Review

Jonge onderstroom wil naar de oppervlakte

Over kerkpolitiek en de omstreden opvattingen van de paus hebben ze het niet graag. Wél over de inspirerende werking van een eeuwenoude traditie. Een nieuwe generatie katholieke intellectuelen aan het woord.

Katholieken zijn onzichtbaar. Ze nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid onvoldoende, en zijn daardoor mede schuldig aan de brede sociale ontzieling die met de ontzuiling gepaard is gegaan.

Dat stelde Wim van de Donk, hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, in 2005 in een lezing. Het was een flinke steen in de vijver, maar het was eveneens nog maar de vraag of iemand zich geroepen zou voelen zijn ongelijk te bewijzen.

Katholiek Netwerk, een frisse organisatie die ’de katholiek sociale traditie wil actualiseren voor de huidige samenleving’ (zie kader), ging aan de slag.

De stichting benaderde jonge katholieken, werkzaam in verschillende sectoren van de samenleving – een lobbyist (1972), een student filosofie en economie (1986), een theoloog en manager (1972), een theologe en bestuurskundige (1966) en meer, allemaal niet oud en wel katholiek, en vooral ook: maatschappelijk bewogen.

Ze gingen onderling een paar keer in discussie en schreven essays over hun visie op de verantwoordelijkheid die Van de Donk veronderstelde. Zeven van de stukken zijn gebundeld in het boek ’Onderstroom’, dat vandaag in Tilburg wordt gepresenteerd. Antoine Bodar, tegenwoordig bijzonder hoogleraar christendom, cultuur en media, zal een gastcollege houden over ’de katholieke onderstroom in de media’, een onderstroom waarvan hij nog steeds een van de weinige breed zichtbare representanten is.

De titel ’Onderstroom’ suggereert een bijzonder inkijkje in de diepere drijfveren en religieuze gevoelens van de scribenten, een blik onder het wateroppervlak, daar waar niet de waan van de dag maar blijvende idealen en geloofswaarheden bepalend zijn. Dat lukt niet in alle essays even goed, soms buitelen de metaforen over elkaar heen, maar het geheel is een moedige en lezenswaardige poging.

Richard Steenvoorde (1973), jurist en bestuurskundige, medewerker van Katholiek Netwerk, voerde samen met Anton de Wit de redactie over de bundel. Hij constateert een onbevangen gretigheid bij katholieken van zijn generatie. „Naar mijn gevoel hebben wij minder schroom om over het geloof te praten, en al doende ontstaat daarmee de behoefte om er meer over te weten te komen” zegt hij. „Wij zijn van na de polarisatie, de ernstige verdeeldheid in katholiek Nederland. En dat de kerken leeglopen, tja, we weten niet beter, dus dat is voor ons ook geen onderwerp om constant mee bezig te zijn.”

„Lang geleden werd die fiere boom van het katholicisme getroffen door een zeldzame schimmelaandoening genaamd ’polarisatie’, die de wortels wegvrat en de stam verzwakte”, schrijft journalist Anton de Wit (1979). Hij noemt die tijd, waarin progressieve en conservatieve katholieken elkaar in de haren vlogen, ’een patstelling, gevoed door de onderbuik, en verstevigd met het hoofd’. „De Nederlandse bisschoppen? Daar heb ik niet zo’n mening over. Ik ga naar een kerk waar ik de priester inspirerend vind.”

„Persoonlijk hecht ik aan een traditionele liturgie, maar ben ik daardoor conservatief?”, vraagt De Wit zich af. „Dogma’s zijn als lantaarnpalen, hoorde ik laatst iemand zeggen, ze kunnen je op weg helpen, maar alleen een dronkeman klampt zich eraan vast.”

Een positie innemen in de oude loopgraven is niet aan deze schrijvers besteed, al zou je kunnen zeggen dat het gezien hun respect voor kerkleer en hiërarchie (De Wit: ’een schitterend construct’) in elk geval geen al te grote progressievelingen zijn. De meesten van hen lijken bovendien geen behoefte te hebben aan een politieke lezing van de Bijbel, ook dat is volgens deze jongeren grosso modo achterhaald.

Richard Steenvoorde richt zich in zijn bijdrage niet zozeer tot de kerk, maar tot iedereen die het horen wil. Met Augustinus betoogt hij dat het zinloos is om te klagen over de tijd, of de toestand van de kerk, want de tijden zijn zoals wij – wij zijn de tijden. Steenvoorde: „We zitten op onszelf te wachten. Soms krijg je bij katholieken het idee: geloven ze d’r zelf nog in?”

Het antwoord op die vraag is volgens hem verrassend simpel: het geloof krijgt pas overtuigingskracht en waarde als je doet waar je voor staat. „In de praktijk bestaat er vaak een tweedeling”, zegt Steenvoorde. „Het geloof hoort bij de zondag, de rest van de week is voor werken en leven. Maar mijn ideaal is juist de integrale levenshouding. Practice what you preach!”

De jonge katholieken zijn meer doeners dan denkers. In het boek wordt onder anderen de heilige Franciscus aangehaald (de ’liefde voor de traditie’ resulteert bij veel auteurs in een enorme citeerdrift): ’Verkondig het evangelie, desnoods met woorden’.

Dat dit boek toch weer voornamelijk uit woorden bestaat is volgens Steenvoorde geen bezwaar, omdat het in dit geval gaat om een zoektocht naar ’het geheim achter de daden, de inspiratie’. „En over de manier waarop je de traditie concreet maakt.”

Anton de Wit, opgegroeid in west-Brabant, communie, vormsel, alles min of meer ongedwongen meegekregen: „Mijn omgang met de kerk kent eenzelfde dynamiek als de omgang met mijn ouders.”

Eerst was er de haast naïeve gehoorzaamheid, daarna een periode van afzetten tegen, en ten slotte, zelf vader geworden, het inzicht dat het allemaal zo gek nog niet was. „Het geloof is voor mij niet nieuw, het onder woorden brengen van mijn geloofsleven wél.”

In zijn essay constateert De Wit dat ’profetisch spreken’ vandaag de dag lastig, zo niet onmogelijk is. In de kakofonie van meningen en meninkjes die dagelijks op ons af tettert, zou het voor een bijbelse profeet als Jona bijvoorbeeld erg moeilijk zijn om zich verstaanbaar te maken. Hoe zouden wij hem – als hij ons al zou bereiken – moeten onderscheiden van al die andere stemmen?

Toch zijn katholieken het volgens De Wit verplicht om ’profetisch te spreken’, al blijft het enigszins onduidelijk wat de inhoud van dit spreken precies is, want van grote visioenen is geen sprake. „Ik ben geen profeet. En bovendien: de houding die voortkomt uit de katholieke traditie is belangrijker dan de boodschap”, zegt De Wit. „Je moet durven ingaan tegen conventies, een onafhankelijke positie innemen. Maar ook open zijn en vol liefde tegenover andere mensen. Het katholieke eraan klinkt als het ware overal in door.”

In plaats van ons druk te maken om theoretische en praktische bezwaren tegen profetisch spreken, schrijft De Wit, zouden we ook simpelweg profetisch kunnen handelen.

Dat zou misschien niet eens zo’n slechte vorm kunnen zijn voor de ’katholieke cultuurkritiek’ die Wim van de Donk voor ogen stond, kritiek ’op onze systeemmaatschappij die mensen als dode vliegen in een zinloos web gevangen houdt’.

Trouw peilt het hedendaagse geloof in het land van Philips en Van Gogh. Aflevering 15. Zie voor alle afleveringen: www.trouw.nl/standplaatsbrabant

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden