Jonge, naïeve en wereldvreemde Joop doorzag Hitler niet

Joop den Uyl koesterde als middelbare scholier sympathie voor rechts nationalistische denkbeelden. Ook had hij in die tijd, midden jaren dertig, waardering voor Hitler-Duitsland.

Pas na de bezetting van Nederland doorzag hij de kwaadaardigheid van het nationaal-socialisme. Deze onthullingen staan in de biografie van de journaliste Anet Bleich over Joop den Uyl, die vandaag uitkomt onder de titel ’Dromer en doordouwer’.

De gevoeligheid van de jonge Den Uyl voor nationalistische, aan het fascisme verwante opvattingen blijkt uit opstellen die hij op vijftien-en zestienjarige leeftijd schreef op de hbs-afdeling van het christelijk lyceum in Hilversum.

Joop groeide hier op in een sappelend gereformeerd middenstandsgezin, dat sinds 1929 vaderloos was. In een van de opstellen sprak hij zich uit voor een groot Dietsland, een verenigd Nederland en Vlaanderen onder een autoritair regime zonder parlement. Den Uyl schreef: „Wij willen het groot, groot in alles waarin een klein volk groot kan zijn. Idealisten moeten we worden, mensen die (zonder loon!) goed en bloed voor hun volksgemeenschap, hun vaderland over hebben.”

In een ander opstel keerde hij zich tegen het parlementaire stelsel waarin ’duizenden onbevoegden hun stem even sterk laten gelden als de ter zake kundigen’.

Van het marxisme ’met zijn klassenstrijd en andere verderfelijke leerstellingen’ moest Den Uyl toen niets hebben. Hij toonde waardering voor Hitler-Duitsland, waar hij ’een herboren, zelfbewust volk in eensgezindheid om de Führer geschaard zag’. Tegelijk had hij oog voor de schaduwzijden, zoals de rassenleer en de Jodenvervolging. Hij onderkende echter niet de centrale rol hiervan in de nazi-ideologie.

Dat veranderde ook niet toen hij als 19-jarige student econoom in de zomer van 1939 twee maanden aan de universiteit van Kiel doorbracht. Dat was na de inlijving van Oostenrijk en Sudetenland bij het Duitse rijk en ruim na de Kristallnacht, waarin nazibenden joodse winkels en synagogen aanvielen. De biografe schrijft Den Uyls blindheid voor de ware aard van het naziregime toe aan naïviteit, politieke onvolwassenheid en een zekere wereldvreemdheid als gevolg van de geslotenheid van de gereformeerde zuil in die dagen.

Van anti-joodse gevoelens is in de nagelaten papieren geen spoor gevonden. Volgens Bleich zag Den Uyl het nationaal-socialisme als een belangwekkend experiment met voors en tegens. Pas na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 sloeg zijn visie radicaal om en ontpopte hij zich in een half jaar tijd tot een sociaal-democraat, voor wie de parlementaire democratie, de rechtsstaat en de actieve betrokkenheid van vrije burgers bij de politiek de vaste ijkpunten waren.

In het najaar van 1940 schreef hij dat een sociaal-economische orde nimmer ten koste mag gaan van de politieke en persoonlijke vrijheid. De kunst was de economie te hervormen met behoud van het vrije spel van de geestelijke krachten en de menselijke waardigheid. In de loop van de oorlog raakte hij betrokken bij de illegale bladen De Nieuwe Vrijheid en Vrij Nederland, waar hij na de oorlog enige jaren als redacteur werkte, alvorens voorgoed naar de politiek over te stappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden