Jonge Japanners willen ook wel eens vrij

Nog steeds maken veel Japanse werknemers absurd lange dagen. Maar in het land dat een apart woord heeft voor 'dood door overwerk' staat de jongere generatie niet meer te trappelen om letterlijk dag en nacht te buffelen voor een bedrijf.

Als ze eraan terugdenkt vindt Mihoko Ishii het bijna een wonder dat ze het zo lang heeft volgehouden. Bij haar laatste project als it'er werkte ze drie maanden lang zeven dagen per week van tien uur 's morgens tot ongeveer middernacht; soms nog tot later. ,,Dat was echt heel erg'', verzucht de 29-jarige Japanse, die dagelijks ook nog twee uur moest reizen. ,,Ik had geen vrije tijd en werd heel moe.

Regelmatig moesten we ook een hele nacht doorwerken en zat je de dag erna slaperig achter je computer. Na een tijdje kon ik met één oor niet meer horen, waarschijnlijk door de stress of slaapgebrek. Toen wist ik dat ik moest stoppen.''

Bijna vier jaar lang maakte ze software voor mobiele telefoons voor een bekend, groot Japans bedrijf waarvan ze per se de naam niet in de krant wil. De concurrentie in de mobiele tele fonie was moordend en daardoor ook de werkdruk voor haar en haar collega's. Om klanten te trekken moesten achter elkaar steeds nieuwe modellen mobieltjes de markt op mét nieuwe software. ,,Die software moest op tijd klaar zijn'', vertelt Mihoko. ,,Ik heb in die vier jaar vier vrije dagen opgenomen; meer kon niet. We werkten op zaterdag en zelfs op officiële feestdagen ging iedereen gewoon naar het werk. Terwijl dat eigenlijk niet kon, want wie op een feestdag een ongeluk zou krijgen op het werk, was niet verzekerd. En we werden lang niet voor alle overuren doorbetaald.''

Hoewel Mihoko's ervaringen extreem lijken, zijn er nog steeds veel Japanse bedrijven die absolute toewijding en een semi-permanente aanwezigheid van hun werknemers eisen. De cultuur bij grote Japanse bedrijven is dat je blijft zolang de baas er is en dat aanwezigheid bijna belangrijker is dan presteren. Dus ga je met z'n allen laat naar huis. De avondspits in de metro van de hoofdstad Tokio is rond tien uur; dan persen duizenden werknemers, vooral mannen in pakken, zich in de overvolle treinen die hen naar de buitenwijken brengen.

Volgens de jonge Japanse wen je aan de lange dagen. ,,Na een tijdje is het normaal, de tijd tot vijf uur 's middags zie je dan als een halve dag, daarna ga je gewoon door.'' Collega's gaan fungeren als familie en vrienden en je hele leven speelt zich op het werk af. Maar langzaam begint het in Japan door te dringen dat het niet normaal is om alleen naar huis te gaan om te slapen. De twintigers en dertigers die na het instorten van de economie - ruim tien jaar geleden - op de arbeidsmarkt kwamen, zijn het zat om zoveel uren te draaien en weinig vakantie te hebben.

Als boosdoener voor het vele overwerken wordt vaak het Japanse groepsdenken aangewezen. Het gaat er niet om dat je individueel werkt en weggaat als je klaar bent; je blijft voor de anderen, ook al ben je niet meer productief. Tekenend is misschien dat Japanners die naar huis gaan niet opgewekt 'Tot morgen' zeggen tegen de collega's die er nog zitten, maar een speciale uitdrukking gebruiken, osaki ni, wat grofweg betekent 'Sorry dat ik vóór jou wegga'.

Mihoko zag na verloop van tijd steeds meer collega's ziek worden van het vele werken. Ze ging het patroon aan klachten herkennen: ,,Eerst kunnen ze niet meer eten, dan niet meer slapen en vaak krijgen ze een maag- of darmziekte. Ook raken best veel mensen geestelijk in de war, hoewel daarover geheimzinnig wordt gedaan. Bedrijven willen niet dat artsen het werk daarvan als oorzaak aanwijzen.''

Sommige Japanners gaan zelfs dood door het harde werken en krijgen officieel het stempel karoshi, wat 'dood door overwerk' betekent. In de meeste gevallen wordt een beroerte of hartaanval hen fataal. Volgens de cijfers van het ministerie van gezondheid, arbeid en welzijn zijn er vorig jaar 317 Japanse werknemers overleden door de lange dagen die ze op kantoor doorbrachten, een nieuw record.

Zelf wat gas terugnemen als het werk je te veel dreigt te worden, is vrijwel onmogelijk. Ziektedagen gaan vaak van de schaarse vakantiedagen af en zomaar een losse vrije dag opnemen doe je niet bij een Japans bedrijf. Behalve misschien als je zegt dat je iets voor je ouders moet doen of voor je grootouders. Toch nemen de laatste jaren meer en meer jonge Japanse werknemers hun vakantiedagen op om een week of zelfs twee weken achter elkaar vrij te zijn, vaak tot verbazing van de veertigers en vijftigers die dat in het begin van hun carrière niet in hun hoofd haalden.

Mihoko pakte het radicaler aan. Uitgeput van haar laatste project en bezorgd om haar oor, besloot ze te stoppen in de it. Inmiddels heeft ze een andere baan bij een kleinere organisatie, als secretaresse. Op een enkele uitzondering na kan ze elke dag om halfzes naar huis. ,,Ik ben weer helemaal gezond'', vertelt ze blij. ,,En ik heb nu niet alleen de tijd om andere dingen te doen, ik heb vooral tijd om aan andere dingen te denken, aan de toekomst.''

Beducht voor een alles opslokkende baan, besluit een groeiende groep Japanse afgestudeerden helemaal niet meer te beginnen aan een carrière. Zij zijn freeter, een samenstelling van het Engelse free en het Duitse Arbeiter.

Freeters kiezen bewust voor simpele, laagbetaalde baantjes in restaurants of winkels en koesteren hun vrije tijd en hun vrienden. Omdat zij lang bij hun ouders blijven wonen, hebben ze nauwelijks vaste lasten. Ondertussen draagt de aanhoudende economische malaise hier en daar bij aan iets minder lange werkweken. Sommige kantoren besparen door niet meer dag en nacht open te zijn. Eén groot vastgoedbedrijf in Tokio bijvoorbeeld sluit altijd om negen uur 's avonds; de kosten van de airco en de verlichting wegen daarna niet meer op tegen de avondproductiviteit van de werknemers.

Mihoko's vrienden voelen zich nog wel gedwongen lange dagen te maken. Volgens haar komt het echte werk inmiddels neer op de dertigers, op een kleine groep die is aangenomen vlak na het knappen van de economische zeepbel. En het is in Japan niet zo dat die generatie ideeën voor veranderingen kan voorstellen aan hun chefs. Op de werkvloer gaat alles op basis van senioriteit: wie in opstand komt, loopt het risico alleen nog maar stom en saai werk te moeten doen. ,,Pas hadden we het na afloop van een begrafenis met een aantal vrienden over dit probleem'', vertelt ze. ,,Ze willen ook wel van baan veranderen, maar durven niet omdat het economisch niet goed gaat. Eén vriend kon niet eens naar die begrafenis komen; hij had net veertig uur achter elkaar gewerkt en was een beetje moe.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden