Jonge moeder zijn is volgens minister De Geus aantrekkelijk, maar wat doe je als je zwanger bent terwijl je nog studeert?

Dankzij de vastberaden Aletta Jacobs en twee golvenfeminisme zit het gelijkheidsprincipe er bij de jonge vrouw in Nederland goed in; vrouwen kunnen net zo goed studeren als mannen. Maar hoe doe je dat als het verschil zich laat gelden en moedergevoelens opkomen? Of wanneer je onverwacht zwanger raakt en je geen abortus wilt?

,,Nu is alles afgelopen”, dacht Esther te Voortwis (25) toen ze op haar 23ste ongepland zwanger raakte. ,,Nu word ik een moeder en kan ik mijn studie wel vergeten.” Ze zat in het vierde jaar van haar studie Personeel & Arbeid (P & A) aan de Hogeschool van Amsterdam. Mede door haar geloofsovertuiging was abortus geen optie. Ze stond middenin in het Amsterdamse studentenleven van feesten, drinken en roken, woonde op kamers in Amsterdam, was actief bij een studentenvereniging, en volgde naast P & A ook nog een propedeuse Sociologie aan de universiteit. Een kind paste daar helemaal nog niet bij.

Na de schrik van het begin, probeerde ze haar zwangerschap de eerste maanden zoveel mogelijk te negeren. ,,Het was een afweerreactie, ik zou wel eens laten zien dat ik alles heel goed onder controle had”, legt Te Voortwis, inmiddels moeder van de 11 maanden oude Julia, uit. Ze bleef nog gewoon naar haar colleges gaan. Maar na een paar maanden moest ze wat gas terug te nemen. Want zwanger zijn kost veel energie.

's Ochtends vroeg werken met studiegenoten zat er niet meer in: ze had soms last van ochtendmisselijkheid. ,,Ik vertelde het als eerste aan de meiden van mijn projectgroepje”, zegt de jonge moeder. ,,Ik moest toch uitleggen waarom ik er soms niet was.” Hoewel Te Voortwis eerste enige gêne voelde over haar zwangerschap, merkte ze dat haar studiegenoten positief reageerden. ,,Ze vonden het wel interessant.”

Over die positieve reacties kan ook Jennifer van den Broeke (27) meepraten. Een ambitieuze sociologiestudent die nu een 1-jarig dochtertje, Benthe, heeft. Toen ze plotseling zwanger werd, werkte ze net samen met twee hoogleraren aan een sociologisch onderzoek. Daarbij volgde ze nog colleges. ,,De zwangerschap was niet gepland, maar iedereen reageerde erg enthousiast”, vertelt ze. Ze voelde zich in de collegebanken soms wel een uitzondering. ,,Ik zat daar tussen mooie, jonge, dunne meisjes, die echt met heel andere dingen bezig leken te zijn dan ik.”

Ook Te Voortwis voelde die uitzonderingspositie wel eens. ,,Ik was een wandelend waarschuwingsbord voor andere studenten”, zegt ze niet zonder humor. ,,Wat mij overkwam had hen ook kunnen gebeuren.”

Toch weerhield dat de twee jonge moeders er niet van om zo lang mogelijk door te blijven studderen. Te Voortwis liep tot haar zevende maand colleges en Van den Broeke hield zich nog tot vlak voor haar bevalling met het vertalen van het onderzoeksartikel bezig.

Na de bevalling pakten ze beiden hun studie al een paar maanden weer op. ,,Ik wilde heel graag weer aan de slag”, vertelt Te Voortwis, ,,niet eens zozeer vanwege een maatschappelijke druk, maar gewoon omdat ik bezig wilde zijn.” Van den Broeke zegt:

,,Als ik college had, ging Benthe naar de oppas. En tijdens het voeden, las ik artikelen.” Ze wilden zo min mogelijk vertraging oplopen. Ellis Oost (26), studerende moeder van Annika (1 jaar en 9 maanden) maakte een hele andere keuze. Ze had haar eerste vier jaar geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) bijna afgerond, toen ze zwanger werd. ,,In eerste instantie besloot ik het bij mijn doctoraal te laten”, vertelt Oost. Anderhalf jaar bleef ze thuis bij Annika. Toen ze na een jaar werk probeerde te zoeken, merkte ze echter dat leuke banen voor een doctoraalstudent geneeskunde niet voor het oprapen lagen. Dus pakte Oost de draad een paar weken geleden weer op en loopt ze inmiddels co-schappen in het Academisch ziekenhuis in Groningen. ,,Ik vind het heel gek dat ze nu naar me kijken van: daar loopt een moeder”, zegt ze lachend. ,,Ik voel me nog gewoon twintig ofzo.”

Maar moederen en studeren is zwaar. Soms lijken het bijna twee banen tegelijk. Te Voortwis lost dat op via een oppasregeling met familieleden. Drie dagen in de week wordt er op Julia gepast, zodat haar mama aan haar scriptie kan werken, waarmee ze nu over de helft is. Op de HvA had ze nog even geïnformeerd naar mogelijkheden voor kinderopvang, maar ze kreeg een mailtje terug met 'Excuses. Helaas hebben wij niets voor studenten met kinderen geregeld'.

Sociologiestudent Van den Broeke maakt wel gebruik van de kinderopvang van haar opleiding.

De UvA heeft, zoals de meeste universiteiten een eigen kinderdagverblijf voor kinderen van medewerkers en studenten. De wachtlijsten zijn echter bijna overal erg lang. ,,Ik had me meteen ingeschreven toen ik wist dat ik zwanger was, maar toen Benthe geboren was duurde het nog een half jaar voordat ze op de crèche terechtkon.” Tot die tijd moest Van den Broeke studeren én voor een kind zorgen. Loodzwaar, merkte Van den Broeke.

,,In de zomer stortte ik helemaal in.” Pas toen Benthe in oktober naar de crèche kon, pakte Van den Broeke haar studie weer fulltime op. Drie dagen in de week kan haar kindje op het kinderdagverblijf terecht.

Geneeskundestudent Ellis Oost maakte geen gebruik van de kinderopvang van de UvA. ,,Ik zag dat in Amsterdam niet zo zitten, die crèche zit middenin het centrum, dus als ik Annika daar op tijd heen moest brengen zou ik veel te veel tijd kwijt zijn.” In plaats daarvan verhuisde ze met haar man en dochtertje naar haar ouders in het Groningse dorp Zuidhorn, waar ze zelf ook haar jeugd doorbracht. Een maand lang woonden ze weer bij haar ouders in, totdat ze een eigen huis in het dorp vonden.

,,Dat was wel raar ja, om na negen jaar uit huis te zijn ineens weer bij je ouders te wonen.” Maar het ging goed, Annika voeldezich bij haar opa en oma helemaal thuis en het gaf Oost de kans om vijf dagen per week coschappen te lopen.

Voor Oost was de breuk met een bruisend studentenleven door haar verhuizing naar het Groningse platteland het grootst, maar ze is er niet rouwig om. ,,Ik had het studentenleven wel zo'n beetje gezien. Ik denk dat ik altijd al een beetje een huiselijk type was”.

Te Voortwis en Van den Broeke moeten als studerende moeder ook keuzes maken, al valt de uiteindelijke overgang ze beiden wel mee. Te Voortwis merkte:

,,Het is niet allemaal afgelopen als je moeder wordt. Het betekent heus niet meteen dat ik op twee hoog achter de geraniums moet gaan zitten.” Maar voor een actief studentenleven hebben ze geen tijd meer.

Alledrie de moeders geven aan geen spijt te hebben van hun veranderde leven. ,,Soms vind ik het wel eens jammer als ik bedenk dat ik nu niet lekker kan knallen en fulltime werken”, zegt Te Voortwis, maar relativeert meteen:,,Maar nu ik Julia heb, wi¿l ik dat ook niet meer”. Door hun kinderen hebben de studerende moeders meer verantwoordelijkheidsgevoel gekregen. Dat maakt ze extra gemotiveerd hun studie af te ronden.

Van den Broeke zegt vastberaden: ,,Ik ben echt van plan om nu strak af te studeren en een baan op universitair niveau te vinden. Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen met een kind.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden