het moderne, ultradunne schoonheidsideaal vaak als oorzaak van eetproblemen genoemd. Ook van mannen wordt tegenwoordig verwacht dat ze goed op hun figuur letten, veel sporten en gespierd zijn. Hoewel onderzoek naar het mannelijke schoonheidsideaal nog in een vroeg stadium staat, wordt er wel een verband tussen eetstoornissen en homoseksualiteit gesuggereerd. Jennifer Coelho, psycholoog aan de Universiteit Maastricht: „Volgens sommige onderzoekers zijn homoseksuele mannen meer met gewicht en lichaamsvorm bezig dan heteroseksuele mannen en zijn zij over het algemeen sneller ontevreden over hun lichaam.”

Sociologe Sarah Lips deed onderzoek naar mannen met anorexia en won daarmee in 2006 de Nationale Scriptieprijs. Zij vindt het gevaarlijk om uitspraken te doen over dergelijke verbanden. „Het zou ook zo kunnen zijn dat homoseksuelen zich minder aan het stereotype manbeeld conformeren en daarom ook minder schaamte voelen om een eetprobleem toe te geven.”

Volgens Lips laat onderzoek wel zien dat mannen met anorexia meer sporten dan vrouwen met anorexia en dat mannen voor aanvang van de ziekte vaker daadwerkelijk overgewicht hebben. Voor de rest vertonen mannen met een eetstoornis nagenoeg hetzelfde gedrag en dezelfde symptomen als vrouwen. „Mensen die een eetstoornis ontwikkelen zijn vaak eenzaam, sociaal geïsoleerd en hebben moeite met het communiceren van hun emoties. Ook komen ze vaak uit gezinnen waar de zorg voor het kind niet voldoende is.”

Deze sociaal kwetsbare groep zoekt constant naar houvast en controle in een verwarrende omgeving. Anorexiapatiënten, man of vrouw, zijn volgens Lips vaak intelligent en perfectionistisch, hebben behoefte aan bevestiging en kunnen slecht tegen kritiek. Ook hebben ze hooggespannen verwachtingen van zichzelf en anderen.

Traumatische gebeurtenissen, drastische veranderingen van baan, relatie of thuissituatie kunnen vaak de trigger voor een eetstoornis zijn, zegt Lips. Voor Danny was het overlijden van zijn moeder de katalysator van zijn eetprobleem. „Door af te vallen hoefde ik me niet met andere dingen bezig te houden. Door mijn anorexia had ik afleiding van mijn gevoelens.”

Lips, die zelf ook anorexia heeft gehad, zegt dat de controle over het lichaam symbool staat voor controle over het leven. Door het gebrek aan voeding en energie komt ook het gevoelsleven op een lager pitje te staan. Mensen met anorexia hebben letterlijk geen energie om over dieper liggende problemen na te denken. „Het lijf van iemand met anorexia heeft niets meer te maken met het schoonheidsideaal. Mensen met anorexia zijn vaak nog dunner dan modellen, ze zijn compleet doorgeslagen.” Met diëten raak je slechts een paar kilo’s kwijt, met anorexia verdruk je alle pijnlijke gevoelens en herinneringen.

Aad Barnhoorn (46) begon op negentienjarige leeftijd samen met zijn moeder aan een afvalplan om een paar extra kilo’s kwijt te raken. „Ik wilde van 72 naar 67 kilo en dan liever een kilo minder dan meer. In het begin ging ik alleen hardlopen, maar later ook wielrennen. Ik ging steeds minder eten en op een gegeven moment omzeilde ik eten helemaal.”

Barnhoorns dieet sloeg door en de anorexia werd een manier om pijn te onderdrukken. Bijvoorbeeld de pijn die hij voelde na het plotselinge overlijden van zijn partner Emiel, toen Barnhoorn 27 was.

Mannen met een eetstoornis zoeken pas laat en soms helemaal geen hulp. „Bij mannen is de schaamte groter, ze denken dat het een meidenziekte is”, zegt Eric van Furth, directeur behandelzaken van het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam, de kliniek waar zowel Danny als Barnhoorn uiteindelijk een behandeling onderging. „Het is vergelijkbaar met borstkanker. Mannen kunnen ook borstkanker krijgen, maar je hoort alleen over de vrouwen.”

Volgens Van Furth zoekt slechts een op de vijf mensen met een eetstoornis hulp. Daarvan is de meerderheid ook nog eens vrouw. Er blijft dus een grote onzichtbare groep mannen met een eetstoornis over. Ursula probeert daarom al jaren de mannen met eetstoornissen op te sporen, bijvoorbeeld via sportverenigingen.

Niet alleen de schaamte van de mannen vormt een barrière voor een snelle behandeling, zegt Van Furth, ook huisartsen vormen een belemmering. Barnhoorn ging in een vroeg stadium van zijn anorexia naar de huisarts. Hij was in zes maanden tijd vijftien kilo kwijtgeraakt, maar voelde zich daar niet lekker bij. De huisarts vond Barnhoorn depressief en stuurde hem met antidepressiva naar huis. Daar werd Barnhoorn juist suïcidaal van en hij stopte met de medicatie. Danny trof twee decennia later dezelfde onwetendheid aan. Hij had voor zijn behandeling een verwijskaart van de huisarts nodig, maar kreeg die niet. „Mijn huisarts stuurde mij zonder enige reden weg. Ik moest thuis maar naar mijn andere problemen kijken. Ik zag er goed genoeg uit en kon geen meidenziekte hebben.”

Doordat de omgeving signalen negeerde of niet opmerkte, bleven Danny en Barnhoorn afvallen, veelal op zeer inventieve wijze. In zijn zomervakanties was Danny constant bezig met zijn ziekte. Hij nam de hele dag laxeermiddelen in, hield het internetforum zo vaak mogelijk in de gaten en woog zichzelf wel tien keer per dag. Barnhoorn legde broodkruimels op een bord om zijn ouders te laten denken dat hij had gegeten en loog dat hij bij vrienden at. Als ziekenverzorger stal hij zijn eerste laxeerpillen uit het ziekenhuis. Op een gegeven moment nam hij tweehonderd laxeerpillen per dag in, met nachtelijke krampen op het toilet als gevolg. Toen hij zo afgezwakt was dat hij niet meer kon werken, bestelde Barnhoorn wekelijks duizend laxeerpillen bij een apotheker, die nooit vragen stelde en hem slechts waarschuwde voor de bijwerkingen.

Elke hapje eten braakte hij weer uit. „Ik was zo bang voor eten, ik wilde gewoon niets in mijn lijf hebben. Dan voelde ik mij het lekkerst.” Toen hij 38 jaar was, bijna twintig jaar na het begin van zijn ziekte, bereikte zijn gewicht een dieptepunt. Hij woog nog 26 kilo, werd opgenomen in het ziekenhuis en aan de sondevoeding gelegd. Zijn ouders stonden huilend aan zijn bed, maar Barnhoorn voelde van binnen helemaal niets meer. „Tegen mijn ouders werd gezegd dat ze afscheid van mij moesten nemen, maar ik dacht: waar hebben jullie het over?” Zelfs in het ziekenhuis kwam alle voeding weer naar buiten. „Ik werd op een ochtend wakker en lag in mijn eigen drek. De verpleegster werd kwaad en agressief. Ik was verlamd en kon me niet meer bewegen, verdedigen of mijn mond opendoen. Na het vet had mijn lichaam de spieren opgevreten.” Na dit dieptepunt besefte Barnhoorn dat hij iets aan zijn situatie moest veranderen.

Barnhoorn kwam bij Ursula terecht. Maar tijdens zijn laatste opname daar maakte een mannelijke begeleider avances naar Barnhoorn. „Ik reageerde heel heftig en was in staat hem door die kamer te slaan, maar stond aan de grond genageld. Ik heb toen met de deur op slot in de hoek van mijn kamer gezeten en doodsbang gewacht tot het ochtend was.” De leiding ontdekte snel wat er aan de hand was en ontsloeg de begeleider op staande voet. Maar door het nare incident besefte Barnhoorn wel de ware oorzaak van zijn ziekte. Voor het eerste in zijn leven praatte hij over de kapper van zijn moeder, door wie hij op elfjarige leeftijd werd misbruikt. Barnhoorn leerde in Ursula met zijn gevoelens om te gaan, in plaats van ze weg te stoppen. „In Ursula leerde ik huilen. Gooi die beerput maar open, dacht ik toen.”

Danny startte afgelopen november zijn behandeling bij Ursula. Omdat hij van tevoren met moeite iets was aangekomen, had Danny tijdens de intake een normaal gewicht en kreeg zodoende de diagnose boulimia. Danny zelf denkt dat hij anorexia heeft. Zijn laagste gewicht wil hij liever niet noemen. „Mensen die anorexia hebben en dit lezen worden alleen maar jaloers op dat gewicht. Dat wil ik niet.” Danny is nog erg zoekende naar de behandeling die geschikt voor hem is. Momenteel heeft hij eens per week een gesprek met een begeleider. „Ik wordt nu te veel losgelaten. Dan heb ik het gevoel dat ik er alleen voor sta, dat ik het zelf moet doen.”

Het liefst zou hij aan groepsgesprekken deelnemen. „Maar bij Ursula denken ze dat dat te veel stress geeft voor mij, omdat ik altijd denk dat iedereen me haat.” Volgens Danny krijgen meisjes betere hulp. „Jongens zijn over het algemeen wat zwaarder, dan valt de anorexia niet zo op.” Hij probeert nu ergens anders hulp te vinden en richt zich intussen op zijn studie economie en zijn bijbaantje in een supermarkt. „Dit worden de jaren van genezing.”

Met Barnhoorn gaat het nu ook beter. Hij woont samen met zijn vriend Gerrit. In augustus gaan ze trouwen. Ook werkt hij weer in de zorg, als ’helpende’. Braken doet hij al drie jaar niet meer, maar hij neemt wel acht laxeerpillen per dag in. „Anders zou ik helemaal niet naar de wc kunnen gaan.” Hij eet elke dag drie maaltijden en houdt ook de vette hap die zijn vriend hem voorschotelt binnen. Hij probeert zijn ervaringen nu te gebruiken om jongens met anorexia te helpen en geeft via de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa voorlichting. De stem van anorexia zit nog wel in zijn hoofd. Spiegels vermijdt Barnhoorn bijvoorbeeld nog steeds. „Als ik in de spiegel kijk vind ik mezelf vet. In mijn hoofd denk ik dan: ik wil afvallen.”

Om privacyredenen wil Danny niet met zijn achternaam worden genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden