Jonge Russische pianist Arcadi Volodos blijkt meer dan een circusnummer

AMSTERDAM - Afgelopen zomer werd de toen 25-jarige pianist Arcadi Volodos gelanceerd als een van de meest veelbelovende sterren met een cd die terstond de hoogste onderscheidingen kreeg. Niemand had nog van hem gehoord en hij had geen opmerkelijke prijzen gewonnen. Toch mocht hij dit seizoen al mee op tournee met het Koninklijk Concertgebouworkest.

Toen ik Volodos bij de presentatie van zijn eerste cd met louter virtuoze pianotranscripties afgelopen zomer in Londen hoorde spelen was zonneklaar dat, wat de jonge Rus op virtuoos gebied vermag, volstrekt uniek is. Een interview met hem moest ik echter besluiten met de opmerking dat nog moeilijk vast te stellen is in hoeverre deze pianist meer is dan een circusnummer. Daartoe was het noodzakelijk hem te horen in repertoire waarin het meer om de muzikale inhoud dan de virtuoze verpakking gaat.

Zaterdagavond bood Arcadi Volodos in zijn recitaldebuut in de Grote Zaal van het Concertgebouw daartoe alle gelegenheid. En juist in de minst virtuoze stukken, 3 'Moments Musicaux' maakte hij muzikaal de meeste indruk. Volodos speelde deze stukken met innige poëzie en een prachtig genuanceerd toucher, eerlijk en zonder te schmieren. Ook de 'Bunte Blütter', opus 99 van Robert Schumann werkte hij schitterend uit.

Het pleitte voor Volodos dat hij in dit programma voor stukken had gekozen die er niet op gericht zijn een publiek zo snel mogelijk voor zich te winnen. Zo begon hij de avond met een vijftal late werken van Alexander Skrjabin. Of dat zo'n verstandige keuze was, betwijfel ik. Deze muziek is ongrijpbaar, zeker voor de minder ervaren, maar ook voor de nog 'onopgewarmde' luisteraar. Daarbij mist de evenwichtige Volodos het opgejaagde, bijna neurotische karakter dat bijvoorbeeld een Vladimir Horowitz in Skrjabin zo fascinerend maakt.

Een nadeel was bovendien dat de eerste vier karakterstukken qua harmonische taal en grillige structuur bij eerste beluistering veel op elkaar lijken en dat Volodos ze zonder cesuren aan elkaar plakte; zeker vóór de inzet van de vrij grote Sonate nr. 10, opus 70 was een rustpunt echt noodzakelijk geweest.

Een soortgelijke koppeling maakte Volodos na de pauze toen hij direct aansluitend aan de 3 'Moments Musicaux' van Schubert vier liedbewerkingen van Schubert/Liszt speelde. Ongetwijfeld had hij hier artistieke bedoelingen mee, zoals het aantonen van muzikale verbanden en het voorkomen van zaalgeluiden die de spanning kapot zouden maken.

Deels werkte dit ook; tegelijk wekte Volodos de indruk voor zichzelf te zitten te spelen. Zijn boeddha-achtige uiterlijk versterkte deze impressie; hij laat zijn zware gestalte vaak achteruit leunen tegen de rugleuning van zijn concertstoel, wat een voor zijn jeugdige leeftijd vermoeide aanblik oplevert. Des te merkwaardiger is het dat zijn manier van musiceren in wezen heel communicatief is. En natuurlijk is het helemaal vreemd dat deze zwaargebouwde jongeman een technische beheersing en een snelheid heeft die ongeevenaard zijn.

Op Volodos' cd was dit al te horen. In de zaal presteert Arcadi Volodos hetzelfde, zo bleek in zijn lucide uitvoering van de 2e Hongaarse Rapsodie. Hij speelde dit stuk in de bewerking zoals Vladimir Horowitz die op de plaat zette. Door deze opnames nauwgezet te bestuderen heeft Volodos de raadsels van Horowitz' legendarische pianistische goocheltrucs ontsluierd. Hij wist zijn voorbeeld in snelheid, kracht en accuratesse naar de kroon te steken, al blijven Horowitz' eigen uitvoeringen mijns inziens toch meer imponeren.

Pas na dit daverende slotstuk gaf het Amsterdamse publiek zich volledig gewonnen. Arcadi Volodos greep nu zijn kans om met nog vijf toegiften dit succes te consolideren. Om te beginnen speelde hij de Carmen-Variaties, opnieuw een spectaculaire bewerking van Horowitz, evenals Mendelssohns 'Huwelijksmars', waarmee Volodos de toegiften afsloot. Helemaal in de geest van Horowitz, maar van de hand van Volodos zelf, is de krankzinnige parafrase op Mozarts Turkse Mars. Temidden van dit spektakel speelde hij, naast een geraffineerde liedbwerking van Rachmaninov van eigen makelij een onvergetelijk fraai het adagio uit Bachs transcriptie van een hoboconcert van Marcello om daarmee opnieuw te demonstreren dat Arcadi Volodos meer is dan een circusnummer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden