JONGENS - LIEVER EEN FAN VAN B.E.D. DAN AAN DE DRUGS

In navolging van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië heeft Nederland kennisgemaakt met het fenomeen 'jongensbandje'. Het heeft te maken met muziek, maar vooral met 'marktsegment', 'product' en 'doelgroep'. De meisjes vallen bij bosjes - en wat belangrijk is: dan gaan ze tenminste niet naar een houseparty, hopen hun ouders.

De meisjes vallen bij bosjes. Sommigen zien hun band gemiddeld drie tot vier keer per week en hebben baantjes om hun hobby te onderhouden. Meestal bezoeken zij de optredens tijdens de weekenden, maar als het echt nodig is, spijbelen zij ervoor van school. En natuurlijk kopen zij alle cd's, posters en T-shirts van hun favoriete groep.

Er valt in deze branche veel geld te verdienen. De Amerikaanse groep New Kids on the Block, eind jaren tachtig de eerste band die met dit concept scoorde, verkocht op hun hoogtepunt voor zestig miljoen dollar per jaar aan cd's, video's en merchandise artikelen. Muzikaal stelt het allemaal niet zoveel voor. De jongens zijn vaak beperkte zangers, bespelen geen enkel instrument en hebben de nummers niet zelf gecomponeerd. Meestal zingen ze niet eens live; doelgroepen en marketing zijn belangrijkere begrippen. Poprecensenten van serieuse bladen veroordelen het verschijnsel dan ook als gemaakt, clichématig en plastic. De muziekzender MTV Europe heeft zelfs een eigen jongensband geformeerd, God Created Man, om te bewijzen hoe makkelijk het is om op deze manier te scoren.

“Goedemiddag dames en ook heren.” De kelder van de nieuwe V & D-vestiging in Rotterdam staat te trillen, het volume is ferm afgesteld. Verschrikt speuren de klanten naar de bron. “Vanmiddag treden drie uiterst charmante jongens voor u op. Mag ik u voorstellen aan de band die het helemaal gaat maken en op dit moment met hun tweede single Welles (verliefd geweest) de Top 50 bestormt. Graag uw zeer gewaardeerde aandacht voor... B.E.D.!”

En dan kan het feest beginnen. Begeleid door een geluidsband zingen Alain, Gerald en Ricardo vier liedjes, signeren hun singles en praten wat met de fans. Dan is het tijd om te vertrekken, het volgende evenement wacht in Cromvoirt. Gerald: “Wij staan nog aan het begin en zijn afhankelijk van optredens op braderieën, openingen en in discotheken. Het echte grote werk moet nog beginnen.”

Wat overigens niet betekent dat de jongens zich beklagen. Integendeel. Alain: “Elke dag is een andere en ze zijn allemaal even leuk. Wij genieten met volle teugen.” Verwonderlijk is dat niet. Vóór B.E.D. werkte Gerald op de lampenafdeling van een bouwmarkt, had Alain veel ongeschoolde baantjes via een uitzendbureau en was alleen Ricardo in de muziek actief.

Het begon bijna een jaar geleden met een advertentie in de Hitkrant. Producers Rob en Ferdi Bolland zochten jongens voor een nieuw project en kregen honderden tapes toegestuurd. Rob Bolland: “Je kent het wel, veel Yesterday, opgenomen in de badkamer. De 'boys' vielen ons direct op omdat zij goede stemmen hadden, maar voor het oorspronkelijke plan waren zij fysiek niet geschikt. Toen hebben wij besloten een jongensbandje te formeren, ook omdat wij nog niets in die sector hadden en we de markt wilden verkennen.”

Dus componeerden zij een liedje voor de jongens. Want het is zonde een mogelijk marktaandeel te laten lopen, Bolland is de eerste om de zakelijke belangen te onderkennen. “Natuurlijk zijn het gemaakte bandjes. Maar dat is van alle tijden. De Monkees bijvoorbeeld bespeelden zelf ook geen instrumenten en hadden hun populariteit aan een televisieserie te danken. Maar daarmee is het nog geen fake. De jongens zijn toegewijd en moeten hard werken voor hun succes.”

En dat was nodig ook. Bolland: “In het begin heb ik ze alles moeten vertellen, soms vroeg ik me af of ze geschikt zouden zijn. Toen heb ik regels gesteld. Bijvoorbeeld dat ze niet mogen pimpelen na afloop van een televisieopname. En ook niet uitwaaieren over het marktplein na afloop van een optreden om een meisje te versieren, zoiets is niet professioneel.”

Gelukkig leren de jongens de laatste tijd snel. Maar dat betekent niet dat het succes ook gegarandeerd is. Bolland: “Je zet tussen de tien en vijftien projecten op en hoopt dat er eentje aanslaat. Vooral bij de jongensbandjes is de concurrentie moordend. Na een of twee hitjes hoor je er niets meer van. Het lijken wel wegwerpartikelen. Om de jongens van B.E.D. enige zekerheid te geven, hebben wij beloofd dat zij in ieder geval ook een tweede album mogen maken. Met onder meer wat eigen composities.” Want net als het zingen in de Nederlandse taal kan dat in de toekomst een belangrijk verkoopargument worden.

Op deze manier proberen alle jongensbandjes binnen de formule een eigen positie in de markt te vinden. Sommige zijn wat ruiger, andere bestaan alleen uit gekleurde jongens en bij een derde componeren de leden zelf. De groep Caught in the Act legt sterk de nadruk op de individualiteit van de leden. Bastiaan: “We willen onze eigen identiteit behouden. Op het podium dansen wij ook niet allemaal dezelfde pasjes.” Eloy vult aan: “Wij hebben onze eigen specialiteit. Bastiaan is bijvoorbeeld voor de muziek, Benjamin voor de kleding en Lee en ik weten meer van choreografie.”

Maar ondanks de individualiteit van de jongens valt niet te ontkennen dat het ook bij hun in de eerste plaats draait om het uiterlijk; zij zijn zich er zelf ook terdege van bewust. Vallen de haren van een collega niet allemaal even recht, dan zijn zij graag bereid met wat spuug het euvel te verhelpen. Angst om daardoor voor homoseksueel te worden aangezien, hebben zij niet. Lee: “Tegen een optreden in zo'n soort club zou ik geen enkel bezwaar hebben.”

Die aanpak blijkt Caught in the Act geen windeieren te leggen. Na jarenlang zwoegen in de marge kwam de ommekeer in 1995 dankzij een gastrol in de Duitse versie van Goede Tijden, Slechte Tijden. Hun vierde single Love is Everywhere werd een hit en met hun eerste album haalden zij daar de top tien van de hitparade. Inmiddels treden zij op in zalen met een capaciteit van meer dan tienduizend mensen, vliegen hen tijdens de optredens het meisjesondergoed en de knuffeldieren om de oren en staan ook in Azië de vliegvelden bij hun aankomst vol met jonge meisjes. De status van superster is bereikt. En die status brengt de verantwoordelijkheid met zich mee voor ongeveer veertig man personeel. Bastiaan: “Het geluid, het licht, de beveiliging, je kunt het zo gek niet bedenken. Ik kan mij nog het optreden van Prince in Utrecht herinneren. Toen ben ik met zijn truck op de foto gegaan. Tegenwoordig gebruiken wij dezelfde wagen. Dat is pas kicken.” Want de keerzijde van het succes, de sores, is voor de manager. “Dat regelt Cees wel.”

Voor de jongens kan het op die manier allemaal een zorgeloze droom blijven. Zelf hoeven zij niet in doelgroepen te denken. Elke dag moeten zij zich bij wijze van spreken in de arm knijpen om het allemaal te kunnen bevatten. Eloy: “Het eerste wat ik doe als ik na een tournee thuiskom, is mijn gouden platen ophangen. Hoe laat het ook is. Zodat ik naar de muur kan kijken als ik 's nachts wakker word. Dan weet ik weer dat het echt waar is.”

Alleen het tijdgebrek is een nadeel van dit beroep. Benjamin: “Het is een wijdverbreid misverstand dat in ons contract zou staan dat wij geen vriendin mogen hebben. Misschien dat dat bij Take That aan de orde was, maar als wij een maand per jaar thuis zijn, is het veel. Geen vriendin in de wereld die dat accepteert. Ik mis het wel.” Eloy: “Maar die schade haal ik later wel in. Het lijkt me erg leuk om getrouwd te zijn en kinderen te hebben.”

Ook al is het vrijgezellenbestaan niet altijd afgedwongen, toch is het een belangrijk ingrediënt van het succes. Want de meisjes moeten kunnen blijven dromen en fantaseren. En dat kan alleen als zij het idee hebben dat de jongens bereikbaar zijn. Een homoseksuele voorkeur of een vaste vriendin kunnen dat beeld lelijk verstoren. Niet voor niets kwamen leden van Take That pas na het uiteenvallen van de groep voor hun seksuele geaardheid uit.

Voor de fans hebben de jongens veel, zo niet alles over. Gerald, van B.E.D.: “Zij sturen ons cadeautjes, bezoeken onze optredens en kopen onze platen. Zonder hen zouden wij niet eens bestaan. Wij willen hen verwennen en de tijd nemen voor een praatje. Zij verdienen ons respect dubbel en dwars.” En dus beantwoorden zij zonder morren iedere keer weer dezelfde vragen over hun favoriete kleur, eten en filmster.

Stevig in het keurslijf. Robbie Williams van Take That vergeleek het bandleven in een interview ooit zelfs met dat in een gevangenis. Deze uitspraak betekende een overtreding van de code. Vrij snel daarna werd hij door de managers gedwongen de band te verlaten. dat kan omdat zij de eigenaar van het concept zijn. De groepsleden staan in veel gevallen op de loonlijst en krijgen niet veel meer dan zakgeld uitgekeerd.

Maar dat betekent niet dat het gedrag alleen door zakelijke overwegingen wordt bepaald. De interesse in het lot van hun fans is, in ieder geval deels, ook echt. Ricardo van B.E.D.: “Soms krijg ik een brief van een meisje waar het verdriet van afspat. Dat kan mij behoorlijk aangrijpen. Helaas kan ik niet veel meer doen dan een leuke brief terugsturen. Daar ga ik dan echt even voor zitten. Ik vind het altijd nog heel bijzonder dat zij mij kiezen om bij uit te huilen.”

Sterallures passen dan ook niet bij jongensbandjes; nooit zullen zij met de rug naar het publiek gaan staan, hotelkamers verbouwen of fotografen bespuwen. Dat vergroot de aantrekkelijkheid voor de meisjes. Deborah van zeventien en sinds een half jaar fan van B.E.D.: “Vroeger was ik voor Caught in the Act, maar die vinden Duitsland belangrijker dan ons. Dus koos ik voor B.E.D.. Moet je Ricardo daar nu zien staan, dat is toch gewoon een lekker ding. Hij is altijd vriendelijk en heeft een goede stem.” Zo zijn de jongens keurige en positieve rolmodellen voor de meisjes en de ontbrekende schakel tussen knuffeldier en eerste vriendje. Zij hebben een subtiel evenwicht gevonden tussen uitdaging en onschuld. Iets waar de ouders tevreden over kunnen zijn. Ramona: “Natuurlijk heeft mijn moeder haar wenkbrauwen wel eens gefronst. Soms zie ik de jongens wel drie keer per dag. Maar tegenwoordig heeft zij toch liever dat ik naar B.E.D. ga, dan dat ik een houseparty zou bezoeken en drugs zou gebruiken.”

Ook als het succes groeit, blijft de aandacht voor de fans bestaan. Maar zo persoonlijk als bij een beginnende band kan die niet meer zijn. Bij Caught in the Act op het kantoor staan negen kisten vol met brieven te wachten. Eloy: “Vroeger zaten wij alleen in Nederland. Toen hadden wij veel meer tijd. Maar wij moeten ons spoor volgen, al vinden wij het wel erg dat sommige meisjes dat niet pikken. Iedereen die ons schrijft, krijgt dan ook antwoord.”

Zolang het succes nog bestaat, moeten de jongens ervan profiteren, want zij weten dat het op een gegeven moment afgelopen is. Als de appelhuidjes zijn verdwenen, zijn de groepsleden niet meer als jongensbandje te verkopen. Bastiaan van Caught in the Act: “Dan zijn wij misschien een jongemannenband, dat zien we dan wel weer. Voorlopig is er nog genoeg om van te genieten. Dat ga ik niet verpesten door me nu zorgen te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden